opinie

Gascrisis kan snel voorbij zijn en uitmonden in gasoverschot

Emeritus professor economie KU Leuven

Paniek is een slechte raadgever. De oorlog in Oekraïne is zeven maanden oud en het langetermijnperspectief is zoek in het energiebeleid. Alle aandacht gaat naar non-events, zoals de sabotage van de Nord Stream-pijplijnen die niet in gebruik waren. Ondertussen vergeten we alles in perspectief te plaatsen.

De zeer hoge prijzen die volgden op de daling met 30 procent van de Russische gasleveringen aan de EU zijn niet abnormaal. Ze zijn een typische reactie van een energiemarkt met een vraag en aanbod op korte termijn - ze zitten immers vast aan bestaande verbruiksinstallaties (slechte isolatie, bestaand machinepark, moeilijke switch naar een andere brandstof). Iets wat we voor olie, gas en steenkool nog meegemaakt hebben in het verleden. Er wordt verwacht dat de daling van de aardgasleveringen met 30 procent dit jaar wordt opgelost met een vraagvermindering van 15 procent en een aanbodverhoging van 15 procent.

We worden elke dag geconfronteerd met hoge prijzen, comfortvermindering en competitiviteitsproblemen. Maar de langetermijnreactie biedt een hoopvoller perspectief.

Met de hoge prijzen, comfortvermindering en competitiviteitsproblemen worden we elke dag geconfronteerd. Wat we nog niet zien, is de langetermijnreactie, en die biedt een hoopvoller perspectief. Wanneer we rekenen met langetermijnreacties op hogere prijzen, zien we dat de hoge prijzen zullen afbrokkelen. Na vier tot zes jaar zitten we weer op de prijsniveaus die slechts 10 tot  30 procent hoger liggen dan de prijsniveaus van voor de covidperiode.

Uiteindelijk komen we dan - zelfs zonder Russische gasleveringen - uit op een gasverbruik in de EU dat wat lager is (-15%) maar dat ons veel minder pijn doet, omdat de energiebesparende investeringen en brandstofsubstitutie toelaten een normaal comfort- en productieniveau te handhaven. En dat alles aan een bijna normaal prijsniveau.

De essentie

  • De auteur
  • Stef Proost is emeritus professor economie aan de KU Leuven.
  • De kwestie
  • We kampen in de energiecrisis met hoge gasprijzen.
  • Het voorstel
  • De oorlog in Oekraïne is zeven maanden oud en de langetermijnvisie is zoek in het energiebeleid. We vergeten alles in perspectief te plaatsen.

Dat is niet het einde van het verhaal. Vroeg of laat komt er een staakt-het-vuren of een vredesakkoord en dan staat Rusland op de eerste rij om opnieuw gas te leveren aan Europa. Rusland heeft enorme gasvoorraden. Het kan die nergens kwijt aan de prijs die het in de EU kreeg. China kan wel gas afnemen maar de infrastructuur ligt er nog niet echt, en China is slechts bereid de helft of minder te betalen dan de Europeanen. Rusland heeft de gasleveringen meer nodig dan wij. Europa gaat slechts bereid zijn Russisch gas te kopen aan een discountprijs, omdat Rusland een onbetrouwbare leverancier geworden is.

Reputatie kwijt

Rusland heeft de jongste 20 jaar veel moeite gedaan om zijn leveringscontracten na te komen. Toen Oekraïne in 2006 en 2009 de doorvoer van Russisch aardgas naar de EU belemmerde, heeft Rusland met de investering in de Nord Stream-pijpleidingen geprobeerd om de bevoorrading van de EU te verbeteren. Die reputatie van betrouwbare leverancier is Rusland in het afgelopen jaar kwijtgeraakt. Dat zal het land heel veel kosten. De kortetermijnwinst voor Rusland wordt duur betaald. Het is dus goed mogelijk dat we binnen vier tot zes jaar met een gasoverschot zitten voor vele jaren, zodat de gasprijzen zelfs lager zullen liggen dan voor de pandemie.

Ook zonder staakt-het-vuren komt meer Russisch aardgas op de internationale markt. Gas wordt desnoods als lng verkocht. Dat is duurder en moeilijker dan via pijpleidingen en vergt extra investeringen, maar voor Rusland is het beter dan niets. Lng komt terecht op de Aziatische markt waar het lng-leveringen uit Indonesië, Australië en de VS vervangt. De EU-aardgasmarkt krijgt zo extra ademruimte. Er is een parallel te trekken met de oliemarkt, waar het EU-embargo op Russische olie vooral geleid heeft tot een substitutie tussen leveranciers (China koopt meer in Rusland en de EU koopt meer in het Midden-Oosten, dat op zijn beurt minder verkoopt aan China) en niet tot een lager aanbod op de wereldoliemarkt. Nog een andere optie voor Rusland is het aardgas te verwerken tot basisgrondstof voor de scheikunde of de landbouw. Ook in dat scenario is een substitutie op wereldniveau aan de gang.

Beleid

Wat houdt dit in voor het beleid? Ten eerste is het, in een crisis die niet lang duurt, gemakkelijker tijdelijke overheidssteun te geven aan wie het echt nodig heeft: diegenen met een onvolledig geïndexeerd inkomen of toelage. Die steun gebeurt het best onder de vorm van een inkomenssupplement of toelage die niet raakt aan de hoge gasprijs. Vergelijk het met de covidcrisis, toen we ook tijdelijk hoge steun hebben gegeven.

Het is goed mogelijk dat we binnen vier tot zes jaar voor vele jaren met een gasoverschot zitten, zodat de gasprijzen zelfs lager zullen liggen dan voor de covidperiode.

Verschillende landen houden voor hun gebruikers de gasprijs laag, maar dat leidt ertoe dat de gasprijzen nog veel langer hoog blijven, omdat slechts een deel van de aardgasvraag verplicht is zich aan te passen. Europese solidariteit betekent in dit geval dan ook dat alle landen de aardgasprijs hoog houden. Dat is zowat het omgekeerde van de invoering van een maximumprijs die onze bevoorrading in het gedrang kan brengen en ons kan verplichten te rantsoeneren.

Ten tweede betekent de verwachte snelle daling van de aardgasprijs ook goed nieuws voor de elektriciteitsmarkt. De brandstofkosten van de marginale centrales dalen en de superwinsten zullen snel verdwijnen. Meer zelfs, wanneer er een lage gasprijs aankomt in 2025-2026, zullen de Belgische kerncentrales veel minder opbrengen en worden die weer een investering die in balans zal liggen met de bouw van extra gascentrales.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud