opinie

Europa moet ophouden militaire worm te zijn

Met alle Europese lidstaten samen hebben we het grootste leger ter wereld, maar we kunnen dat nauwelijks inzetten. Europa moet zelf voor zijn defensie kunnen instaan, met minder versnippering, een eigen budget en een Europees commissaris voor Defensie, schrijven Wouter Beke en andere christendemocratische lijsttrekkers uit de Benelux.

De iconische Britse politicus Winston Churchill pleitte in 1950 in de pas opgerichte Raad van Europa voor een Europees leger. Nadat het nazisme en het fascisme waren verslagen, bedreigde het oprukkend communisme het vrije Europa. In juni van dat jaar viel het communistische Noord-Korea Zuid-Korea binnen. Eenzelfde scenario voor West-Duitsland was niet ondenkbaar en in het Westen gingen alle alarmbellen af. De Verenigde Staten voerden de druk op: ze wilden niet langer alleen instaan voor de verdediging van Europa. 

De Franse eerste minister René Pleven legde het plan-Pleven op tafel: met een gemeenschappelijk leger kon de pas opgerichte Bondsrepubliek Duitsland worden verdedigd. Het plan stelde de oprichting van een Europees leger voor, bestaande uit 40 divisies met Franse, Duitse, Italiaanse, Belgische, Nederlandse en Luxemburgse troepen. Pleven noemde dat de ‘Europese defensiegemeenschap’. Daar tegenover zou een ‘Europese politieke gemeenschap’ moeten staan, die het gezamenlijk Europees buitenlands beleid zou bepalen.

  • De auteurs
    Wouter Beke is Europees lijsttrekker voor CD&V. Tom Berendsen is dat voor het Nederlandse CDA, Christophe Hansen voor de Luxemburgse CSV, Yvan Verougstraete voor Les Engagés en Pascal Arimont voor de Duitstalige CSP.
  • De kwestie
    Met alle Europese lidstaten samen hebben we het grootste leger ter wereld, maar we kunnen dat nauwelijks inzetten.
  • De conclusie
    Europa moet zelf voor zijn defensie kunnen instaan, met minder versnippering, een eigen strategie en budget, een Europees commissaris voor Defensie en beslissingen in de Raad waarvoor geen unanimiteit nodig is.

Toen Stalin stierf en de Koreaanse oorlog tot een wapenstilstand leidde, verminderde de communistische dreiging. In 1954 zag de partij van Charles de Gaulle zijn kans schoon het plan voor een Europese defensiegemeenschap te kelderen. Het Franse leger verwikkeld in conflicten in de Franse overzeese gebieden zoals Indochina (Vietnam) en Algerije en had geen pottenkijkers nodig.

Resultaat: in plaats van een Europese defensiegemeenschap op te richten traden West-Duitsland en Italië toe tot de NAVO en werden ze onder die paraplu geremilitariseerd.

Eigen boontjes doppen

Het niet uitbouwen van een Europese defensiegemeenschap is een gemiste kans gebleken. ‘Europa is een economische reus, een politieke dwerg en een militaire worm’, zei gewezen premier Mark Eyskens in 1991. De situatie is intussen niet verbeterd: het vredesdividend is opgebruikt. Conflicten aan de grens van Europa (Oekraïne, Gaza...) bedreigen onze veiligheid. De Amerikanen stellen zich hoe langer hoe meer op zoals begin jaren 50: de Europeanen moeten hun eigen boontjes leren doppen. De NAVO verdraagt niet langer een Europese hangmat met scheefgetrokken verhoudingen in defensie-uitgaven. De Verenigde Staten besteden 877 miljard euro aan defensie. De Europese lidstaten - met in totaal meer inwoners - rond 200 miljard.

We hebben met alle Europese lidstaten samen het grootste leger ter wereld, maar we kunnen maar 10 procent effectief inzetten van wat de Amerikanen kunnen inzetten.

De Europese defensie-uitgaven zijn intussen gestegen en zijn dubbel zo groot als de Russische en even groot als de Chinese. We hebben met alle Europese lidstaten samen het grootste leger ter wereld (zo’n 2 miljoen soldaten), maar door een gebrek aan efficiëntie kunnen we maar 10 procent effectief inzetten van wat de Amerikanen kunnen inzetten. 

Dat is ook te wijten aan de grote versnippering van de defensie-uitgaven: de Amerikanen hebben één type battle tank, Europa heeft er 17. De Amerikanen hebben 30 soorten wapensystemen, de Europeanen 180. We kunnen het tienvoud van de Belgische defensie-uitgaven in efficiëntie winnen als we de Europese uitgaven op elkaar afstemmen.

Onder impuls van de Europese Volkspartij (EVP) is een European Defence Industrial Development Programme opgericht met het oog op een zelfredzame Europese defensie-industrie. Daarvoor wordt tot 2027 zo’n 8 miljard euro uitgetrokken. De opvolger van de F-35, het SCAF-gevechtsvliegtuig, wordt voorbereid via een Frans-Duits-Spaanse samenwerking. Net zoals Europa Airbus nodig had om het monopolie van het Amerikaanse Boeing te doorbreken, heeft Europa nu nood aan een eigen defensie-industrie om niet langer louter afhankelijk te zijn van het Amerikaanse militair-industriële complex.

Als we in Europa op het vlak van defensie iets willen betekenen is het better together, beter samen. Voormalig secretaris-generaal van de NAVO Paul Henri Spaak zei ooit: ‘In Europa zijn er alleen maar kleine landen. Het enige verschil is dat er landen zijn die dat weten en landen die dat nog niet weten.’ Dat is op het vlak van defensie meer dan ooit het geval.

Commissaris voor Defensie

Naast de ontwikkeling van het European Defence Industrial Development Programme moet de volgende Europese Commissie een volwaardige commissaris voor Defensie krijgen. We moeten de ambitie hebben op zijn minst 0,5 procent van het Europese bruto binnenlands product (bbp) in een Europees defensiebudget te steken. Alleen zo zal er een Europese defensiestrategie - binnen de NAVO - komen en kunnen we tegen 2030 geïntegreerde Europese land-, lucht- en zeemachten en een gezamenlijke defensie voor cyberveiligheid of de ruimte vormen. Alleen zo kunnen we tegen 2030 een echte Europese Defensie-unie bereiken.

Ten slotte moeten we in de Raad (de vergadering met de vakministers van de 27 lidstaten) over het buitenlands, veiligheids- en defensiebeleid meer kunnen beslissen met bijzondere meerderheid in plaats van unanimiteit en zou dat beleid sterk gebaat zijn bij de oprichting van een Europese Veiligheidsraad, die de Unie toelaat sneller en adequater te reageren op internationale crisissen en conflicten.

Gesponsorde inhoud
Tijd Connect
Tijd Connect biedt organisaties toegang tot het netwerk van De Tijd. De partners zijn verantwoordelijk voor de inhoud.
Partnercontent
Partner Content biedt organisaties toegang tot het netwerk van De Tijd. De partners zijn verantwoordelijk voor de inhoud.