opinie

Fiscaal eindspel giganten wordt verpakt als globale minimumbelasting

CEO van de adviesgroep WTS Global

Het G7-voorstel biedt de 100 grootste en meest winstgevende bedrijven zekerheid over hoe ze zullen belast worden. Alle andere multinationals wacht een overgereglementeerd en bureaucratisch fiscaal kader.

‘The point is, ladies and gentlemen, that greed, for lack of a better word, is good.' Het zijn de legendarische woorden van Gordon Gekko in de film 'Wall Street', een kaskraker van de vorige eeuw. De internationale fiscale wereld interpreteerde de quote toen als ‘a low effective tax rate is good as it is creating substantial shareholder value’.

De belangrijkste vraag is wat het G7-voorstel betekent voor de 99,99 procent andere multinationale bedrijven die minder dan 20 miljard dollar omzet draaien en vaak ook veel minder winstgevend zijn.

Een lage geconsolideerde belastingvoet werd onder andere gerealiseerd door strategische teams, activiteiten, investeringen en het gerelateerde bedrijfsrisico te centraliseren in een land met een lage belastingdruk. En ook door de belastbare basis in dat land voor een stuk vrijgesteld te zien worden, al dan niet via rulings die toen vaak niet publiek gedeeld werden. Die centralisatie laat onder de huidige OESO-normen nog altijd toe een groot deel van de belastbare winst aan dat land toe te wijzen en daar laag belast te zien worden. En hoe digitaler het zakenmodel, hoe efficiënter de structuur perfect legaal geïmplementeerd kan worden.

De essentie

  • De auteur
    Wim Wuyts is CEO van de adviesgroep WTS Global.
  • De kwestie
    Het voorstel van de G7 voor een globale minimumbelasting biedt de 100 grootste en meest winstgevende bedrijven zekerheid over hoe ze belast zullen worden.
  • Het voorstel
    Denk ook aan wat de 99,99 procent andere multinationals wacht: een overgereglementeerd en bureaucratisch fiscaal kader.

Ondertussen is de wereld nog meer gedigitaliseerd, geglobaliseerd en vooral transparanter geworden, en heeft een tsunami aan fiscale initiatieven van de G20, de OESO en Europa het internationale fiscale landschap volledig hertekend. Zowat de volledige toolbox van een internationaal fiscalist werd afgevoerd. Voor wat overbleef, werden strikte transparantie en bekendmakingsregels ingevoerd, zodat niet alleen elke lokale belastingautoriteit de wereldwijde fiscale keuken van een multinational kan volgen, maar vaak ook de burger.

Na deze internationale fiscale hertekening kan een land nog slechts twee instrumenten voor fiscaal beleid inzetten om internationale investeringen aan te trekken of lokale groepen te verankeren: een lage statutaire belastingvoet en een specifiek fiscaal regime voor onderzoek en ontwikkeling.

Tijdens deze fiscalemaatregelentsunami bleef echter één vraagstuk onoplosbaar voor de OESO en Europa. Hoe vooral de Silicon Valley-platformen hoger te belasten zonder de al zeer broze geo-eco-politieke evenwichten te bruskeren? Als gevolg daarvan heeft onder meer Frankrijk unilateraal een digitale service tax ingevoerd, een nieuwe taks op digitale omzet. Die werd echter onmiddellijk gecounterd met de dreiging om vooral Franse, Italiaanse en Duitse luxeproducten aan een hoger douanetarief te onderwerpen in de Verenigde Staten.

Ruling voor de 100

De Amerikaanse bigtechbedrijven en de Europese conglomeraten voor luxeproducten zaten door de geopolitieke conflicten en het fairnessdebat in een catch 22 die beide kan opzadelen met een grote fiscale operationele kost (‘above EBIT’!). In die context moet het ‘historische’ G7-compromis in eerste instantie worden gezien.

De minimumbelasting zal vooral de staatskas van de grote landen spijzen, want ze geldt ook voor alle bedrijven met meer dan 750 miljoen euro geconsolideerde omzet.

Het G7-voorstel biedt de 100 grootste en meest winstgevende bedrijven - niet alleen de Amerikaanse bigtech - zekerheid over hoe ze belast zullen worden en veegt de wildgroei aan unilaterale digitale fiscale maatregelen - maar ook de mogelijke geopolitieke tegenmaatregelen - van tafel. Tegelijkertijd lijkt voor hen het ‘fair share’-debat gesloten te worden, met dank aan een minimumbelasting die in het compromis zit. Die zal vooral de staatskas van de grote landen spijzen, want ze geldt ook voor alle bedrijven met meer dan 750 miljoen euro geconsolideerde omzet. Met wat creativiteit kan je dit een gunstige wereldwijde ruling voor de 100 grootste en meest winstgevende bedrijven noemen.

Los van de zeer complexe fiscaaltechnische openstaande punten en het noodzakelijke compromis dat nog gezocht moet worden in onder meer de G20, de OESO en Europa moeten op zijn minst een drietal vragen gesteld en beantwoord worden.

Symbolisch

De belangrijkste vraag is wat dit betekent voor de 99,99 procent andere multinationale bedrijven die minder dan 20 miljard dollar omzet draaien en vaak ook veel minder winstgevend zijn. Mijn intuïtieve antwoord is heel eenvoudig: een overgereglementeerd, administratief en bureaucratisch monster komt op hen af, met een te verwaarlozen en dus vooral symbolische verhoging van hun vennootschapsbelasting tot gevolg.

Als de race to the bottom effectief stopgezet wordt op een tarief van 15 procent (of hoger), wat betekent dat voor België en andere kleine Europese landen?

En als de race to the bottom effectief stopgezet wordt op een tarief van 15 procent (of hoger), wat betekent dat voor België en andere kleine Europese landen? En nog meer, wat betekent dat voor groeilanden die - net als bijvoorbeeld China een tiental jaar geleden - alleen grote investeringen kunnen binnenhalen met een tijdelijke vrijstelling van de vennootschapsbelasting? Ook hier is mijn intuïtieve antwoord eenvoudig: de grote mature landen (G7) plaatsen zich in pole position voor de investeringen van de toekomst.

De derde belangrijke vraag is wat er gebeurt als ook het laatste fiscaal beleidsinstrument, de specifieke regimes voor onderzoek en ontwikkeling, op de schop gaat? Alweer is mijn intuïtieve antwoord eenvoudig: de Belgische farmavallei met haar wereldwijde reputatie verdwijnt geleidelijk aan, of op zijn minst wordt het veel moeilijker om nieuwe internationale innovatieve groeipolen in ons land te ontwikkelen.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud