opinie

Een vals gevoel van veiligheid

Het dossier FNG roept volgens Ignace Van Doorselaere vragen op over de essentie van bedrijfsvoering.

Een twintigtal vennootschappen van de FNG-groep zijn maandag failliet verklaard door de rechtbank. Het ruikt niet goed, maar ik laat anderen uitspitten over wie en wat juist.

Elk moeras moet worden uitgeklaard, enkel mogelijke fraude of bewuste misleiding gestraft. Het handhaven van spelregels is essentieel voor elk systeem. Ondernemen en je nek uitsteken daarentegen dient gespaard te blijven. Risico nemen is de basis van vooruitgang, vaak door verantwoorde schulden aan te gaan met vertrouwen in morgen. Soms gaat dat mis. Wie geen littekens heeft, kan niet zeggen dat hij ooit risico nam. Elke succesvolle ondernemer herinnert zich de momenten waarop het verkeerd had kunnen lopen.

De FNG-case roept drie essentiële vragen op over veilige bedrijfsvoering. Op wiens rug valt het risico van een bedrijf?  Welke garantie biedt een raad van bestuur of toezicht eigenlijk? Wat is de waarde van een auditor die cijfers en processen goedkeurt?  

Schijnveiligheid

FNG legt ook de schijnveiligheid bloot van corporate governance. Niet codes en comités, maar een degelijk management vormt de belangrijkste garantie voor een sterk bedrijf. Een raad van bestuur komt zowat altijd te laat als het misloopt, ook al zitten daar de ‘onafhankelijke experts’ - essentieel volgens de codes. Hoeveel diepgang kan je hebben als je slechts om de twee of drie maanden een halve dag aandacht besteedt aan een bedrijf? Een sessie waar vaak een zware agenda en legio presentaties de revue passeren.

Voorts is er het belang van een goede sfeer. Entre copains?  Zijn ‘lastigaards’ overal welkom?  Wat met de profileringsdrang van sommige Statler en Waldorf-types ('The Muppet Show') met hoog stemvolume en weinig toegevoegde waarde? Een goede voorzitter helpt veel. Hoe meer aansprakelijkheid bij het uitvoerend management, des te veiliger het bedrijf. Dat zit dichter bij de knoppen. 

Waarom bestuursleden niet verplichten eigen centen te investeren in het bedrijf zodat ze de vreugde en pijn van goed en slecht beleid voelen? Dat is essentiëler dan een betaald zitje in de tribune, voorgeschreven door de code, gedekt door een aansprakelijkheidsverzekering. 

Waarom bestuursleden niet verplichten eigen centen te investeren in het bedrijf zodat ze de vreugde en pijn van goed en slecht beleid voelen?

In een onderneming moet de aandeelhouder het ultieme risico dragen; bij voorspoed vaak terecht vermogend, bij tegenspoed soms failliet. Wie onderneemt, beseft dat. Alle andere partijen hebben een lager risicoprofiel, ze verdienen minder bij succes en verliezen minder bij faling. Blijkbaar zijn er hiaten in de wetgeving waardoor bij FNG de obligatiehouders - ik ben een kleine - volledig uit het wiel worden gereden terwijl de aandeelhouder perspectief houdt op 'upside'.

Schuld verstoppen op daartoe bestemde intermediaire holdingniveaus mag geen vrijgeleide bieden aan aandeelhouders. Waarom doorprikt de wetgever de kunstmatige tussenschotten die het risicoprincipe omdraaien niet? De prospectus? Welke belegger leest ooit dat technisch zware ding volledig? Mensen rekenen op het vertrouwen in hun bankier. Als het uiteindelijk misgaat, wint de juridische technocraat die de prospectus schreef altijd. 

Auditor

Hoeveel is de handtekening van de auditor waard? Nemen ze contractueel voldoende aansprakelijkheid voor goedgekeurde cijfers of ligt die uiteindelijk bij het bedrijf zelf? Werd bij FNG op tijd aan de publieke bel getrokken over onduidelijke tussenconstructies, transacties en twijfelachtige cijfers? Voor beleggers en andere derde partijen zijn auditors de enige controle op juiste cijfers.  De wetgever moet ook hier de plicht verder aanscherpen. Wie factureert voor een dure stempel is aansprakelijk en moet mee de schade betalen. 

Wie zijn de ware verliezers? De werknemers die dagelijks hun best deden om schoenen of kledij te verkopen. Obligatiehouders die verantwoord risico namen volgens het oordeel van expert-bankiers. Minderheidsaandeelhouders die noodgedwongen verkochten. Leveranciers die loyaal zaken deden vanuit ‘de langetermijnrelatie’. Wie verliest voorlopig niet? De aandeelhouder die aan boord bleef; het bedrijf is niet weg, er is perspectief vanuit Scandinavië en via de verkoop van activa. Bankiers die nog aan tafel zitten en restanten willen binnenhalen. Nieuwe ondernemers die onderdelen gaan opkopen. Het lokale bedrijf is dood, lang leve het nieuwe lokale bedrijf. Die laatste bieden overigens hoop aan sommige werknemers, schuldeisers en klanten. Ze zijn de levenslijn van een een dynamische economie.

De verliezers leven in een formele schijnveiligheid, waarin mooie jaarverslagen, uitgekiende prospectussen, auditstempels, toezichtcomités en onvoldoende strenge wetgeving voorhouden dat ze op beide oren mogen slapen.

De verliezers leven in een formele schijnveiligheid, waarin mooie jaarverslagen, uitgekiende prospectussen, auditstempels, toezichtcomités en onvoldoende strenge wetgeving voorhouden dat ze op beide oren mogen slapen. Maar de voornaamste garantie in een bedrijf blijft de kwaliteit en verantwoordelijkheidszin van het management en de hoofdaandeelhouder, de gemeende zorg voor klant, werknemer en investeerder. Meestal tonen de cijfers nadien wel aan hoe het gaat - geen comités nodig - als we die cijfers kunnen vertrouwen.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud