opinie

Concurrentie- en privacybeleid kunnen niet los van elkaar staan

Doctoraatsonderzoeker Brussels Centre for Competition Policy (VUB en Universiteit van Warwick)

Grote digitale spelers moeten zich vanaf 6 maart houden aan een reeks verplichtingen, waarmee de EU de strijd aanbindt met oneerlijke praktijken. Daarmee erkent Europa eindelijk dat het concurrentie- en privacybeleid in digitale markten niet los van elkaar kunnen worden gezien.

Gebruikers van Facebook, Instagram en Google kregen onlangs een keuzemenu te zien dat hun expliciet toestemming vraagt om de verschillende diensten van het platform gekoppeld te houden. Die koppeling vormt een belangrijk onderdeel van hun businessmodel: ze stelt digitale spelers in staat grote hoeveelheden persoonlijke data uit verschillende ‘gratis’ diensten te combineren in een data-ecosysteem. Daardoor kunnen ze gerichtere advertenties aanbieden, wat resulteert in hogere opbrengsten.

  • De auteur
    Robin Vandendriessche is als doctoraatsonderzoeker verbonden aan het Brussels Centre for Competition Policy van de VUB en de Universiteit van Warwick, waar hij onderzoek doet naar het concurrentie- en gegevensbeschermingsbeleid van de EU. Hij heeft een eigen academisch tijdschrift, European Studies Review, en is lid van het Team Europe Direct-netwerk, opgericht door de Europese Commissie.
  • De kwestie
    Het Europese concurrentie- en privacybeleid werden lang strikt gescheiden. Zo bleek de privacy van de gebruikers geen bezwaar bij de overnames van Facebook.
  • De conclusie
    Persoonlijke data zijn ook een bron van marktmacht. Dat erkent de EU voor het eerst met de nieuwe regels voor digitale spelers.

Dat de gebruikers voor die koppeling expliciet toestemming moeten geven is een onderdeel van een reeks Europese verplichtingen waaraan de grote digitale spelers zich vanaf 6 maart moeten houden. De nieuwe regels hebben voornamelijk tot doel de concurrentie in digitale markten te bevorderen, eerder dan de privacy te beschermen. Toch zijn de twee met elkaar verbonden.

Privacy is niet alleen een fundamenteel recht voor de gebruiker, persoonlijke data zijn ook een bron van marktmacht.

Privacy is niet alleen een fundamenteel recht voor de gebruiker, persoonlijke data zijn ook een bron van marktmacht. Hoe machtiger een digitale speler, hoe minder geneigd die is een hoge mate van privacy aan te bieden. De EU lijkt dat door de strengere regels nu te erkennen.

Laks fusiebeleid

Lange tijd werden het Europese concurrentie- en privacybeleid strikt gescheiden. De algemene verordening gegevensbescherming (bekend als de GDPR-privacyregels), die in 2018 van kracht werd, veranderde daar weinig aan.

De strikte scheiding is ook te vinden in het fusiebeleid van de Europese Commissie. Die keurde de overname van WhatsApp door Facebook in 2014 probleemloos goed, zonder er rekening mee te houden dat Facebook zijn data-ecosysteem gevoelig vergrootte. Ondanks de belofte van het bedrijf de verworven data niet te combineren, gebeurde dat later toch. Met de overname verdween ook de hoge mate van privacy die de berichtendienst WhatsApp aanbood.

Privacy kan dus wel degelijk relevant zijn voor het concurrentiebeleid, maar de Commissie lijkt nog altijd te aarzelen dat bij het evalueren van fusies en overnames in overweging te nemen. Daardoor konden digitale spelers hun data-ecosystemen de afgelopen jaren flink uitbreiden. Ondanks de toenemende ongerustheid daarover, werden slechts weinig digitale overnames verboden.

Fusies en overnames

Het concurrentie- en het privacybeleid in digitale markten kunnen dus niet langer los van elkaar worden gezien. Volgens de nieuwe Europese regels moeten grote digitale spelers elke fusie of overname melden aan de Europese Commissie, ongeacht de omzet. Als daarbij voortaan wel rekening wordt gehouden met de concurrentie voor data en de rol van privacy maakt dat vollediger analyses mogelijk. Waar nodig kunnen extra voorwaarden worden verbonden aan de goedkeuring van fusies en overnames.

Het Europees Hof van Justitie legde in een uitspraak in juli 2023 een beloftevol kader vast: mededingingsautoriteiten kunnen ook inbreuken op de privacywetgeving vaststellen. Of en hoe dat concreet vorm krijgt, valt af te wachten. Wie de voortrekkers worden ook. Landen als Duitsland toonden zich al belangrijke innovators op dat vlak.

Door de rol van data zijn marktmacht en privacy in de digitale economie sterk met elkaar verweven geraakt. Om relevant te blijven en de consument optimaal te beschermen moet het handhavingsbeleid daarmee rekening houden.

Gesponsorde inhoud
Tijd Connect
Tijd Connect biedt organisaties toegang tot het netwerk van De Tijd. De partners zijn verantwoordelijk voor de inhoud.
Partnercontent
Partner Content biedt organisaties toegang tot het netwerk van De Tijd. De partners zijn verantwoordelijk voor de inhoud.