opinie

Duitsland en Frankrijk kunnen tonen dat de motor nog rijdt

Hoofddocent Europese en vergelijkende politiek, KU Leuven

Duitsland en Frankrijk vieren zondag hun vriendschap. De motor van de EU mag dan minder zwaar zijn dan vroeger, in de strijd tegen de Europese de-industrialisering staat nog veel op het spel.

Voor Olaf Scholz was het een pittige week. De Duitse bondskanselier moest een geknipte vervanger aanduiden voor zijn veelgeplaagde minister van Defensie, een functie die sinds de Russische invasie danig in de pikorde is gestegen. Alle ogen zijn op Berlijn gericht, omdat daar de finale beslissing valt over de levering van Leopard 2-tanks aan Oekraïne. Op het Wereld Economisch Forum in Davos, waar Scholz als enige regeringsleider van de G7 zijn opwachting maakte, liet hij nog niet in zijn kaarten kijken. Ondanks zware druk van zijn groene coalitiepartner en van zijn Europese bondgenoten. Niet voor het eerst wordt Scholz een gebrek aan leiderschap verweten, in Duitsland en in Europa.

De essentie

  • De auteur
    Steven Van Hecke is hoofddocent Europese en vergelijkende politiek aan de KU Leuven.
  • De kwestie
    De Frans-Duitse motor staat niet meer centraal in Europa, maar blijft belangrijk.
  • De conclusie
    Frankrijk en Duitsland zullen het voortouw moeten nemen in de strijd tegen de Europese de-industrialisering.

De Franse president Emmanuel Macron zit min of meer in hetzelfde schuitje. Ook hij moet snel tonen wie de baas is. In zijn tweede ambtstermijn krijgt hij een unieke kans om zijn land grondig te hervormen, in weerwil van protesten, stakingen en geweld. Zonder parlementaire meerderheid moet hij de pensioenleeftijd zien op te trekken, in lijn met wat eerder elders in West-Europa is gebeurd. Al zijn voorgangers hebben hun tanden erop stukgebeten. Donderdag kon Macron even aan de binnenlandse besognes ontsnappen door in Barcelona een Frans-Spaans vriendschapsverdrag te sluiten, zoals hij eerder deed met Italië. Zo haalt hij de banden met Frankrijks belangrijkste buurlanden nauwer aan.

Maar wat zondag voor Scholz en Macron op de agenda staat, is van een andere orde. Het is ontspannender, maar voor Europa veel belangrijker. Samen vieren ze in de Sorbonne de zestigste verjaardag van het Frans-Duitse vriendschapsverdrag, beter bekend als het Élyséeverdrag. In 1963 was de trein van de Europese integratie al vertrokken, waardoor het vooruitzicht op een nieuwe confrontatie ondenkbaar was. Maar het symbolische belang van deze verzoening bleek belangrijk genoeg om ze nog eens te onderstrepen. De as Parijs-Berlijn (destijds Bonn) werd ook institutioneel verankerd via onder meer gemeenschappelijke ministerconferenties. Die zijn al aan hun 24ste editie toe. Voor de bekendere Frans-Duitse toppen, een regelmatig informeel overleg tussen de Franse president en de Duitse bondskanselier waarvan iedereen de televisiebeelden kent, is men wellicht al lang de tel kwijt.

Of het nu gaat om de opvang van vluchtelingen, de levering van zware wapens of een nieuwe ronde sancties tegen Rusland, de toon wordt gezet in Polen en de Baltische staten.

Ook zondag staat zo’n apartje op het programma. Dan is het altijd uitkijken naar de afsluitende persconferentie, want de grootste aandacht gaat altijd naar de Europese actualiteit. De tijd dat Duitsland en Frankrijk met hun tweetjes een voorafname konden nemen op cruciale beslissingen, ligt al even achter ons. Daarvoor is de EU te groot en te divers geworden. Bovendien verschoof gaandeweg het zwaartepunt richting het oosten. Letterlijk: niet Frankrijk maar Duitsland ligt centraal in de EU. En figuurlijk: denk aan de brexit. De Europese aanpak van de oorlog in Oekraïne bevestigt die tendens elke dag. Of het nu gaat om de opvang van vluchtelingen, de levering van zware wapens of een nieuwe ronde sancties tegen Rusland, de toon wordt gezet in Polen en de Baltische staten en voluit gesteund door Noord-Europa.

Water en vuur verzoenen

Dat betekent niet dat de tandem Parijs-Berlijn volledig buitenspel staat. Frankrijk en Duitsland wegen economisch het zwaarst en vertegenwoordigen bovendien twee tegengestelde strekkingen. De ene legt de klemtoon op de rol van de overheid via investeringen en staatssteun, de andere op de heilzame werking van de vrije markt via deregulering en mededinging.

In het antwoord dat de EU probeert te formuleren op de Amerikaanse Inflation Reduction Act en de Chinese bevoordeling van eigen ondernemingen met subsidies, moeten daarom water (protectionisme) en vuur (vrijhandel) worden verzoend om concurrentieel te blijven. Commissievoorzitter Ursula von der Leyen gaf in Davos al een voorzet met haar Industrieel Plan voor de Green Deal. In zijn reactie toonde Scholz zich een tegenstander van nieuwe leningen. De echte knopen worden doorgehakt op een speciale Europese top begin volgende maand.

Toen de EU de lidstaten tegen de coronacrisis wilde wapenen, zag op aangeven van Frankrijk en Duitsland een groots opgezet herstelfonds het licht: NextGenEU. Wellicht is het nu opnieuw aan Parijs en Berlijn om samen een beslissende voorzet te geven in de strijd tegen de de-industrialisering van Europa en te tonen dat de motor nog werkt. Scholz en Macron kunnen zo’n succes goed gebruiken.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud