opinie

Er zijn betere ideeën dan een taaltest voor kleuters

Ben Weyts, de nieuwe onderwijsminister, wil in alle derde kleuterklassen een taaltest invoeren. Het lijkt te getuigen van daadkracht, maar het gaat vooral om een uniforme taaltest die een probleem wil vaststellen maar geen zinvolle oplossingen aanreikt. Dat lijkt ons wel het laatste waar kleuterleraren op zitten te wachten.

Door Laure Evers, Sara Callens, Karen Burvenich, Liselotte Vandenbussche, Stijn De Paepe, Marc Houtekier en Veerle Martens, taaldocenten en coördinator van de opleiding bachelor in het kleuteronderwijs van Arteveldehogeschool

Volgens ons zijn er veel dringender noden, die eveneens tegemoetkomen aan de taalontwikkeling van anderstalige kinderen. Herinnert u zich nog de resultaten van het jongste Pisa-onderzoek naar de kunde van onze kroost op het vlak van begrijpend lezen? Hoe vormen we een lerarenkorps dat het belang van leescultuur en verhalen kent en vertellen hoog houdt in een wereld die steeds digitaler wordt? Een krachtdadig leesbeleid dat inzet op een hedendaagse leescultuur, op alle niveaus van het onderwijs, dat lijkt ons een vruchtbare piste.

Ons systeem rekent uit dat we per leerkracht gemiddeld genomen 22 kleuters aan moeten kunnen. Daar iets aan verhelpen, dat zou nog eens een maatregel zijn die een verschil kan maken

Nog een idee? De al lang klinkende roep om extra personeelsinzet in het kleuteronderwijs bijvoorbeeld. In Denemarken, waar men graag naar verwijst als gidsland, zorgt één begeleider er voor vijf kinderen in de leeftijdsgroep van 2 tot 6. Ons systeem rekent uit dat we per leerkracht gemiddeld genomen 22 kleuters aan moeten kunnen. Daar iets aan verhelpen, dat zou nog eens een maatregel zijn die een verschil kan maken.

Ook er is nood aan het delen en doorgeven van positieve onderwijservaringen van scholen met kinderen die een andere thuistaal dan het Nederlands hebben. Want die positieve ervaringen zijn er wel degelijk. Heel veel kinderen die thuis geen Nederlands spreken doen het prima op school. Toegegeven, soms zijn het verhalen van lange adem en veel vallen en opstaan. Verhalen die soms moeite hebben om de media te halen. Verhalen waarin nuances de bovenhand halen, en die niet samen te vatten zijn in een snelle slogan.

In scholen waar een team al jarenlang met gezinnen werkt, die andere culturele origines doen rijmen met Antwerpse, Brusselse, Gentse, Genkse en vele andere lokale cultuurelementen, is er intussen een mooi corpus aan ervaring en kunde gegroeid. Hoe zorgen we ervoor dat die ‘good practices’ de ronde doen in Vlaanderen? Dat er vertrouwen kan groeien bij leerkrachten die het nu moeilijk hebben om de taalweg voorwaarts te zien? Ondersteuning van dat proces, dat zou pas een échte versterking betekenen.

Averechts

Taalexperts, onderzoekers, directeurs en heel wat kleuterleerkrachten zijn het er immers over eens: kleuters testen op vijfjarige leeftijd, en op basis van die testresultaten kinderen ‘apart’ benaderen of trainen in taalvaardigheid werkt averechts met het oog op een goede taalontwikkeling. Waar is het onderzoek van binnen- of buitenlandse experts dat zou aantonen dat testen en apart remediëren zinvol is voor anderstalige kinderen die al een poos meedraaien in ons onderwijs?

Als een kleuterklas goed gerund wordt, dan is die klaswerking een taalbad op zich, in de meest natuurlijke zin van het woord: kinderen leren al doende, van de leerkracht én van mekaar. Het is de essentie van hoe kinderen een taal leren. Hen isoleren van de klasgroep zorgt voor een stempel van ‘taalachterstand’ die ze, in het slechtste geval, nog jaren meezeulen. En dat terwijl ze eigenlijk de tijd aan het nemen zijn om meertalig te worden, een proces waarvan is aangetoond dat het minstens zeven jaar in beslag neemt, maar dat het op lange termijn wel tot méér hersenverbindingen en taalinzicht leidt.

Waar is het onderzoek van binnen- of buitenlandse experts dat zou aantonen dat testen en apart remediëren zinvol is voor anderstalige kinderen die al een poos meedraaien in ons onderwijs?

Het is net onze taak om met dat kapitaal in het onderwijs aan de slag te gaan. We verwijzen graag naar wat Marinella Orioni in haar boek ‘Het meertalige kind’ schreef: waar gaan we naartoe als we van onze eentalige kinderen meertalige kinderen proberen te maken (Frans, Engels …) en van onze meertalige kinderen eentalige kinderen? Bovendien is het een illusie te denken dat een leerling op een paar maanden of een jaar een zogenaamde ‘taalachterstand’ kan inhalen in een taalbadklas. Taalverwerving verloopt zo grillig en individueel dat het niet past in een voorbestemd hokje.

Taalbadklassen zijn natuurlijk een gekende en beproefde praktijk, zij het in de context van de opvang van anderstalige nieuwkomers: kinderen die rechtstreeks uit een ander land of cultuur als nieuwelingen in ons onderwijs terecht komen. Voor hen is die OKAN-praktijk zeker zinvol, als ze niet terecht kunnen in het kleuteronderwijs (waar in principe elke klas een taalbad zou moeten zijn). Deze praktijk zomaar transfereren naar alle anderstalige kinderen in ons kleuteronderwijs, leidt ons echter verder weg van huis.

Thuistaal

Tot slot nog een woord over de plaats van thuistalen in ons Nederlandstalig onderwijs. Elk onderzoek terzake toont aan dat het goed beheersen van de eigen thuistaal de kwaliteit van het Nederlands ten goede komt. Het lijkt misschien onlogisch voor wie zich niet beroepsmatig in taalverwerving heeft verdiept, maar het klopt. Taal is een constructie in de hersenen en onze moedertaal vormt daar het fundament van.

Het is cruciaal dat we onze leerkrachten laten doen waar ze goed in zijn: in team zoeken naar lespraktijken en onderwijsvormen die ervoor zorgen dat kinderen stappen zetten naar een beter Nederlands

Natuurlijk is er extra druk ontstaan op de kleuterklaspraktijk door het stijgende aantal kleuters dat thuis geen Nederlands spreekt, en zitten sommige leerkrachten met de handen in het haar. Net daarom is het cruciaal dat we onze leerkrachten laten doen waar ze goed in zijn: in team zoeken naar lespraktijken en onderwijsvormen die ervoor zorgen dat kinderen stappen zetten naar een beter Nederlands. Een extra test, zonder uitzicht op ondersteunende maatregelen die zinvol zijn, zorgt voor meer planlast en meer stress. Daar is niemand bij gebaat.

We bepleiten rotsvast meer taal, meer kennisdeling en meer middelen, die ervoor zorgen dat we tijd en aandacht kunnen besteden aan elk van die leerlingen en hun taalontwikkeling. Een investering die we dubbel en dik terugbetaald krijgen aan het einde van de onderwijs- en levensrit. De complexe situatie willen ‘oplossen’ door het voorstellen van een ogenschijnlijk eenvoudige maatregel, is intellectueel oneerlijk. Er zijn betere en constructievere manieren om aan taal en onderwijs te bouwen. Dat zien we immers elke dag gebeuren, in onze kleuterklassen.

Lees verder

Tijd Connect

Gesponsorde berichten

n