opinie

Energiebeleid is vooral slecht subsidiebeleid

Het Belgisch en Vlaams energiebeleid is er vooral een van subsidies uitdelen. Gedoseerde subsidies voor nieuwe technologie zijn sociaal-economisch terecht en wenselijk. Maar subsidies voor een matuur en marktfalendenergieaanbod verarmen de burgers.

Redacteur Bart Haeck vermeldt in zijn analyse over het energiebeleid de vele energiesubsidies (De Tijd, 29 september). België gooit met grote bedragen alsof die niet op de factuur van de elektriciteitsgebruiker belanden. Het is een van de opmerkelijk scheefgegroeide politieke uitwassen in België.

Energiesubsidies zijn een chronische ziekte. De belangrijkste uit het verleden zijn de langdurige en steeds oplopende subsidies voor de kolenwinning in Wallonië en in Vlaanderen. Die zijn in mei 1989 gestopt toen Vlaams minister Norbert De Batselier (sp.a) op basis van wetenschappelijk onderzoek de beslissing nam de laatste Kempense mijnen te sluiten.

De tweede energiesector die grote steun ontving en nog steeds ontvangt, is de kernenergie, en dat vanaf de opening in 1953 van het SCK (Studiecentrum voor Kernenergie) in Mol. Zolang het onderzoek innoverend en beloftevol was, waren het verantwoorde subsidies. Zodra het onderzoek voorbij is en de producten en de technologie ervan in de markt zijn gelanceerd, zijn blijvende subsidies geldverkwisting, sociaal en economisch onverantwoord.

Balans

Geld voor de verwerking van nucleair afval en het maatschappelijk aanvaarden van onverzekerbare risico’s zijn in strijd met het principe de vervuiler betaalt. Ze staan goede afwegingen bij de keuze van investeringen in elektrische productiemiddelen in de weg. Als glashelder blijkt dat de maatschappelijke kosten-batenbalans van kernenergie negatief is en dat de nucleaire technologen geen degelijke oplossingen voor afval en risicobeheer leveren, dan moet een overheid de subsidiekraan voor dit gevaarlijk technologisch avontuur dichtdraaien.

Niet zo in België, waar het Myrrhaproject van het SCK de komende jaren 1,6 miljard euro krijgt. Al jaren dweilt het SCK bevriende landen af om mee te doen aan het project, maar die houden hun geldbeurs gesloten.

Na de EU-richtlijn over de bevordering van hernieuwbare energie (2001) was het aan de drie Belgische gewesten (Brussel, Wallonië en Vlaanderen) om een beleid uit te stippelen. Stroom uit wind en zon halen was mogelijk. Vlaanderen had in de jaren 1980-90 met Windmaster een vooruitstrevende windmolenbouwer, wiens prestaties aan de kop van het peloton stonden. IMEC was pionier in het fotovoltaïsch onderzoek.

Verkwisting

In 2001 was steun aan beloftevolle technologieën terecht, wenselijk en mogelijk. De gewestregeringen hebben er echter een potje van gemaakt en waren potdoof voor verwittigingen uit wetenschappelijke hoek dat ze een groteske geldverkwisting aan het opzetten waren.

Door de groenestroomcertificaten is meer dan 1 miljard euro vergooid aan dubieuze biomassaprojecten zonder technologisch toegevoegde waarde. De steun voor zonnepanelen is helemaal ontspoord door veel te lang te hoge subsidies aan de investeerders toe te kennen, het gevolg van lichtzinnige beslissingen, zonder kennis van zaken. De overheid luisterde niet naar studies en rapporten die de vinger op de wonde legden en gaf geen blijk van een industriële visie.

Buitenland

Denemarken en Duitsland hebben in 2001 een industrieel technologische visie voor de ontwikkeling van wind- en zonnestroom uitgerold. Via een financiële constructie verwant met het krediet voor de bouw of aankoop van een woning, waarmee veel huishoudens vertrouwd zijn, werd de stroom van windturbines en zonnepanelen aangekocht tegen prijzen die jaarlijks werden aangepast. Die prijzen weerspiegelden de gestage vooruitgang van de technologische ontwikkeling van de afzonderlijke technieken. Deense en Duitse huishoudens betalen voor die technologische steun via de elektriciteitsrekening en klagen daar niet over. Alleen de grootindustrie en de elektriciteitsmaatschappijen hebben er zich tegen verzet en actief gesaboteerd.

Door de groenestroomcertificaten is meer dan 1 miljard euro vergooid aan dubieuze biomassaprojecten zonder toegevoegde waarde.

De wereld mag de Deense en Duitse gezinnen dankbaar zijn dat ze wind en zon, de twee beloftevolste technieken voor duurzame stroom, in tien jaar tijd tot volle rijpheid hebben gebracht. Voor beide technieken is een verdere subsidie voor de aanschaf en de installatie overbodig en nefast. Maar opnieuw is die boodschap de Belgische politici ontgaan.

Zeker, de steun voor zonnepanelen op de daken van huizen is - terecht - gestopt. Maar de Vlaamse groene certificaten zijn zo onzinnig krom dat grote projecten van bedrijven nog rijkelijk subsidies krijgen. Engie ontvangt meer dan 4 miljoen euro per jaar voor de productie van het 99MW Kristal Solar Park in Lommel. Zonnepanelen zijn een kleinschalige modulaire techniek, perfect geschikt voor daken van gebouwen. Grootschalige projecten van zonnepanelen zijn enkel gunstig om de gevestigde elektriciteitsbedrijven in de markt te houden, en dat met subsidiëring door de Vlaamse overheid.

De windparken op zee staan in de Noordzee. Ook daar is de technologie rijp genoeg om zonder subsidies stroom te produceren. In oktober 2017 zetten de bevoegde ministers een hoge borst op dat ze 3,9 miljard subsidie bespaarden door de prijsgarantie te verminderen van 125 euro/MWh naar 79 euro/MWh. Het was onduidelijk hoeveel miljard aan steun toch nog wordt toegestoken. Hopelijk wordt de Europese toelating om tot 3,5 miljard euro overheidssteun uit te trekken voor de windmolens op zee niet als een plicht beschouwd.

 

Aviel Verbruggen emeritus professor energie- en milieu-economie Universiteit Antwerp

Lees verder

Tijd Connect

Gesponsorde berichten

n