opinie

Europees herstelplan komt met hoge politieke prijs

Angela Merkel en Emmanuel Macron hebben hun Europese toekomstvisie maar gedeeltelijk kunnen waarmaken, door pijnlijke toegevingen aan ‘zuinige’ en ‘autoritaire’ lidstaten. En ook ten koste van de langetermijntoekomst van de EU en de financiële slagkracht van haar instellingen.

Matthias Matthijs ©rv

Als voorstander van Europese integratie is het moeilijk niet enthousiast te zijn over het kersverse Europese herstelplan. Het akkoord dat Charles Michel, met de expliciete hulp van Angela Merkel en Emmanuel Macron, kon smeden tussen de 27 EU-leiders in de vroege uurtjes op dinsdag oogt zowel historisch als ambitieus. Dat is zeker het geval als we Michel zijn deal van 750 miljard euro vergelijken met wat in de lente in Brussel op tafel lag. Toen waren individuele lidstaten, in volle coronapaniek, druk bezig hun grenzen te sluiten en nationale exportverboden uit te vaardigen voor mondmaskers en beademingstoestellen. Ook al was het fake news, het leek wel even alsof Italië en Spanje toen op meer solidariteit konden rekenen uit China of Rusland dan uit Duitsland of Frankrijk.

Vredesproject

Achter de nieuwe EU-faciliteit voor herstel en weerbaarheid - goed voor een slordige 390 miljard euro - zitten twee belangrijke innovaties die aantonen dat Europese leiders de lessen van de eurocrisis hebben geleerd. Ten eerste is het een symbolische stap voorwaarts voor de EU dat het fonds volledig wordt gefinancierd door de uitgifte van obligaties door de Europese Commissie zelf. De EU-instellingen konden al schulden aangaan op de financiële markten, maar nooit op zo’n grote schaal. Het komt neer op die langverwachte euro-obligatie waar Berlijn altijd weer opnieuw een stokje voor stak, ook al is het eenmalig.

Er is nu een expliciet solidariteitsmechanisme tussen Noord- en Zuid-Europa, en dat steekt iedereen die het vredesproject van nauwe samenwerking tussen EU-lidstaten toejuicht een hart onder de riem.

Ten tweede is het voor Europa betekenisvol dat het geld zal worden verdeeld onder de lidstaten die het zwaarst getroffen zijn door de pandemie - lees Italië en Spanje - en wel in de vorm van beurzen (of ‘giften’, zoals men in Nederland zegt) in plaats van lage leningen. Er is nu een expliciet solidariteitsmechanisme tussen Noord- en Zuid-Europa, en dat steekt iedereen die het vredesproject van nauwe samenwerking tussen lidstaten van de EU toejuicht een hart onder de riem.

Maar het akkoord komt met een hoge prijs. Dat prijskaartje is niet zozeer in nationale euro’s uit te drukken, zoals premier Mark Rutte in Nederland en kanselier Sebastian Kurz in Oostenrijk het graag spelen. Macron en Merkel hebben hun toekomstvisie voor de EU maar gedeeltelijk kunnen waarmaken door pijnlijke toegevingen te doen aan de kleinere ‘zuinige’ lidstaten in het noorden (Nederland, Oostenrijk en Scandinavië), de nieuwere ‘autoritaire’ lidstaten in het oosten van Europa (Hongarije en Polen), maar ook ten koste van de langetermijntoekomst van de EU zelf en van de financiële slagkracht van haar instellingen.

Transfer

Terwijl het EU-herstelfonds ongetwijfeld een budgettaire transfer betekent van het rijkere noorden naar het armere zuiden, heeft Rutte dat maar toegelaten mits er een institutioneel mechanisme is van ‘lidstaat-tot-lidstaat peer review’. Dat wil zeggen dat de Nederlandse of de Deense regering de coronaherstelplannen van de Italiaanse of Spaanse regering nauw onder de loep mag nemen en aan de kaak stellen als ze er budgettaire graten in ziet.

De giftige dynamiek van noordelijke ‘heiligen’ en zuidelijke ‘zondaars’ kan weer op gang komen. Dat is koren op de molen van eurosceptische politieke partijen in zowel noord als zuid.

Een lidstaat kan ook aan de noodrem trekken als men een andere lidstaat ervan verdenkt zich niet volledig aan de spirit van het herstelfonds te houden. In principe is dat eigenlijk niet problematisch, maar zulke mechanismen moeten gezien worden in de bredere politieke context van de bittere noord-zuidtegenstelling tijdens de voorbije eurocrisis. De giftige dynamiek van noordelijke ‘heiligen’ en zuidelijke ‘zondaars’ kan zo weer op gang komen. Dat is koren op de molen van eurosceptische politieke partijen in zowel noord als zuid.

Democratie

Het is ook duidelijk dat de langverwachte link tussen budgettaire transfers van de EU en respect voor de rechtsstaat en democratische principes er niet komt. Zowel de Hongaar Viktor Orbán als Pools premier Mateusz Morawiecki dreigden hun veto te stellen tegen het akkoord als er te strenge politieke voorwaarden aan verbonden waren. Merkel beloofde Orbán zelfs dat ze haar Duits voorzitterschap van de EU deze herfst zou gebruiken om snel een einde te maken aan de Artikel 7-procedure, waarin Hongarije verwikkeld zit wegens inbreuken tegen fundamentele EU-rechten zoals de persvrijheid en de scheiding der machten. Dat zal alleen de politieke breuklijn in de EU tussen westen en oosten verder aanscherpen, zeker nu Andrzej Duda herverkozen is als Pools president.

Er zijn veel goede ideeën naar voren geschoven - een digitaks, een plastictaks, een CO2-grensbelasting - maar geen concrete engagementen.

Op vraag van ‘vrekken’ Rutte en Kurz ging het vrijwaren van het totaalbedrag in de beurzen van het EU-herstelfonds ook ten koste van echte Europese publieke goederen, waarin zwaar werd gesnoeid. In het originele plan van de Commissie stond 500 miljard euro aan beurzen, inclusief extra geld voor Horizon EU (wetenschappelijk onderzoek), Invest EU (strategische investeringen op lange termijn) en de transitie naar een groenere economie. Maar de hamvraag van het herstelfonds blijft hoe de Europese Commissie die schulden op termijn gaat terugbetalen. Er zijn veel goede ideeën naar voren geschoven - een digitaks, een plastictaks, een CO2-grensbelasting - maar geen concrete engagementen. En ja, het Europees Parlement moet nog altijd zijn zegen geven, en dat belooft niet van een leien dakje te lopen. Het is dus te vroeg om victorie te kraaien.

Lees verder

Gesponsorde inhoud