opinie

Duitsland is op weg naar een verloren decennium

De jaren twintig van de vorige eeuw staan in Duitsland bekend als de wilde, ‘roaring’ en welvarende gouden jaren. De Duitse cultuur, wetenschap en kunst bloeiden en hadden wereldwijd invloed. Aan het begin van de jaren twintig van de 21ste eeuw wijst er weinig op gouden, maar veel op roerige jaren.

De blik op het verleden is vaak vertekend. Dat geldt ook voor de jaren twintig van de 20ste eeuw. Die wilde jaren duurden slechts van 1924 tot 1929. Vooraf waren er nog de herstelbetalingen vanwege het Verdrag van Versailles, de hoogste zuigelingensterfte van Europa, torenhoge werkeloosheid, hyperinflatie en enkele couppogingen. De wilde jaren eindigden in een zware financiële crisis en recessie.

Als er een decennium van goud was, dan wel het vorige. Ondanks - of zelfs dankzij - de eurocrisis had de Duitse economie jaren van sterke economische groei en een recordwerkgelegenheid. De particuliere consumptie steeg eindelijk weer en het geld stroomde in de overheidskassa.

©Sofie Van Hoof

Helaas eindigde ook dit gouden decennium niet verguld. De productievertraging sinds de zomer van 2018 werd een serieuze malaise, de arbeidsmarkt vertoont de eerste deuken en een van de belangrijkste industrieën van Duitsland, de automobielsector, zit midden in de zelf veroorzaakte problemen en staat op achterstand door veranderende technologieën.

Op het allerlaatste moment stuurde de economie weg van de afgrond van een technische recessie, maar de harde realiteit is dat de Duitse economie sinds de zomer van 2018 stagneert. Onder de oppervlakte zit een economie met twee gezichten. Aan de ene kant is er een zwakke industrie, die van vertraging naar malaise is geëvolueerd als gevolg van handelsconflicten, wereldwijde onzekerheid en structurele verstoringen in de autosector. Aan de andere kant staat een sterke binnenlandse sector met de consumptie als groeimotor.

De grote structurele uitdagingen voor de Duitse economie zijn belangrijker dan de vooruitzichten op korte termijn.

Laten we die tweezijdige economie nader bekijken. Bij de industrie hebben beperkingen aan de aanbodzijde plaatsgemaakt voor beperkingen aan de vraagzijde. Terwijl de bezettingsgraad in de zomer van 2018 op een recordhoogte stond en het gebrek aan productiecapaciteit en geschoolde werknemers voor meer investeringen pleitte, was de vraag, die voorheen de productie afremde, eind 2019 terug op het niveau van 2012.

Handelsconflicten en de wereldwijde afkoeling zijn een reden voor de neergang. In de autosector eisen de structurele uitdagingen, voortvloeiend uit de overgang naar alternatieve brandstoffen, steeds meer hun tol. Door een lange reeks verkiezingsgeschenken bleef de consumptie op peil en werd een recessie voorkomen.

Dat politieke strooisel wordt vaak bekritiseerd, omdat het groeipotentieel van de Duitse economie op lange termijn niet aantoonbaar vergroot, maar de afgelopen jaren heeft het geholpen. Zo heeft de regering de jongste twee jaar de kinderbijslagen, pensioenen en studietoelagen verhoogd, de belastingaftrek verruimd en meer geld uitgetrokken voor gezondheidszorg, ouderenzorg en scholen. Voor 2019 heeft dat geleid tot een budgettaire stimulans van zowat 0,5 procent van het bruto binnenlands product.

Wankel evenwicht

Die twee zeer verschillende werelden hielden elkaar in 2019 in een wankel evenwicht. De kans dat dat evenwicht 2020 overleeft, is klein. Alleen als de industrie weer rechtkrabbelt als gevolg van de eerste deal tussen de VS en China, de mondiale economie herstelt en er meer investeringen in Duitsland zelf zijn, ontwijkt de economie een recessie. Nu ook de arbeidsmarkt lijkt af te zwakken door de industriële problemen danst de Duitse economie in 2020 op de vulkaan.

Maar de grote structurele uitdagingen voor de Duitse economie in het komende decennium zijn belangrijker dan de vooruitzichten op korte termijn. De economie begint de gevolgen van de grootste structurele veranderingen nu al te voelen. Duitsland is een van de snelst vergrijzende landen en heeft de jongste vijf jaar enorm aan concurrentiekracht verloren, vooral door te weinig investeringen in conventionele en digitale infrastructuur.

Duitsland heeft de jongste vijf jaar enorm aan concurrentiekracht verloren, vooral door te weinig investeringen.

De deglobalisering zal het land voort raken en de structurele veranderingen in de autosector (hybride, elektrisch, waterstof, delen, autonoom rijden) zijn pas begonnen. 2019 leverde records op voor files en treinvertragingen. Waar zijn de Duitse digitale reuzen die het kunnen opnemen tegen de Amerikaanse of Chinese? In tegenstelling tot de recessies in 2008 of 2012 is de Duitse economie structureel minder gezond. Ze zal daarom van een mondiale heropleving minder kunnen profiteren.

De vooruitzichten op korte termijn zijn nog redelijk. Met wat wereldwijde rugwind en politieke wil om meer te investeren is een opleving in 2020 niet ondenkbaar Het zijn eerder de vooruitzichten op langere termijn die zorgwekkend zijn. Als je tijdens de zeven gouden jaren niet investeert voor de magere jaren, kunnen die bitter worden.

De groei in het laatste decennium leek er moeiteloos te komen. Een gouden decennium, maar ook een zonder hervormingen en investeringen. De kans is groot dat de volgende tien jaar eindigen als een verloren decennium. Dat kan nog worden voorkomen, maar dan moet het roer heel snel om. Roerig en wild is leuk, maar het liefst met vaste grond onder de voeten.

Lees verder

Gesponsorde inhoud