opinie

Een imagobelasting schaadt het eigen imago

De belasting die Antwerpen wil heffen op handelszaken die het imago van de stad aantasten leidt regelrecht naar fiscale discriminatie. Een belasting mag geen middel zijn om enige vorm van ondernemerschap te verbieden.

Door Michel Maus, advocaat-vennoot bij Everest Law en docent fiscaal recht aan de VUB en UAntwerpen

De Antwerpse schepen voor Middenstand Koen Kennis maakte deze week wereldkundig dat Antwerpen de fiscale aanval zou openen op de 'imagoverlagende winkels' die de stad teisteren. Wie vanaf 1 januari 2015  een nachtwinkel wil openen in Antwerpen zal daarvoor een openingsbelasting van 6.000 euro moeten betalen en daarnaast ook nog een jaarlijks terugkerende belasting van 1.500 euro. Deze laatste belasting geldt ook voor reeds bestaande zaken.

©BELGA

De belasting is niet enkel gericht tegen nachtwinkels maar evenzeer tegen alle andere handelszaken die het imago van de stad aantasten. Ook videotheken, shishabars, club-vzw's, internetcafés en seksinrichtingen zullen volgens schepen Kennis onder deze regel vallen.

Met de invoering van deze belasting heeft Antwerpen de bedoeling om dit soort zaken te ontmoedigen en de drempel te vergroten om dit soort zaken op te starten. En het liefst van al willen we dat de belasting helemaal niets opbrengt, zo stelt schepen Kennis nog.

Duidelijke criteria

Het initiatief van de Stad Antwerpen doet uiteraard de wenkbrauwen fronsen. Het belasten van handelszaken die ‘het imago van de stad aantasten’  is du jamais vu. Blijkbaar lijkt het stadsbestuur te vergeten dat er tussen deze droom en daad wel een aantal wetten in de weg staan en dat ook bij het invoeren van een gemeentebelasting Kennis het begin van alle wijsheid is…

De 'imagobelasting' is dan eigenlijk ook geen belasting, maar een soort straf die enkel aan bepaalde ondernemers wordt opgelegd.

In Antwerpen zal men ongetwijfeld argumenteren dat een belasting op nachtwinkels reeds in heel wat gemeenten bestaat. Dit klopt inderdaad, in 63 van de 308 Vlaamse steden en gemeenten werd er ondertussen een belasting op nachtwinkels ingevoerd. Deze belasting is echter beperkt tot handelszaken die voedingswaren en huishoudartikelen verkopen en die uitsluitend zijn geopend tussen 18u ‘s avonds en 7u ‘s ochtends. Kortom, een belasting die steunt op duidelijke juridische criteria.

In Antwerpen wil men echter nog vele stappen verder gaan, en - dixit schepen Kennis - alle handelszaken belasten ‘die voor overlast zorgen en een negatief effect hebben op de commerciële leefbaarheid en uitstraling van een winkelgebied’. En de vraag is, hoe men dat juridisch en praktisch gaat kunnen doen? De Raad van State mag dan wel in een arrest van 13 december 2012 hebben gesteld dat niets een gemeente belet om een belasting die wordt gerechtvaardigd door financiële behoeften, bij voorkeur te laten dragen door activiteiten of toestanden die zij meer laakbaar acht dan andere. En dat niets een gemeente ook belet om met belastingen die een financieel hoofddoel beogen, ook een bijkomstig nevendoel van aan- of ontmoediging na te streven. Dit neemt niet weg dat de Antwerpse sky hier the limit is.

Overlast

Vooreerst vergeet men in Antwerpen dat een belasting per definitie een financieel doel moet hebben, met andere woorden centen moet opbrengen voor de stadskas. Hier heeft schepen Kennis zowat de ruiten van zijn eigen ‘Schoon Verdiep’ ingegooid, door te verklaren dat de doelstelling van de belasting is om NUL euro op te brengen. De 'imagobelasting' is dan eigenlijk ook geen belasting, maar een soort straf die enkel aan bepaalde ondernemers wordt opgelegd.

Zal dat criterium bijvoorbeeld ook gelden voor pakweg de McDonald’s en andere fastfoodketens die het uitzicht van de trendy Antwerpse winkelstraten verstoren?

Bovendien vergeet men ook dat de zijdelingse argumenten die men aanhaalt om de belasting te verantwoorden ook realiteit moeten zijn. Is het inderdaad zo dat de geviseerde handelszaken ‘overlast’ bezorgen? En indien dat al zou kunnen worden aangetoond, is het dan zo dat deze handelszaken zo veel meer overlast bezorgen dan een doorsnee café, een bioscoop, een bowling,  een openbare frituur, noem maar op. Ik denk het niet, en dus zal het Antwerpse stadsbestuur hier regelrecht in de val lopen van de verboden fiscale discriminatie.

Ook het criterium dat alleen handelszaken die een negatief effect hebben op de commerciële leefbaarheid en uitstraling van een winkelgebied zullen worden belast, is juridische kamikaze. Wie gaat bepalen welke onderneming voldoende hip is om niet belast te worden? Zal dat criterium bijvoorbeeld ook gelden voor pakweg de McDonald’s en andere fastfoodketens die het uitzicht van de trendy Antwerpse winkelstraten verstoren? Zorgen die ook niet voor een negatieve uitstraling van het winkelgebied, net zoals superdiscountwinkels zoals Wibra en Zeeman? Ook dit criterium leidt regelrecht naar fiscale discriminatie.

Het Antwerpse stadsbestuur zal hier regelrecht in de val lopen van de verboden fiscale discriminatie

Voor elke fiscalist is duidelijk dat het invoeren van een dergelijke belasting juridische kamikaze is. Een belasting mag geen middel zijn om enige vorm van ondernemerschap te verbieden. Daar zijn andere middelen voor. Een imagobelasting schaadt dus het eigen imago. Het is dan ook volkomen terecht dat middenstandsorganisaties zoals Unizo en het Neutraal Syndicaat der Zelfstandigen zich met hand en tand tegen dergelijke belasting verzetten. Of om het nog eens met de woorden van wijlen Luc De Vos te zeggen, de middenstand regeert het land en laat dat alsjeblieft zo blijven.

 

 

Lees verder

Gesponsorde inhoud