opinie

Excellentie en gelijke kansen sporen samen

Excellentie en gelijke kansen in het onderwijs hoeven elkaar niet uit te sluiten. Als links en rechts elkaar daarin kunnen vinden, kunnen ze samen uitzoeken wat het geheim is van de uitstekende scholen en een beleid uitstippelen dat alle scholen naar dat niveau tilt.

Door Ides Nicaise, hoogleraar onderwijs en samenleving bij HIVA-KU Leuven, Jan Schoukens, wiskundeleraar en leerlingbegeleider in het Sint-Tarcisiusinstituut van Zoutleeuw, en Emilie Franck, Marie Sklodowska-Curie fellow aan HIVA

De N-VA wil af van de fetisj van het ‘verkeerd begrepen gelijkekansenbeleid’ en wil opnieuw inzetten op excellent onderwijs. Daarmee bedoelen ze de neerwaartse nivellering, volgens de partij de oorzaak waarom onze Vlaamse bollebozen minder goed presteren dan vroeger. Het oorzakelijk verband is nergens bewezen, maar goed: als dat zou kloppen, zijn wij daar ook tegen, net zoals iedereen waarschijnlijk.

Ides Nicaise ©Photo News

De vraag is wat ‘juist begrepen’ excellentie en gelijke kansen dan betekenen. Volgens collega Jean Hindriks van de UCLouvain laat een excellente school haar leerlingen ver boven de verwachtingen laat presteren. Die verwachte prestaties definieerde hij als ‘wat je van leerlingen verwacht op basis van hun sociale herkomst’.

Inderdaad: of je het nu graag hoort of niet, de beste voorspellers van de schoolse prestaties zijn nog altijd het opleidingsniveau van de ouders en de thuistaal. Excellent onderwijs doet dus zoveel mogelijk leerlingen zo ver mogelijk uitstijgen boven de grenzen van hun sociale en etnische herkomst.

Excellente leerlingen

Die definitie inspireerde ons tot de volgende oefening. Met een representatieve steekproef van 15-jarige Vlaamse leerlingen voerden we een regressie-analyse uit die het prestatieniveau op wiskundetoetsen relateert aan hun sociale en etnisch-culturele achtergrond. Vervolgens selecteerden we degenen die meer dan een standaarddeviatie boven de regressielijn presteerden en noemden die ‘excellente leerlingen’. Het gaat om ongeveer 15 procent van de leerlingen. Je kan de lat hoger leggen en dan een kleiner percentage excellente leerlingen bekomen: dat is een kwestie van conventie.

Echte excellente scholen zijn scholen die - ongeacht de sociale herkomst van hun leerlingen - door uitstekend onderwijs resultaten boeken die een heel eind boven de verwachtingen liggen.

Het interessante van die definitie is dat ze sociaal neutraal is: er zitten ongeveer evenveel excellente leerlingen in alle sociale milieus. Die leerlingen zijn dus (vanuit een ‘juist begrepen’ excellentieperspectief) niet alleen zij die zich van in de wieg in ideale omstandigheden hebben kunnen ontwikkelen omdat hun ouders rijk en hoogopgeleid zijn. Het zijn de jongeren die, rijk of arm, hun talenten combineren met serieuze inspanningen.

Excellente scholen

In een volgende stap zochten we in de steekproef naar de excellente scholen: dat zijn de scholen die hun leerlingen gemiddeld meer dan één standaardafwijking boven de verwachtingen doen uitstijgen. Ook hier gaat het om ongeveer 15 procent van de scholen. Maar wat blijkt? Het gaat niet alleen om witte ASO-scholen, integendeel. De betere scholen zijn gespreid over alle onderwijsvormen en ze hebben een divers publiek. Er zitten verhoudingsgewijs dubbel zoveel anderstalige leerlingen dan in de doorsnee Vlaamse school - en het zijn geen internationale scholen.

Als het beleid de beste scholen beloont, kan dat een positieve spiraal opwekken die ook kansarme leerlingen ten goede komt.

Bovendien doen die scholen het ook op het vlak van gelijke kansen beter: de toetsresultaten zijn minder sterk beïnvloed door de sociale herkomst van de leerlingen.

Het zijn met andere woorden geen elitescholen die uitblinken omdat ze de meest kansrijke leerlingen hebben geselecteerd. Echte excellente scholen zijn scholen die - ongeacht de sociale herkomst van hun leerlingen - door uitstekend onderwijs resultaten boeken die een heel eind boven de verwachtingen liggen.

Opwaarts nivelleren

Tegelijk is het duidelijk dat goede gelijkekansenscholen niet neerwaarts nivelleren (zo zullen er misschien ook wel bestaan), maar opwaarts. Excellentie en gelijke kansen in het onderwijs kunnen perfect samengaan.

Als men elkaar daarin kan vinden, kunnen links en rechts samen uitzoeken wat het geheim is van die excellente scholen, en een beleid uitstippelen dat het volledige onderwijs naar dat niveau tilt. Als er ooit centrale examens komen, zullen het met onze criteria niet (alleen) elitescholen zijn die het label excellent krijgen. Er zullen ook heel wat gelijkekansenscholen bij zijn. Als het beleid de beste scholen beloont, kan dat een positieve spiraal opwekken die ook kansarme leerlingen ten goede komt.

Ten slotte toch nog dit: naast het streven naar excellentie blijft het de verdomde plicht van alle scholen om alle leerlingen de eindtermen te laten halen. Dat is geen kwestie van ‘verkeerd begrepen prioriteiten’, maar van grondrechten.

Lees verder

Gesponsorde inhoud