opinie

Geef de industrie tijdelijke steun

Hoofdeconoom Voka en auteur van 'Terug naar de feiten'

De energiecrisis zet onze industrie zwaar onder druk. Structurele economische schade dreigt. Tijdelijke steunmaatregelen die Europa toelaat, kunnen soelaas bieden en hebben geen gevolgen voor het geplande Vlaamse begrotingsevenwicht in 2024.

Net als de coronacrisis betekent de energiecrisis een erge klap voor onze economie. De crisissen verschillen, maar toch is er een belangrijke parallel: ze zijn in essentie een tijdelijke schok. Bij corona was er een zware economische impact tot we het virus met vaccins min of meer onder controle kregen. Deze energiecrisis zal doorwerken tot we de afhankelijkheid van Russisch gas afgebouwd hebben.

Eens industriële bedrijven vertrokken zijn, komen ze niet snel terug. Ook niet wanneer de tijdelijke energieschok terug wegebt of wanneer we op termijn onze loonkostenhandicap onder controle brengen.

Dat impliceert versnelde investeringen in hernieuwbare energie, meer inspanningen voor energie-efficiëntie, het benutten van de mogelijkheden van nucleaire energie en het uitbouwen van een echt geïntegreerde Europese energiemarkt.

Dat valt niet in een paar maanden te regelen, maar het moet op een redelijke termijn wel lukken om definitief af te raken van Russisch gas. De veel hogere energieprijs in Europa in vergelijking met de rest van de wereld hoeft geen permanent gegeven te zijn en dat heeft belangrijke gevolgen voor de gepaste beleidsreactie.

De essentie

  • De auteur
  • Bart Van Craeynest is hoofdeconoom van de werkgeversorganisatie Voka.
  • De kwestie
  • Door de energiecrisis staat onze industrie zwaar onder druk. Op die manier dreigt structurele schade voor de economie.
  • Het voorstel
  • Tijdelijke steunmaatregelen die door Europa toegelaten worden, kunnen soelaas bieden. Ze zouden geen gevolgen hebben voor het geplande Vlaamse begrotingsevenwicht in 2024.

Bij tijdelijke schokken moet de economische beleidsreactie vooral gericht zijn op het door de crisis leiden van de economie zonder onnodige structurele schade. Eens de schok wegebt, kan de economie snel terugkeren naar een normaal toerental. Dat is met de coronacrisis wonderwel gelukt en de economie veerde opmerkelijk krachtig terug op toen duidelijk werd dat we het virus enigszins onder controle kregen. In de huidige crisis blijft het risico op ernstige structurele schade voorlopig wel nog zeer reëel.

Energiehandicap

Anders dan corona zet deze crisis vooral veel druk op onze industrie. De Europese industrie krijgt vandaag af te rekenen met een belangrijke energiehandicap, doordat de energieprijzen fors hoger zijn dan in de rest van de wereld. Voor Belgische bedrijven komt daar nog een belangrijke loonkostenhandicap bovenop. Het lijstje van industriële bedrijven die tegen deze achtergrond hun activiteiten terugschroeven of volledig stilleggen, wordt met de dag langer.

Als die situatie te lang aanhoudt, is het risico reëel dat industriële bedrijven hun activiteiten verplaatsen naar andere landen. Dat zou structurele schade inhouden voor onze economie. Eens dat soort bedrijven vertrokken zijn, komen ze niet snel meer terug. Ook niet wanneer de tijdelijke energieschok wegebt of wanneer we op termijn onze loonkostenhandicap onder controle brengen.

Dat soort schade zou dramatisch zijn, want de industrie blijft een cruciale sector voor onze economie. Ze is goed voor 15 procent van de toegevoegde waarde (op Belgisch niveau), maar ook voor 50 procent van de bedrijfsuitgaven voor onderzoek en ontwikkeling en meer dan de helft van onze export. De sector is ook een motor voor onze productiviteit (40% productiever dan de rest van de economie).

Duurzame transitie

In die zin is de industrie essentieel voor onze welvaart op langere termijn. Ook in de duurzame transitie speelt ze een belangrijke rol, gezien die op dat vlak doorgaans al veel verder staat dan de concurrentie in andere delen van de wereld. Een verschuiving van industriële activiteiten naar pakweg Azië is dus ook op het vlak van duurzaamheid een serieuze stap achteruit.

In Vlaanderen, dat verantwoordelijk is voor steun aan bedrijven, lijkt het dossier vast te zitten. Op die manier dreigen onze industriële bedrijven er een extra handicap bovenop te krijgen.

Tot nog toe was er veel beleidsaandacht voor de koopkracht van de gezinnen, maar veel minder voor de problemen in de industrie. Nochtans gaf Europa lidstaten al voor de zomer de mogelijkheid steun te voorzien voor bedrijven die hard geraakt worden door de energiecrisis, zij het onder strikte voorwaarden. Het moet gaan om bedrijven die hun energiefactuur zagen verdubbelen en die een operationeel verlies lijden. Overheden kunnen die bedrijven compenseren voor een deel van dat verlies.

De meerderheid van de lidstaten zette al zo’n maatregel op, ook Duitsland en Frankrijk. Nederland lijkt te volgen. In Vlaanderen, dat verantwoordelijk is voor steun aan bedrijven, lijkt het dossier vast te zitten. Op die manier dreigen onze industriële bedrijven er een extra handicap bovenop te krijgen.  

Begroting

Steunmaatregelen vanuit de overheid moeten uiteraard altijd gefinancierd worden. Al te vaak wordt dat nogal vlot ‘vergeten’. Maar voor onze overheidsfinanciën is er een enorm verschil tussen tijdelijke gerichte maatregelen in crisisperiodes en permanente maatregelen. Verstandig budgettair beleid pleit sterk voor tijdelijke maatregelen om de impact van crisissen te beperken. Tijdelijke maatregelen bezwaren namelijk het structurele begrotingssaldo niet, omdat ze na de crisis terug verdwijnen.

Tijdelijke maatregelen bezwaren het structurele begrotingssaldo niet, omdat ze na de crisis terug verdwijnen.

Dat soort maatregelen heeft een eenmalige impact op de overheidsschuld en als ze er effectief in slagen om structurele schade aan het groeipotentieel te vermijden, wordt ook die impact op termijn geneutraliseerd. Permanente maatregelen zoals hogere lonen voor het overheidspersoneel of lagere btw hebben wel een jaarlijks terugkerende impact op de overheidsfinanciën. Daar moet dan ook een recurrente financiering tegenover geplaatst worden.

Bedrijven die hard geraakt zijn door de energieschok krijgen dus het best tijdelijke en gerichte steun. Europa laat dat toe tot eind dit jaar. Mogelijk wordt dat verlengd naar 2023, maar hoe dan ook staat er een einddatum op. De maatregel zou bijna geen budgettaire impact hebben op de begroting van 2024. Hij is ook specifiek gericht op bedrijven die vandaag geconfronteerd worden met operationele verliezen en er is een reële kans dat hij structurele schade aan ons economisch potentieel helpt vermijden. Het lijkt haast een no-brainer.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud