opinie

Echt federalisme klopt confederalisme

Geert Jennes

Het confederalisme is niet de oplossing voor België. Beter zou zijn dat Vlaanderen en Franstalig België krijgen wat ze verdienen: écht federalisme.

Zes staatshervormingen konden niet beletten dat Vlaanderen bij de federale verkiezingen steeds meer anders stemt dan Franstalig België. Dat suggereert dat vooral het noorden ontevreden is met het federale beleid. Bovendien halen zowat alle partijen bijna al hun stemmen in slechts één van de twee taalgemeenschappen. Gevolg: een cocktail van moeizame federale regeringsvormingen en een slap federaal beleid dat nauwelijks tornt aan de status quo. Stilstaan is achteruitgaan. Dat is de hoge prijs die wij betalen, want de federale overheid is nog veruit de belangrijkste.

©rv

In Vlaanderen schuift men nog maar eens het confederalisme naar voren, terwijl het echte federalisme een uitweg biedt. België ís immers al in grote mate confederaal, en we hebben de voorbije decennia gemerkt waartoe dat leidt. Sinds de staatshervorming van 1970 heeft de Franstalige minderheid (42 procent van de bevolking) federaal vetomacht over grondwetsherzieningen én gewone wetten. De Vlaamse meerderheid - 58 procent van de bevolking - heeft dat ook, maar dat is wel een meerderheid. Anders dan echt federalisme laat confederalisme dus een geografische minderheid federale beslissingen tegenhouden.

Geografische minderheid

Het meest gehoorde argument voor confederalisme is dat het de belangen en voorkeuren van de geografische minderheid beschermt. Maar dat gaat voorbij aan die van de meerderheid. Bovendien zijn andere minderheden, zoals demografische of ideologische, blijkbaar geen federale blokkeringsmogelijkheid waard. En andere overheden dan de federale kunnen gewone wetten blijkbaar wel met een meerderheid goedkeuren.

Echt federalisme moet de meerderheid van de bevolking federaal beter aan haar trekken doen komen.

De geografische blokkeringsminderheid in België is trouwens kleiner dan 42 procent van de bevolking. Omdat de federale regering bij consensus moet beslissen, heeft zelfs de bevolking vertegenwoordigd door de kleinste Franstalige regeringspartij vetomacht. In de voorbije federale regeringen was dat 5 tot 10 procent van de bevolking, wat ongeveer het stemmenaandeel van de voormalige regeringspartijen cdH en MR was.

België is zo geografisch sterker geblokkeerd dan de federale landen Duitsland, de VS en Zwitserland. In de VS en Zwitserland heeft een groep deelstaten die slechts 19 procent van de bevolking huisvest vetomacht voor gewone wetten, via de Senaat. Maar dat is nog altijd meer dan 5 tot 10 procent, en in de VS en Zwitserland is de federale overheid bovendien veel minder belangrijk. In Canada kunnen de machtige deelstaten gewone federale wetten zelfs niet blokkeren.

Decentralisatie

Echt federalisme moet de meerderheid van de bevolking federaal beter aan haar trekken doen komen. In Zwitserland beslist de regering bij eenvoudige meerderheid, waardoor de twee Franstalige regeringsleden (overeenstemmend met de 23 procent Zwitserse Franstaligen) geen gewone wetten kunnen tegenhouden. En in de Zwitserse senaat volstaan de zeven Franstalige kantons evenmin om gewone wetten of zelfs grondwetsherzieningen tegen te houden. De enige Franstalige Canadese deelstaat Québec (23 procent van de Canadese bevolking) kan noch gewone federale wetten noch grondwetsherzieningen tegenhouden. Niet dat de Zwitserse en Canadese Franstaligen zoveel belang zouden hebben bij een blokkering, want Canada en Zwitserland zijn meer gedecentraliseerd dan België.

Hoe implementeren we dat in België? We combineren op z’n Zwitsers en z’n Canadees federale beslissingname bij eenvoudige meerderheid met een verdere decentralisatie van federale bevoegdheden. Het eerste maakt dat de geografische meerderheid federaal meer waar voor haar (belasting-)geld krijgt. Door het tweede krijgt elke geografische minderheid op decentraal vlak meer waar voor haar geld. Zoals in Québec kunnen geografische minderheden zelfs worden gecompenseerd met asymmetrische decentralisatie: Québec heeft meer bevoegdheden dan de andere provincies.

We combineren op z’n Zwitsers en z’n Canadees federale beslissingname bij eenvoudige meerderheid met een verdere decentralisatie van federale bevoegdheden

Decentralisatie maakt de afzwakking van federale blokkeringsmogelijkheden al beter verteerbaar, maar metropolitane overheden kunnen een tweede compensatie zijn. Die overheidslaag tussen de gewesten, de gemeenschappen en de lokale overheden in, zou belangrijke bevoegdheden hebben voor gezondheid en onderwijs, zoals de Zwitserse kantons. Federaal zouden de twee grote Belgische gemeenschappen daardoor minder vaak lijnrecht tegenover elkaar staan. Op bepaalde resterende federale beleidsvlakken zouden sommige Franstalige metropolitane overheden meer gemeen kunnen hebben met sommige Vlaamse dan met andere Franstalige metropolitane overheden.

Als derde compensatie voor de Franstalige minderheid zouden we elk lager overheidsniveau op z’n Zwitsers blijven financieren met dotaties voor ongeveer 25 procent van zijn ontvangsten. En dat ondanks de aanzienlijke belastingdecentralisatie die gepaard moet gaan met de verdere decentralisatie van federale uitgavenbevoegdheden. Die dotaties moeten de armere overheden bijkomend financieren. Zo worden meteen races to the bottom inzake belastingtarieven en publieke dienstverlening tegengegaan, en zo wordt hopelijk ook de laatste koudwatervrees van de Franstaligen weggenomen om federaal meer via een eenvoudige meerderheid te beslissen.

Ironisch is dat de Franstalige minderheid verdere decentralisatie van België wettelijk zal kunnen blijven uitstellen, maar hoe langer die minderheid vasthoudt aan haar blokkeringsmogelijkheden, hoe onvermijdelijker decentralisatie zou kunnen worden. De recentste federale verkiezingsuitslag is nog maar eens een teken aan de wand.

Lees verder

Tijd Connect