opinie

Een kleine minderheid aandeelhouders kan geen reddingspoging blokkeren

Gisteren vond de algemene vergadering van Nyrstar NV plaats. De aanloop naar die algemene vergadering was bezaaid met opinies over de herstructurering die de redding van Nyrstar betekende. Het heet een schande te zijn dat aandeelhouders naar Belgisch recht niet mogen meebeslissen over een herstructurering. Tijd om enkele zaken op punt te stellen.

Door Joeri Vananroye en Benoît Allemeersch, advocaten bij Quinz, dat Nyrstar bijstaat. De auteurs zijn ook professor aan de KU Leuven.

Aandeelhouders krijgen in ons ondernemingsrecht een bevoorrechte positie. Zij benoemen en ontslaan de bestuurders, die de meeste beslissingen nemen. Een beperkt aantal structurele beslissingen, zoals een fusie, splitsing of statutenwijziging, worden aan hen voorgelegd ter goedkeuring.

Joeri Vananroye ©rv

Die bevoorrechte positie is terecht: de winst komt bij hen terecht en als het slecht gaat, staan ze als laatste in de rij, áchter de schuldeisers. Zij hebben dan ook de beste prikkels om ervoor te zorgen dat er winst wordt gemaakt en te vermijden dat de vennootschap insolvabel wordt. Zij hebben het meeste skin in the game.

Dat verandert echter helemaal bij insolventie van de vennootschap. Omdat de aandeelhouders na de schuldeisers komen, hebben ze niet langer een redelijke verwachting nog iets krijgen. Indien de aandeelhouders dan de vrije hand hebben, zouden ze in de verleiding komen om grote risico’s te nemen. Als het slecht uitdraait, zijn de aandeelhouders niet slechter dan ze al waren. Als het goed uitdraait, kunnen ze misschien alsnog delen in de winst.

Helemaal absurd zou het zijn om een kleine minderheid van de aandeelhouders toe te laten een reddingspoging te blokkeren

Belangrijk daarbij is dat aandeelhouders genieten van beperkte aansprakelijkheid. Daardoor kan een aandeel nooit minder waard worden dan nul. Dat is spectaculairder dan het klinkt: elk ander asset kan immers een negatieve waarde hebben als het kosten en aansprakelijkheden met zich brengt. Beperkte aansprakelijkheid brengt met zich mee dat aandeelhouders niet langer enige negatieve gevolgen ervaren van hun beslissingen bij insolvabiliteit van de vennootschap. Hun aandelen zijn dan al nul waard en welke beslissing ze ook uitlokken, de waarde van hun aandeel kan niet meer dalen.

Dat betekent uiteraard niet dat de beslissingen van de vennootschap maatschappelijk geen negatieve gevolgen kunnen hebben: het negatieve eigen vermogen kan immers nog verder dalen. Die gevolgen worden echter niet gevoeld door de aandeelhouders, maar door de schuldeisers: kredietverleners en obligatiehouders, maar ook werknemers, fiscus, leveranciers, klanten enz. Bij dreigende insolvabiliteit zijn het die schuldeisers die het meeste skin in the game hebben. Het is dan ook vanuit maatschappelijk oogpunt niet wenselijk dat de aandeelhouders in die situatie het laatste woord zouden krijgen. Helemaal absurd zou het zijn om een kleine minderheid van de aandeelhouders toe te laten een reddingspoging te blokkeren.

Bestuur

Het Belgisch ondernemingsrecht heeft die spanning zeer duidelijk begrepen. De beslissingen in de aanloop van een eventuele insolvabiliteit komen toe aan de raad van bestuur en niet aan de algemene vergadering. Het is de raad van bestuur die het faillissement kan (en zelfs moet) aanvragen. De algemene vergadering moet daarbij niet worden betrokken of geconsulteerd. Het is de raad van bestuur die een gerechtelijke reorganisatie kan aanvragen. Opnieuw: geen rol voor de algemene vergadering. Het is zelfs al decennialang vaste rechtspraak dat, zelfs indien de algemene vergadering beslist dat de vennootschap moet verder doen, de raad van bestuur de mogelijkheid én de verplichting heeft om de activiteiten van de vennootschap stop te zetten als er geen redelijke kans op herstel is.

Benoît Allemeersch ©rv

Daarbij komt een praktisch argument: als de vennootschap afglijdt naar het faillissement is er doorgaans gewoon niet de tijd om een algemene vergadering samen te roepen om te oordelen over de aanvraag van het faillissement.

De raad van bestuur, zal u zeggen, wordt die dan niet benoemd en ontslagen door de algemene vergadering van aandeelhouders? Welke garantie is er dan dat de raad van bestuur rekening houdt met die andere stakeholders en een maatschappelijk wenselijke beslissing neemt? Die garantie bestaat in de aansprakelijkheid van bestuurders. Het insolventierecht kent heel wat faillissementsaansprakelijkheden die ervoor zorgen dat bestuurders in de aanloop naar insolventie rekening houden met de belangen van alle stakeholders.

Bij Nyrstar kon en moest de raad van bestuur dan ook zonder formele toestemming van de aandeelhouders instemmen met een herstructurering die de vennootschap redde van het faillissement. De enkele minderheidsaandeelhouders van Nyrstar die beweren dat de algemene vergadering had moeten instemmen met die herstructurering vinden geen steun in het Belgisch vennootschapsrecht. De regels die de beslissing bij de raad van bestuur leggen, zijn duidelijk én maatschappelijk zeer wenselijk. De herstructurering van Nyrstar gebeurde overigens volgens de strengere regels van een Engels scheme of arrangement, onder nauw toezicht van de rechtbank, waarbij de reorganisatie met een zeer grote meerderheid werd goedgekeurd.

De enkele minderheidsaandeelhouders van Nyrstar die beweren dat de algemene vergadering had moeten instemmen met die herstructurering vinden geen steun in het Belgisch vennootschapsrecht

De aandeelhouders van Nyrstar krijgen na de reorganisatie ‘slechts’ een participatie van 2% in de vennootschap die de activiteiten overnam. Na de reorganisatie is Nyrstar echter wel zo goed als schuldenvrij, waardoor de opbrengst van de participatie volledig toekomt aan de aandeelhouders, die geen schuldeisers moeten laten voorgaan. Die 2% is daarom vooral 2% meer dan de aandeelhouders zouden gekregen hebben bij een faillissement van Nyrstar. Dan zou heel de waarde van de onderneming naar de schuldeisers zijn gegaan, terwijl de aandeelhouders met lege handen zouden zijn achtergebleven. De bestuurders van Nyrstar hebben dan ook hard moeten onderhandelen met de kredietverleners en obligatiehouders om dit uit de brand te kunnen slepen ten voordele van alle aandeelhouders.

De aandeelhouders beseften dat zelf ook. De meeste aandeelhouders hebben zich niet verzet tegen de reorganisatie. Zelfs het zeer beperkte aantal aandeelhouders dat in de zomer in kort geding procedeerde, heeft nooit voor de rechtbank volhard in de vraag dat de reorganisatie zou worden opgeschort. Ze wisten immers dat het enige alternatief het faillissement was, waarbij ze financieel helemaal zouden worden weggevaagd.

Lees verder

Tijd Connect