opinie

Goed openbaar vervoer vergt investeringen

De automobilist zal het openbaar vervoer pas nemen als het even snel als de auto gaat. Daarvoor zijn investeringen nodig. Maar die zijn bedroevend laag en de infrastructuur laat te wensen over. We moeten Finland en Kopenhagen achterna.

Door Roger Kesteloot, directeur-generaal van de openbaarvervoersmaatschappij De Lijn 

‘Dit moet anders. Meer en beter.’ Die conclusie verbond aftredend Voka-voorzitter Paul Kumpen maandagavond aan de resultaten van een Voka-enquête over het openbaar vervoer.

Hij verwees naar de matige tevredenheidsscore voor het openbaar vervoer. De cijfers die hij aanhaalde, peilden naar de tevredenheid over de stiptheid. Die gaan van 30 procent voor de trein, over 34 en 36 procent voor de bus en de tram, naar 43 procent voor de metro. Van de bevraagden maakt 5 procent dagelijks gebruik van de bus of de tram en 6 procent van de trein.

Elke euro geïnvesteerd in openbaar vervoer brengt de economie 1,50 tot 4 euro op.

De door Voka gemelde (on)tevredenheid ligt in lijn met de klantentevredenheidscijfers van De Lijn. Ons openbaar vervoer is te onbetrouwbaar om als volwaardig alternatief te kunnen gelden voor de nog altijd aanbeden privé- of salarisauto. Als Voka pleit voor het verbeteren van het openbaar vervoer als alternatief en voor meer waar voor het geld dat we erin pompen, dan moeten we vooral werk maken van de stiptheid en de betrouwbaarheid. Dat doe je door ingrepen die de doorstroming verbeteren: eigen beddingen, busbanen, slimme verkeerslichten... De maatregelen zijn bekend.

Nu nog doen. Openbaar vervoer wordt pas een aantrekkelijk alternatief voor de automobilist als het even snel is. Daarvoor zijn investeringen nodig.

Het Belgisch instituut voor verkeersveiligheid VIAS stipte het deze zomer aan: de Belg is de meest gestresseerde bestuurder van alle Europeanen. De files zijn de jongste vijf jaar de helft langer geworden. Zelfs op de drukste wegsegmenten neemt het verkeer nog steeds toe. De OESO rekende het ons voor: de economische schade door de tijd die de Belg in de file staat, beloopt ongeveer 2 procent van het bruto binnenlands product (bbp) of 8 miljard euro. Veel langer moeten de files niet worden om een ‘sense of urgency’ te creëren. 70 procent van de Vlamingen wil de wagen thuislaten als er een volwaardig initiatief is. Maak daar dan werk van.

Zuurstof

Zowel Kumpen als Vlaams minister-president Geert Bourgeois (N-VA) hield op de Voka-rentree een vurig pleidooi voor meer overheidsinvesteringen. Hoewel Vlaanderen de jongste jaren die kaart in toenemende mate trekt, is het niveau daarvan nog altijd onverantwoord laag. Voor alle overheden samen is dat 2,5 procent van het bbp. In landen als Nederland en Frankrijk ligt dat rond 4 procent. In Zweden erboven.

©Joris Herregods

In het door premier Charles Michel (MR) gepromote Nationaal Pact voor Strategische Investeringen luidde het een jaar geleden al: ‘Het zeer lage niveau van de investeringen bedreigt onze infrastructuur. Het is tijd om te reageren.’ Deze week kleefde de premier cijfers op die reactie. In mobiliteit alleen al moet volgens het investeringspact 27 miljard euro worden geïnvesteerd.

Behalve de mobiliteitsbehoefte speelt ook de verwachte positieve impact op de economie mee. Vooral investeringen in het openbaar vervoer hebben zo’n effect. De literatuur heeft het over een multiplicatoreffect van 1,50 à 4. Elke euro die naar openbaarvervoersprojecten gaat, brengt de economie 1,50 tot 4 euro op. Je draagt niet alleen bij aan leefbare steden en het oplossen van het fileprobleem, je schept er ook nog welvaart mee. De opbrengst van rekeningrijden is een mogelijke de bron van financiering voor die investeringen.

Aansluiting

Wie elke dag met de mobiliteitsproblemen wordt geconfronteerd, wil snel oplossingen. Voka had de moed om voor zijn rentree twee keynotesprekers uit te nodigen die - zeker voor ondernemers - recepten aandragen die verre van traditioneel zijn.

Vanuit Finland kwam de boodschap om volop in te zetten op de digitalisering, op mobiliteit als een dienst, op naadloze multimodaliteit, en op veel vrijheid voor marktspelers in de dienstverlening aan klanten. Maar alles binnen een duurzaam kader. Aan dergelijke oplossingen moet, kan en wil het Vlaams openbaar vervoer enthousiast meewerken.

Wie elke dag met de mobiliteitsproblemen wordt geconfronteerd, wil snel oplossingen

Nog een flink stuk disruptiever is het model dat Kopenhagen heeft uitgewerkt. Copenhagenize bewijst met cijfers dat je door gerichte en volgehouden investeringen in fiets- en openbaar vervoer, zelfs al moet je daarvoor soms drie van de vier autorijstroken opofferen, op belangrijke assen meer mensen kan verplaatsen dan toen iedereen in zijn auto op die vier rijstroken aanschoof.

Samen met Wenen - een echte openbaarvervoersstad - is Kopenhagen de enige Europese stad in de top tien van de meest leefbare steden ter wereld. Het haalt een 100 op 100 voor infrastructuur.

Intussen zoeken steden als Amsterdam, Bordeaux, Parijs en Barcelona uit hoe ver zij kunnen Copenhagenizen. Nu wij nog.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content