opinie

Een persoonlijke datakluis voor iedereen

Gratis apps en websites bestaan niet. We betalen met onze data. Dat weten we intussen. En dat vinden we blijkbaar oké, want we blijven ze gebruiken. Maar dat is niet zonder gevolgen.

Eer zijn nogal wat problemen in de digitale wereld. Eerst en vooral krijgen we niet echt een keuze: ofwel gebruiken we Facebook en Google en co., en betalen we daarvoor met onze data, ofwel gebruiken we die websites niet. We krijgen niet de bewegingsvrijheid om te zeggen: ‘Hey Google, ik betaal liever 5 euro per maand, maar laat dan mijn data met rust.’ Als je gratis wil zoeken, geef je Google daarvoor je data in ruil. Zo werkt het. Punt.

Een tweede probleem is dat wij als individuen onmogelijk kunnen inschatten wat we precies delen. Toen het schandaal rond Cambridge Analytica losbarstte, verdedigde Facebook zich door te argumenteren dat mensen zelf op een knop hadden geklikt om die data te delen, en dat ze zich daar dus bewust van waren. Dat is een oneerlijke redenering: Facebook had zelf de impact van Cambridge Analytica, inclusief de politieke gevolgen, totaal onderschat. Als Facebook al niet begrijpt welke kwalijke gevolgen zijn bigdatasysteem kan hebben, hoe kan de man in de straat dan ooit betekenisvol toestemming geven?

Dat brengt ons bij het derde probleem, en de kern van de zaak. Veel mensen zien er geen graten in bepaalde dingen op platformen als Facebook te delen, omdat ze die zaken niet als belangrijke informatie beschouwen. Favoriete adresjes en muzikale voorkeuren zijn stukjes ‘small data’ die inderdaad niet zo veel over ons zeggen als je ze apart bekijkt. Maar big data is een technologie die net ontworpen is om het geheel meer betekenis te geven dan de som van de delen.

‘Toestemming’ is een hol begrip. Niemand kan echt de gevolgen inschatten.

Als je veel data samenlegt, verschijnen patronen die veel meer over mensen vertellen dan wat ze expliciet zeggen. Een combinatie van ogenschijnlijk onschuldige weetjes over jezelf kan in een bigdata-context gevoeliger informatie opleveren. Denk aan je jaarlijkse inkomen en je politieke voorkeuren, dingen die je bewust niet met Facebook hebt gedeeld, maar onrechtstreeks dus wel. Daarom is ‘toestemming’ een hol begrip. Niemand kan echt de gevolgen inschatten.

Verzamelwoede

We kunnen proberen zulke bedrijven te slim af te zijn. Maar ook dat is een oneerlijk gevecht. We kunnen simpelweg niet opboksen tegen de gecombineerde rekenkracht van duizenden computers die via artificiële intelligentie miljarden stukjes data verbinden. Ze gebruiken als het ware alle data van de hele mensheid tegen ons.

Big data steunen op de misvatting dat het überhaupt mogelijk is steeds meer gegevens te blijven verzamelen. Die dataverzamelwoede heeft veel weg van de wapenwedloop tijdens de Koude Oorlog. Iedereen probeert vooral meer data te hebben dan de ander, zonder zich af te vragen wie daar beter van wordt. Het is al lang duidelijk dat geen enkel bedrijf ooit zijn datahonger kan stillen. Dat geeft aan dat we op een nieuwe manier over data moeten nadenken.

De toekomst bestaat volgens mij dan ook niet uit big data, maar uit heel veel kleine databronnen waarover we zelf de controle behouden. In plaats van onze data naar allerhande bedrijven te versluizen moet iedereen een datakluis krijgen waarin we onze persoonlijke gegevens veilig wegstoppen. We beslissen dan zelf wie toegang krijgt tot welk deel van onze digitale ik. Zo zijn data niet langer een verplicht betaalmiddel, en kiezen we zelf hoe we betalen voor de diensten die we willen gebruiken.

Niet alleen voor individuen is dat een gezondere manier om met data om te gaan, ook voor bedrijven is zo’n wereld een verademing. Veel ondernemingen worden gedwongen aan de datarace deel te nemen, en dus databedrijven te zijn. Door data dicht bij mensen te plaatsen hoeven bedrijven zich niet langer bezorgd af te vragen of ze meer data hebben dan hun concurrenten. Ze kunnen focussen op echte vernieuwingen, gericht op betere producten en diensten.

Uiteindelijk zijn data niet de motor van de economie. Ze zijn de olie die de motor moet laten draaien. En dat lukt nu eenmaal beter als we die olie niet in de handen laten van een klein aantal bedrijven, maar ze beschikbaar stellen als een gemeenschappelijk goed.

Ruben Verborgh, professor webtechnologie aan de Universiteit Gent

Lees verder

Tijd Connect