opinie

Draghi kan Italië redden, maar wil de kiezer dat wel?

Mario Draghi kan als Italiaanse premier de rol van Italië in Europa vergroten. Maar hij moet wel rekening houden met een strenge Italiaanse kiezer.

Toen deze week bekend werd dat de voormalige president van de Europese Centrale Bank de taak krijgt een Italiaans kabinet te leiden, drong zich de vergelijking op met een eerdere EU-technocraat als premier: Mario Monti, die tien jaar geleden op het regeringspluche werd gehesen om Italië tijdens de eurocrisis te behoeden voor een staatsbankroet. Super Mario werd Monti genoemd, en ook Draghi geldt voor velen als de reddende engel van Italië. De beurzen in Milaan schoten deze week omhoog, Italiaanse media steken de loftrompet over Draghi’s voortreffelijke staat van dienst, en ook in Brussel, Parijs en Berlijn klinkt een zucht van verlichting: Rome komt weer in vertrouwde handen.

Toch zijn er tekenen aan de wand dat Draghi er niet in zal slagen de hoge verwachtingen waar te maken. Zijn benoeming legt enkele structurele problemen bloot in de Italiaanse politiek, met repercussies voor heel Europa. Ten eerste zal Draghi de zoveelste Italiaanse premier in een lange reeks zijn die nooit op een stembiljet heeft gestaan. De laatste politicus die in Italië op eigen kracht premier werd door de verkiezingen te winnen, was Silvio Berlusconi in 2008.

Sinds Berlusconi’s val in 2011 wordt Italië geregeerd door mannen zonder direct democratisch mandaat, te beginnen bij Monti. Hoeveel waardering Draghi ook geniet bij het establishment, het is maar de vraag of ook de Italiaanse burgers hem op handen dragen. Het voorbeeld van Monti doet vermoeden dat eerder sprake zal zijn van het tegendeel. Toen Monti zich na een jaar premierschap verkiesbaar stelde, werd hij weggevaagd door het electoraat.

Het primaat van ongekozen premiers is niet het enige probleem dat de Italiaanse democratie parten speelt.

Het primaat van ongekozen premiers is niet het enige probleem dat de Italiaanse democratie parten speelt. De impasse waarin Italië is beland, toont ook het onvermogen van de politieke partijen om een stabiele meerderheid te vormen in het parlement. Gekonkel in de achterkamertjes en continu schuivende Kamerfracties zijn sinds jaar en dag kenmerkend voor de Italiaanse politiek, maar in de afgelopen decennia is het parlementaire spel zo gefragmenteerd dat langetermijnbeleid steeds lastiger wordt. Harde keuzes worden daardoor telkens uitbesteed aan partijloze technocraten.

Maar als parlementsleden en politieke partijen niet in staat blijken zelf beleid te maken en uit te voeren, dan verliezen ze het vertrouwen van hun achterban. Meer nog, dan verliest de parlementaire representatie als zodanig aan betekenis. Het gevolg is dat burgers op zoek gaan naar een alternatief: de eenling die belooft zonder parlementair gedoe te regeren met een directe volmacht van het electoraat. In de coulissen van de macht lopen Matteo Salvini van de Lega en de radicaalrechtse Giorgia Meloni zich warm om met die belofte het roer over te nemen.

Geen grote bezuinigingen

Salvini en Meloni begonnen niet toevallig aan hun politieke opmars in de nasleep van Monti’s premierschap. De kern van hun boodschap is dat Rome niet aan de leiband van Brussel moet lopen. Monti, die aanvankelijk werd omarmd als degene die Italië aan boord van de EU zou kunnen houden, zette met zijn strenge bezuinigingsbeleid zoveel kwaad bloed dat de Italiaanse kiezer - traditioneel gezien pro-EU - steeds kritischer is geworden voor het Europese project. Staat hetzelfde te gebeuren met Draghi?

Op het eerste gezicht is de situatie voor Draghi niet ongunstig. In tegenstelling tot Monti hoeft hij geen grootschalige bezuinigen door te voeren en hij kan met de steun van het Europese coronaherstelfonds op ongekende schaal geld in de Italiaanse economie pompen. Nu de politieke wind in Brussel en andere Europese hoofdsteden is gedraaid van een soberheidsbeleid naar overheidsinvesteringen, lijkt Draghi de juiste man op het juiste moment. Met het door hem gesanctioneerde ECB-beleid van het opkopen van staatsobligaties heeft hij laten zien alles te willen doen om Italië er bovenop te helpen.

Ook buiten Italië geniet Draghi veel aanzien. Gezien de Duitse bondskanselier Angela Merkel binnenkort afzwaait en de Franse president Emmanuel Macron de handen vol heeft aan binnenlandse problemen, hoeft hij niet bang te zijn dat Berlijn en Parijs constant over zijn schouder meekijken, zoals ze bij Monti deden. Sterker nog: na de brexit en met een nieuwe, onervaren bondskanselier op komst beschikt Italië over uitstekende papieren om onder Draghi’s bewind in het ontstane machtsvacuüm te duiken en een sleutelrol te spelen in de EU.

Maar de recente geschiedenis leert dat als Rome naar Brussel opschuift, de Italiaanse kiezers zich juist afkeren van Rome. Het gebeurde bij Monti en het dreigt opnieuw te gebeuren. Een ongekozen technocraat die wordt ingeschakeld om het vuile werk van het parlement op te knappen ondermijnt het vertrouwen in de parlementaire democratie, ongeacht het eventuele succes van zijn beleid. En als die technocraat directe banden met Brussel heeft, komt ook de verhouding van Italië tot Europa onder hoogspanning te staan.

Arthur Weststeijn, historicus en Italiëkenner

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud