opinie

Fiscaliteit tijdelijke werkloosheid pluimt laagste lonen

Tijdelijk werkloze werknemers met een laag loon worden fiscaal benadeeld. Ze betalen nu maandelijks 26,75 procent bedrijfsvoorheffing op hun uitkering, terwijl ze volgend jaar bijna of helemaal niets aan belastingen moeten afdragen. Het geld moet nu rollen om onze economie te ondersteunen. Dat moet een prioriteit zijn voor de regering.

Voor veel ondernemers was het een spannende en turbulente week. Ook mijn dienstenchequebedrijf ontsnapte daar niet aan. Maandagochtend stond de telefoon roodgloeiend. Het coronavirus lag al even op de loer en de crisis ontplofte die ochtend. Klanten belden af en poetshulpen meldden zich ziek of bleven thuis.

Zoals veel zaakvoerders van dienstenchequebedrijven wachtte ik in spanning af of de dienstenchequesector beroep kon doen op de tijdelijke werkloosheid wegens overmacht (coronavirus). Donderdagnamiddag publiceerde de RVA het bericht dat de regeling ook naar onze sector werd uitgebreid. Een zucht van verlichting.

Vervolgens ging ik na wat de financiële impact is voor de poetshulpen. Daarbij nam ik Ramona als voorbeeld. Een dame die sinds vier jaar elke dag het beste van zichzelf geeft. Ze is gehuwd en heeft twee kinderen, werkte tot voor de crisis 28 uur gedurende vier dagen per week en verdient volgens het barema van de dienstenchequesector 11,73 euro bruto per uur.

Sociale zekerheid

Onze sociale secretariaten hebben perfect zicht op alle factoren om de correcte bedrijfsvoorheffing in te houden, in plaats van de onwrikbare en oneerlijke 26,75 procent.

Voor de coronacrisis toesloeg, kreeg Ramona maandelijks haar loon. Op dat loon worden bijdragen voor de sociale zekerheid (RSZ) afgehouden. De werkbonus mildert die voor de lage lonen. Tot slot houdt de werkgever maandelijks de bedrijfsvoorheffing in en stort hij die door aan de fiscus. De bedrijfsvoorheffing is de voorafbetaling van de personenbelasting. Ze wordt berekend op het geschatte jaarlijks loon, rekening houdend met de gezinssituatie, de belastingvrije som en de progressieve belastingschalen. Volgend jaar wordt de precieze belasting berekend en krijgt de werknemer via zijn aanslagbiljet te lezen of hij belastingen terugkrijgt dan wel bijbetaalt.

Voor Ramona betekende dat dat haar brutoloon voor de coronacrisis 1.423,24 euro per maand bedroeg. Daarvan hield ze - rekening houdend met RSZ, werkbonus en bedrijfsvoorheffing - 1.367,49 euro over. Van dat loon werd wegens het lage bedrag en haar gezinssituatie maandelijks 0 euro bedrijfsvoorheffing afgehouden.

Sinds de coronacrisis is losgebarsten, zit Ramona in de tijdelijke werkloosheid. Een uitkering voor tijdelijke werkloosheid wordt sociaal- en fiscaalrechtelijk anders behandeld dan loon. De berekening is eenvoudiger. Er wordt geen RSZ ingehouden, de werkbonus vervalt en de bedrijfsvoorheffing wordt geheven aan een vast percentage van 26,75 procent.

Deze week nam de regering nog een aantal maatregelen die het loonverlies voor tijdelijk werklozen milderen. De uitkering voor tijdelijke werklozen wegens overmacht werd opgetrokken tot 70 procent van het brutoloon en er is een extra dagvergoeding van 5,63 euro.

59 procent van nettoloon

Ik nam beide elementen mee in de berekening van de uitkering voor Ramona als tijdelijk werkloze. Nu betaalt ze ineens wel bedrijfsvoorheffing. Maandelijks wordt 293 euro doorgestort naar de fiscus. Ze houdt uiteindelijk tijdens de coronacrisis maandelijks 804 euro over. Dat is amper 59 procent van haar nettoloon. Een simulatie voor een bediende toont dat die 75 tot 80 procent van zijn loon overhoudt onder de huidige regeling. De lage lonen worden dus extra zwaar geraakt.

Ik informeer Ramona daar deze week over. Het wordt een moeilijk gesprek. Haar man werkt in de bouw en zit intussen zonder werk.

Voor onze economie is het essentieel dat de 1 miljoen tijdelijk werklozen het geld onmiddellijk uitgeven aan huur, energie en voeding.

De kern van het probleem is de 26,75 procent bedrijfsvoorheffing. Met haar bescheiden loontje betaalt Ramona op haar maandloon als werknemer welgeteld 0 euro bedrijfsvoorheffing. Van haar tijdelijke werkloosheid wordt via de bedrijfsvoorheffing 293 euro afgeroomd.

Facturen

Die krijgt Ramona via de belastingen in 2021 terug, maar haar facturen vervallen eind deze maand. Voor onze economie is het essentieel dat de 1 miljoen tijdelijk werklozen het geld onmiddellijk uitgeven aan huur, energie en voeding. Wachten tot Ramona in 2021 haar 239 euro bedrijfsvoorheffing recupereert en spendeert, helpt de economie niet vooruit. 

De overheid steunt via de werkloosheid, maar draait de werkloze tegelijk een fiscale loer en krijgt daar een jaar later spijt van. Dat kan niet de bedoeling zijn.

Intussen kreeg ik een e-mail van mijn sociaal secretariaat over het doorgeven en verwerken van de tijdelijke werkloosheid. Dat wordt sterk vereenvoudigd en loopt helemaal via het secretariaat. Onze sociale secretariaten hebben perfect zicht op alle factoren om de correcte bedrijfsvoorheffing in te houden, in plaats van de onwrikbare en oneerlijke 26,75 procent. Op die manier zouden de tijdelijk werklozen het bedrag krijgen waar ze recht op hebben aan het einde van de maand, in plaats van volgend jaar.

De regering moet daar prioritair werk van maken. De Ramona’s van deze wereld zouden een stuk beter slapen.

Lees verder

Gesponsorde inhoud