opinie

Google en Facebook moeten pers vergoeden

Het Europees Parlement moet het gelobby van internetreuzen naast zich neerleggen en stemmen voor naburige rechten voor uitgevers. Inkomsten van Google en Facebook stromen zo naar bedrijven die zelf journalisten in dienst hebben. De democratie en kwaliteits­volle journalistiek blijven zo verzekerd.

Door Sammy Ketz, journalist en bureauchef van Agence France-Presse in Bagdad

Ik was op een missie in Mosoel, de vroegere ‘hoofdstad’ van Islamitische Staat in Noord-Irak, om een reportage te schrijven over kinderen die terugkeerden naar een school die drie jaar lang door de jihadisten gesloten was. Ik dacht aan de beste manier om de immense vreugde van de kinderen te beschrijven toen ze weer plaatsnamen op hun lang verboden schoolbanken in die verwoeste stad.

Na vijf jaar een door oorlog verscheurd Syrië te hebben doorkruist, waar ik meerdere keren ontsnapt ben aan kogels van sluipschutters of obussen, was ik net voor de derde keer sinds de Amerikaanse invasie in 2003 aangekomen in Irak.

©doc

Op restaurant met de fotograaf, de videojournalist en de chauffeur las ik op mijn laptop een artikel over het Europese debat over de naburige rechten en het plan ze toe te kennen aan de uitgevers. Het trok mijn aandacht, maar kwam niet als een verrassing.

In meer dan 40 jaar verslaggeving heb ik het aantal journalisten op het terrein gestaag zien afnemen, terwijl de gevaren alleen maar zijn toegenomen. We zijn doelwitten geworden en onze missies kosten steeds meer. De dagen dat ik samen met een fotograaf of een videojournalist naar een oorlog kon trekken in een jasje of een overhemd, met alleen een identiteitskaart op zak, zijn voorbij. Nu heb je kogelvrije vesten, gepantserde auto’s, soms lijfwachten en een verzekering nodig. Wie doet die uitgaven? De mediabedrijven.

De internetgiganten hebben zelf geen journalisten in dienst maar plukken wel de vruchten van advertenties die aan de berichtgeving gelinkt zijn.

Maar hoewel ze veel geld betalen voor de inhoud en journalisten sturen die hun leven wagen om compleet, betrouwbaar en pluriform nieuws te produceren, oogsten niet zij, maar de internetplatformen die hun nieuws publiceren zonder een vergoeding te betalen de winst. Ze betalen geen cent. Het is alsof iemand langskomt en schaamteloos de vruchten van je arbeid plukt. Dat is moreel en democratisch niet te rechtvaardigen.

Veel vrienden zijn gestopt met verslaggeving omdat hun opdrachtgever verdwenen is of niet meer voor de kosten kon opdraaien. Tot de dag dat ze hun pennen en camera’s opborgen, deelden we het verschrikkelijke gevoel ons te moeten verschuilen achter een muur die net zo hevig beefde als wij bij de impact van de explosies. Nadien volgde de onbeschrijfelijke vreugde toen het ons lukte de wereld de ‘waarheid’ te vertellen die we met onze eigen ogen hadden gezien.

De buitengewone ontmoetingen met krijgsheren en tot de tanden gewapende mannen die glimlachend met hun pistolen of messen speelden en toekeken hoe we hun bazen interviewden, het aangrijpende verdriet toen we werden geconfronteerd met versufte, gevangen burgers of de vrouwen die hun kinderen probeerden te beschermen terwijl kogels inhakten op de muren van hun schuilplaats.

Ontslagen

Het duurde lang voordat de media reageerden. Ze worstelden eerder met de gevolgen dan met de oorzaken. Door geldgebrek hebben ze zo veel personeel ontslagen dat het bijna absurd is. Er zijn kranten waar nauwelijks nog journalisten werken.

Nu vragen die journalisten dat hun rechten worden gerespecteerd, zodat ze door kunnen gaan met nieuwsgaring. Ze vragen dat de media die de berichten verspreiden de inkomsten delen met degenen die de inhoud produceren, of ze nu media of artiesten zijn. Dat zijn de naburige rechten.

Vrije toegang tot het web zal blijven bestaan omdat internetgiganten, die nu redactionele inhoud gratis gebruiken, de media kunnen vergoeden zonder de consument te doen betalen

Google en Facebook verspreiden leugens: dat een richtlijn over naburige rechten de gratis toegang van mensen tot het internet zou bedreigen. Dat klopt niet. Vrije toegang tot het web zal blijven bestaan omdat internetgiganten, die nu redactionele inhoud gratis gebruiken, de media kunnen vergoeden zonder de consument te doen betalen.

Moeilijk is dat niet. In 2017 maakte Facebook 16 miljard dollar winst en Google 12,7 miljard. Ze moeten hun bijdrage betalen. Op die manier kunnen de media overleven en zullen de internetgiganten bijdragen aan de diversiteit en de vrijheid van de pers waaraan ze naar eigen zeggen zo gehecht zijn.

Ik ben ervan overtuigd dat de leden van het parlement die misleid zijn door het leugenachtig lobbywerk begrijpen dat de vrije toegang tot het internet niet in gevaar is. De persvrijheid staat wel op het spel, want als kranten geen journalisten meer hebben, verdwijnt die vrijheid, waaraan politici van het hele politieke spectrum gehecht zijn.

Laatste journalisten

Ontelbare keren heb ik mensen ontmoet die voor hun leven vreesden, geïsoleerd en weerloos, en die maar een ding vroegen: ‘Vertel mensen wat je hebt gezien, zodat we een kans hebben om gered te worden.’ Moet ik hun zeggen dat ze niet te veel illusies moeten koesteren? ‘We zijn de laatste journalisten, straks zijn er geen meer door gebrek aan geld.’

Vergeet niet dat Facebook en Google zelf geen journalisten in dienst hebben. Ze halen inkomsten uit de reclame die gelinkt is aan berichtgeving die het werk is van journalisten.

Elke dag voeren journalisten onderzoek in alle domeinen om hun medeburgers te informeren. Elk jaar worden prijzen uitgereikt aan de meest moedige, onverschrokken en getalenteerde journalisten.

Het is tijd om te reageren. Het Europees Parlement moet massaal stemmen voor naburige rechten voor de uitgevers, voor het voortbestaan van de democratie en een van haar opmerkelijkste symbolen: de journalistiek.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content