opinie

Exportgerichte bedrijven hebben geen concurrentieprobleem

Economisch adviseur bij het ABVV

Belgische bedrijven die naar het buitenland exporteren hebben geen concurrentieprobleem. De exportgerichte bedrijven halen uitzonderlijk hoge winstmarges.

Een studie van de Nationale Bank zou aantonen dat Belgische bedrijven het almaar moeilijker krijgen om te concurreren met het buitenland. De winstmarge van de ‘typische’ Belgische onderneming stagneert of daalt zelfs door de snel stijgende kosten. Dus vakbonden moeten niet zeuren. Maar het is opmerkelijk dat de Belgische bedrijven die moeten concurreren met het buitenland in deze studie grotendeels worden genegeerd.

De onderzoeksvraag van de studie in de Nationale Bank is oprecht, maar meer dan de helft van de Belgische economie wordt buiten beschouwing gelaten.

De globale macro-economische cijfers van de Nationale Bank tonen al geruime tijd aan dat de winstgevendheid van de Belgische bedrijven historisch hoog is. Dat vormt voor de vakbonden een belangrijk argument in hun verdediging van de indexering en hun eis om de wet op het concurrentievermogen (de wet van 1996) te hervormen. De cijfers over de marges doen bij de werkgeversorganisaties al maanden de tanden knarsen. De studie die de Nationale Bank maandag publiceerde, lijkt in eerste instantie het macro-economische verhaal te nuanceren en de werkgevers gelijk te geven.

De onderzoeksvraag van de studie is oprecht: wat is de situatie van een typische Belgische onderneming? De onderzoekers nemen de mediaan als uitgangspunt en houden daarom geen rekening met de 1 procent best presterende bedrijven uit de studie, omdat die het beeld zouden vertekenen. Een lezer zou er snel over gaan, mochten de auteurs niet zelf aangeven dat die 1 procent meer dan de helft van de toegevoegde waarde van de Belgische economie vertegenwoordigt. U leest het goed: meer dan de helft van de Belgische economie wordt buiten beschouwing gelaten.

De essentie

  • De auteur
  • Lars Vande Keybus is economisch adviseur bij het ABVV.
  • De kwestie
  • Volgens een studie van de Nationale Bank hebben de bedrijven in België die met het buitenland concurreren een concurrentieprobleem.
  • De conclusie
  • Dat klopt niet en bovendien worden de Belgische bedrijven die moeten concurreren met het buitenland in deze studie grotendeels genegeerd.

Superpresteerders

Het beeld wordt opgehangen alsof die ‘1 procent’ slechts enkele beursgenoteerde 'superpresteerder's zijn, de AB InBevs en Solvays van deze wereld. Dat is niet het geval. 1.700 ondernemingen, elk met meer dan 250 werknemers, blijven onderbelicht in de studie. Ze vertegenwoordigen bijna 1 miljoen werknemers, een derde van de werknemers in de privésector. Maar belangrijker is dat het net de bedrijven zijn die de ruggengraat vormen van de Belgische exportmachine, van het concurrentievermogen.

En daar schuurt de studie. De loonvorming in België is ingedamd onder het mom van concurrentievermogen, van exportgerichtheid. Om te kunnen concurreren met het buitenland mogen de kosten van binnenlandse exportgerichte bedrijven niet uit de hand lopen. Anders dreigt dat te wegen op de winstmarges van exportgerichte bedrijven en zouden ze hun productie elders kunnen onderbrengen.

Nu blijkt dat de bedrijven waarvoor de wet op het concurrentievermogen geschreven werd, de 1 procent, het net uitzonderlijk goed doen op het vlak van winstgevendheid. En dat terwijl de lonen van de werknemers in die bedrijven niet meestijgen met hun productiviteit. De studie toont met andere woorden het omgekeerde aan van wat ze beoogt: de bedrijven in België die met het buitenland concurreren, hebben helemaal geen concurrentieprobleem. De exportgerichte bedrijven halen uitzonderlijk hoge winstmarges.

En wat met de rest van de economie? In België zijn er zowat 190.000 ondernemingen met personeel, maar een klein aantal is voldoende groot om ook de exportmarkt op te gaan. Zo'n 4 procent daarvan, 7.400 ondernemingen, heeft meer dan 50 werknemers in dienst. Een studie die de mediaan als uitgangspunt neemt om de winstmarge en dus ook de concurrentiekracht van de Belgische economie te beoordelen, negeert dus net die bedrijven die ze onder de loep wil leggen. De bedrijven die de studie als referentie neemt, zijn wellicht niet de meest exportgerichte en zijn dus misschien zelfs net het meest gebaat met een bevolking die haar koopkracht op peil houdt door de indexering en een voldoende soepele loonwet.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud