opinie

Geef dit land meer (fede)realisme en minder surrealisme

Professor Publieke Economie aan Stirling University in Schotland en verbonden aan de KU Leuven

De oplossing voor ons institutioneel kluwen is niet zozeer een keuze tussen meer België of meer Vlaanderen, maar een transparante tussenweg.

Het N-VA-congres zette afgelopen weekend de zaken op scherp: de coronacrisis heeft aangetoond dat het Belgisch systeem niet werkt. De regio’s meer bevoegdheden geven is voor de partij de oplossing, en meteen ook de inzet voor de verkiezingen van 2024.

©Franky Verdickt

Ondertussen gaat zowat iedereen akkoord dat onze staatsstructuur beter kan. Het coronavirus trekt zich niets aan van grenzen en legt genadeloos de limieten bloot van ons surreële kluwen van gemeenschappen, gewesten, gemeenschapscommissies, en gemeenschappelijke gemeenschapscommissies. Een citaat van Mieke Vogels uit 2002 spreekt boekdelen: ‘Onlangs zaten we met acht ministers (van Gezondheid) achter de tafel. Een viel met zijn stoel letterlijk van het podium.’

De oplossing is niet zomaar een politieke keuze tussen meer België of meer Vlaanderen. Wat we zelf doen, doen we niet noodzakelijk beter, vooral omdat we grensoverschrijdende problemen zoals een pandemie niet alleen kunnen aanpakken op lokaal niveau. Tussen unitarisme en confederalisme/separatisme ligt een derde weg, die onder meer Zwitserland, Duitsland, Canada en de VS al bewandelen: het klassiek territoriale federalisme. Het is de enige weg als efficiëntie echt ons leidende principe wordt in plaats van ideologie of politieke urgentie, zoals bij vorige staatshervormingen.

Het klassiek territoriale federalisme is niets nieuws, maar wel de enige weg als efficiëntie deze keer echt ons leidende principe wordt, in plaats van ideologie of politieke urgentie, zoals bij vorige staatshervormingen.

Vijf spelers

Tijdens een webinar georganiseerd door de academische denkgroep Rethinking-Belgium vorige week bleek dat aan beide kanten van de taalgrens die derde optie begint te rijpen als alternatief voor de status quo. Het wordt vaak ‘federalisme met vier’ genoemd, omdat de gemeenschappen zouden opgaan in de gewesten en we overblijven met een Vlaams, Waals, Brussels en Duitstalig (Ostbelgien) Gewest. Maar eigenlijk gaat het om vijf spelers. Het cruciale verschil met het confederalisme is dat de centrale overheid een belangrijke rol blijft spelen. Die blijft rechtstreeks verkozen en houdt als spelverdeler belangrijke hefbomen in handen, zoals delen van de sociale zekerheid en belastingmacht. Dat is ook zo in Zwitserland, Duitsland, en zowat elke andere federatie.

De essentie

  • De auteur
    Willem Sas is professor publieke economie aan de Universiteit van Stirling (Schotland) en verbonden aan de KU Leuven.
  • De kwestie
    Zowat iedereen is het erover eens dat onze staatsstructuur beter kan. België is een institutioneel kluwen.
  • Het voorstel
    We moeten niet kiezen voor meer België of meer Vlaanderen, maar voor een transparante tussenweg.

In een confederaal systeem daarentegen worden vertegenwoordigers van de deelgebieden naar een nationale raad gestuurd, waar dan met unanimiteit wordt beslist. Dat systeem is maar een paar keer toegepast. Het faalde telkens jammerlijk. De reden is gemakkelijk te begrijpen: hoe meer je eigen achterban primeert, hoe makkelijker alles blokkeert. Dat was zo in de VS tot de onafhankelijke kolonies zich in 1787 verenigden in een hechte federatie. Dat is zo in de huidige EU-constructie voor zaken waarvoor de Europese raad toestemming nodig heeft van alle regeringsleiders. Het traag op gang komende vaccinatiebeleid was deels te wijten aan de lidstaten die elk hun zeg hadden in de prijs en in de keuze van de producenten. Vaak primeren nationale belangen dan op Europese belangen.

Geconnecteerd

Je kan je de vraag stellen waarom je het best niet meteen de boel opsplitst als samenwerken zo moeilijk wordt. Als iedereen mag vegen voor eigen deur is er geen probleem, toch? Helaas zijn overheden geen huishoudens. Als het gaat om grensoverschrijdende problemen, dan heeft wat beslist wordt in één land of deelgebied een directe invloed op wat er gebeurt in andere deelgebieden. Als één land zich terugtrekt uit een klimaatplan, dan is dat slecht nieuws voor de rest. Het broeikaseffect stopt niet aan een grens. Als één land zijn bevolking niet vaccineert, of handelstarieven invoert, net hetzelfde. Met andere woorden, hoe meer we geconnecteerd zijn en hoe hechter onze economie wordt, hoe meer je centraal gestuurde oplossingen nodig hebt die alle belangen verenigen. Net omdat een overheid alleen geeft om haar eigen burgers.

Waarom niet meteen de boel opsplitsten als samenwerken zo moeilijk wordt? Als iedereen mag vegen voor eigen deur is er geen probleem, toch? Helaas zijn overheden geen huishoudens.

Waarom dan niet onze schouders zetten onder een transparant, territoriaal federalisme dat samenwerking bevordert? Door bevoegdheden te decentraliseren die van lokaal of regionaal belang zijn, blijven op federaal niveau alleen zaken over die alle Belgen aangaan. Dat betekent dat nagedacht kan worden over herfederaliseren waar logisch, maar ook over verdere decentralisatie. Bevoegdheden als mobiliteit, energie, gezondheid, arbeidsmarkt of de loonvorming zijn veel te versnipperd of inefficiënt, en kunnen beter worden afgelijnd. Ook de Financieringswet biedt ruimte voor verbetering en vereenvoudiging, zowel wat het aanzetten tot verantwoordelijkheid van de deelstaten betreft, als het beter invullen van hun fiscale autonomie. Weldoordachte oplossingen tover je niet even snel uit je hoed als politieke slogans, maar tegen 2024 lukt dat zeker. Noem het federealisme.

Willem Sas

Professor publieke economie aan de Universiteit van Stirling (Schotland) en verbonden aan de KU Leuven

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud