opinie

Er is nood aan een intelligenter begrotingsdebat

Kamerlid voor Groen

Een toekomstbestendige Belgische begroting is vooral eenvoudiger, groener en rechtvaardiger. Snoeien in de fiscale koterij is een belangrijke stap in die richting.

De begrotingsgesprekken zijn deze week gestart in een uitzonderlijke context. De overheidsschuld loopt op met rasse schreden en het einde van de crisis is nog niet in zicht. Anders dan haar Vlaamse evenknie begrijpt de Vivaldi-regering dat bepaalde uitgaven op dit moment onvermijdelijk zijn als we onze welvaart willen veiligstellen. Dat betekent niet dat het geld onbezonnen over de balk gegooid wordt. Voor iedere nieuwe maatregel wordt zorgvuldig bekeken of die ook bijdraagt aan de economische stabiliteit.

In de inventaris van fiscale uitgaven prijkt een rist fiscale voordelen en uitzonderingen waar dringend in gesnoeid moet worden.

Maar meer dan ooit moeten ook uitgavenposten die in het verleden gecreëerd werden de toets van de toekomst doorstaan. Dragen ze bij aan de duurzame, rechtvaardige en onafhankelijke economie die we voor ogen hebben? Zo niet, weg ermee.

Wie die oefening maakt, kan niet om de inventaris van fiscale uitgaven heen. Daar prijkt een rist fiscale voordelen en uitzonderingen waar dringend in gesnoeid moet worden.

De essentie

  • De auteur
  • Dieter Van Besien is federaal parlementslid voor Groen.
  • De kwestie
  • De federale regering is begonnen met de opmaak van de begroting van 2023.
  • Het voorstel
  • Een toekomstbestendige Belgische begroting is vooral eenvoudiger, groener en rechtvaardiger. Snoeien in de fiscale koterij is een belangrijke stap in die richting.

Neem de belastingvermindering voor huisbedienden, kortweg: de butlerbonus. Je zou zeggen dat wie een persoonlijke chef, chauffeur of au pair kan betalen, daar niet per se bij geholpen hoeft te worden door de overheid. Toch geeft die keuze recht op een mooie belastingvermindering.

In 2020 woog de butlerbonus voor een kwart miljoen euro mee op onze gezamenlijke begroting. Dat zijn kruimels naast de 50 miljard die de overheid in hetzelfde jaar uitgaf, maar onze overheid laat veel van zulke kruimels liggen. Daarvan profiteren voornamelijk mensen die helemaal geen financieel duwtje in de rug meer nodig hebben.

Uitschieter

De butlerbonus is een tot de verbeelding sprekende uitschieter, maar de inventaris van fiscale uitgaven bevat veel meer voorbeelden. Zo ging in 2020 272 miljoen euro naar een belastingvermindering voor langetermijnsparen, meer bepaald naar levensverzekeringspremies en kapitaalaflossingen.

Ook de gulle belastingregels voor grote voetbalclubs vallen op. Het voorstel van minister van Financiën Vincent Van Peteghem (CD&V) om daar iets aan te doen sneuvelde eind vorig jaar, maar zou met wat slimme aanpassingen van onder het stof gehaald kunnen worden.

Snoeien in die fiscale koterij is overigens niet alleen een kwestie van budgettaire hygiëne. Neem de woonbonus voor tweede woningen, die leidt tot oneerlijke concurrentie op de woningmarkt tussen jonge kopers die een eerste huis zoeken (en geen steun krijgen) en zij die spaargeld willen investeren in bijkomend vastgoed (en daar een bonus voor ontvangen).

Professionele diesel

Of neem de fiscale subsidies die vervuiling in de hand werken, zoals de terugbetalingen voor professionele diesel. Volgens de inventaris kostte die maatregel meer dan 914 miljoen euro in 2020, terwijl dat in 2018 nog 445 miljoen was en in 2015 184 miljoen euro. Sinds de invoering ervan in 2011 heeft die subsidie voor het gebruik van een fossiele brandstof een gat van meer dan 3,4 miljard euro geslagen in onze begroting.

De begrotingsdiscussie opvoeren als een strijd tussen politici die alleen maar meer, en anderen die alleen maar minder willen uitgeven is te kort door de bocht.

De maatregel is dus niet alleen financieel onhoudbaar. Hij is nefast voor het milieu omdat hij alleen voor diesel geldt en de vergroening van de transportsector tegenwerkt. Hij is op sociaal vlak moeilijk te verdedigen omdat gewone burgers er geen aanspraak op kunnen maken. De terugbetaling geldt alleen voor professioneel gebruik en zelfs zonder maximumbedrag. Er zijn ook negatieve effecten voor de mobiliteit: onze wegen slibben dicht. En ten slotte gebeurt de terugbetaling voor een significant deel aan buitenlandse bedrijven waarvan het personeel in België komt tanken.

De Vivaldi-regering heeft die subsidie voor professionele diesel al verminderd. Maar het zou nog veel doeltreffender en goedkoper zijn om Belgische bedrijven en chauffeurs steun te geven voor het realiseren van een modal shift en het vergroenen van het wagenpark. Het zou een voorbeeld zijn van hoe we in crisistijden onze uitgaven zo gericht mogelijk inzetten. Op een manier die én onze bedrijven steunt, én een duurzame mobiliteit garandeert.

Langs de politieke zijlijn zal er in de komende dagen veel geroepen worden over hoe de groeiende staatsschuld onze toekomst hypothekeert. Maar het is te kort door de bocht om de begrotingsdiscussie op te voeren als een strijd tussen politici die alleen maar meer, en anderen die alleen maar minder willen uitgeven.

We staan in het komende decennium voor gigantische uitdagingen. De crisis dwingt ons tot hogere uitgaven, terwijl we de staatsfinanciën in dezelfde tijdspanne moeten klaarstomen voor de vergrijzing. In die context is er nood aan een intelligenter begrotingsdebat, waarin we nauwkeurig afwegen welke uitgaven wel en welke niet nodig zijn.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud