opinie

Euthanasieproces verengd tot keuze voor of tegen de wet

Het euthanasieproces had moeten gaan over de vraag of de euthanasiewetgeving gerespecteerd werd naar aanleiding van het euthanasieverzoek van Tine Nys. Het werd echter herleid tot een keuze voor of tegen de wet zelf.

In het euthanasieproces heeft de jury heeft zich uitgesproken over de schuldvraag van de drie vervolgde artsen. Recht is geschied. Het arrest van de jury is uw arrest en is mijn arrest. Daar is niets op af te dingen en daar wil ik ook geen afbreuk aan doen. Maatschappelijk valt uit de lezing van het arrest niet veel te leren. Uit het proces dat eraan vooraf ging des te meer. Een aantal lessen komt echter niet aan bod. Ik licht er twee uit.

Joris Van Cauter ©Photo News

De eerste les betreft de kwaliteit van de wet en de controle erop. Uit het proces is immers duidelijk gebleken dat uit de benaming ‘Federale Controle- en Evaluatiecommissie Euthanasie’ de woorden controle en evaluatie beter geschrapt worden. Er is noch controle, noch evaluatie. De procureur-generaal berekende dat de ‘controle’ per dossier op een vergadering van de commissie ongeveer 45 seconden duurde.

Een controle post mortem overigens. Wanneer dan al een zware fout zou worden vastgesteld (bijvoorbeeld: er was geen verzoek tot euthanasie), dan is het voor de man of vrouw in kwestie te laat. De kans dat dit zou worden vastgesteld is overigens erg klein, gelet op de aard van de controle. De commissie krijgt het (wettelijk verplichte) schriftelijk verzoek tot euthanasie immers niet te zien. Ze gaat ervan uit dat wanneer de arts schrijft dat het verzoek er is, het er ook effectief is.

Autocontrole

Een systeem van ‘autocontrole’, noemde Wim Distelmans het tijdens het proces. De ‘zelfcontrole’ van Distelmans is gebleken uit het proces: voorafgaand aan de euthanasie had hij contact met de familie en een adviserend geneesheer, na de euthanasie zat hij samen met de familie, de artsen en was hij in kennis van de tapes waaruit blijkt dat een van de (verplichte) adviserende geneesheren zegt geen advies te hebben gegeven. Dat alles verhinderde Distelmans niet om als covoorzitter van de commissie te oordelen over een zaak waarin hij zelf betrokken was als partij. Rechter in eigen zaak, het is voor de artsen die deel uitmaken van de commissie geen probleem.

Ook onder de radar gebleven is het feit dat artsen ‘briefjes’ schrijven die dienstig zijn voor een euthanasie, in de gedachte dat er toch nog een voorafgaande controle van de orde van geneesheren is. Geruststellende gedachte uiteraard, wel jammer dat zo’n controle niet bestaat. Dat op dergelijke ongecontroleerde manier over mensenlevens beslist wordt is ronduit onrustwekkend. Dat iedere vraag tot evaluatie wordt afgewimpeld of herleid tot een uitbreiding van het toepassingsgebied van de wet zou wenkbrauwen moeten doen fronsen.

Etienne Vermeersch stelde voor om voor psychisch lijden een wachttermijn van 6 maanden te voorzien in de wet

Waarom deinst men terug voor een echte controle? Die vraag verdient een echt antwoord. En liefst in volle openheid, bijvoorbeeld door alle dossiers van de commissie ter beschikking te stellen van een onderzoekscommissie die dan verslag uitbrengt over hoe de wet de voorbije 18 jaar is toegepast en gecontroleerd. Durven de voorstanders van het status quo deze uitdaging aan? Of vervalt men terug in het discours dat al wie zich vragen stelt bij een regelgeving die geen enkele effectieve controle toelaat, per definitie ook gekant is tegen euthanasie in alle omstandigheden, en dus een reactionair is die eigenlijk geen recht van spreken heeft?

Zo karikaturaal is het er de laatste tijd aan toegegaan. Een proces dat diende te gaan over de vraag of de euthanasiewetgeving gerespecteerd werd naar aanleiding van het euthanasieverzoek van Tine Nys, werd herleid tot een keuze voor of tegen de wet zelf. Terwijl de nabestaanden van Tine enkel de toepassing van die wet vroegen, werden ze paradoxaal genoeg voorgesteld als tegenstanders ervan. Een retorische drogreden, zou oud als een Griekse straat maar in de Belgische media toch niet doorprikt.

Vermeersch

Een tweede les brengt ons bij Etienne Vermeersch. In een interview in Knack (30 oktober 2017) stelde hij voor om voor psychisch lijden een wachttermijn van 6 maanden te voorzien in de wet. In het geval van Tine was er tussen haar autismediagnose en haar euthanasie ongeveer anderhalve maand verstreken. Onbegrijpelijk kort voor haar familie, maar niet onwettelijk. De voorbije weken hoorde ik talloze verhalen van mensen voor wie de dood tijdelijk een aanlokkelijke uitweg was, maar die er met tijd en zorg toch zijn uitgeraakt. Vaak mensen die zoals Tine een autismediagnose te verwerken kregen maar vandaag een waardevol leven leiden.

Die getuigenissen bevestigen de gedachte van Vermeersch dat een snelweg naar de dood bij psychisch lijden gevaarlijk is. Kiezen voor de dood kan je maar één keer. Dat daar even de tijd voor genomen wordt lijkt evident maar is het niet. Er is geen tijd. En voor velen ook geen zorg.

Lees verder

Gesponsorde inhoud