opinie

Griekenland heeft al harde keuzes gemaakt, het is de beurt aan het IMF

Senior writer

De hoofdeconoom van het Internationaal Monetair Fonds (IMF), Olivier Blanchard, stelde recent twee eenvoudige vragen: ‘Hoeveel moeten de Grieken rechtzetten en hoeveel de schuldeisers?’ Dat leidt tot twee andere vragen: Hoeveel hebben de Grieken al bijgedragen? En hebben de schuldeisers eigenlijk al iets geleverd?

Door James K. Galbraith, professor aan de Lyndon B. Johnson School of Public Affairs

In mei 2010 ging Griekenland akkoord om zijn begroting bij te stellen ter waarde van 16 procent van het bruto binnenlands product (bbp) tussen 2010 en 2013. Als gevolg daarvan ging het primaire tekort van meer dan 10 procent van het bbp naar een primair begrotingsevenwicht vorig jaar, veruit de sterkste prestatie in Europa op dat vlak.

Het IMF voorspelde dat het reële bbp van Griekenland eerst met 5 procent zou krimpen in 2010-2011, dan stabiliseren in 2012 en nadien groeien. Maar het reële bbp kromp met 25 procent en herstelde niet. En omdat het nominale bbp daalde in 2014 en blijft krimpen, stijgt de schuldratio, terwijl die over drie jaar had moeten stabiliseren.

©RV

Blanchard merkt op dat Griekenland in 2012 beloofde om ‘genoeg primair overschot te genereren om de schuldgraad te beperken’ en ‘een reeks hervormingen door te voeren die zouden leiden tot hogere groei.’ Die zogenaamde hervormingen waren lagere overheidsbestedingen, verlaging van de minimumlonen, spoedprivatiseringen en fors lagere pensioenen. Dat deed Griekenland, maar de recessie bleef.

Het IMF en andere crediteuren gingen ervan uit dat een sterke inkrimping van de begroting enkel een tijdelijk effect zou hebben op de economische activiteit, de tewerkstelling en de belastingen en dat het knippen in lonen, pensioenen en banen een soort magisch effect zouden hebben op de groei. Dat bleek niet zo te zijn. De economische bijstelling na 2010 leidde tot een economische ramp en het was de slechtste voorspelling van het IMF ooit.

Blanchard zou beter moeten weten in plaats van vast te houden aan dit fiasco. Eenmaal de band tussen hervormingen en groei is gebroken - zoals dat in Griekenland gebeurde - vallen zijn argumenten in het niets. Met geen groei komt de eis van de crediteuren om een begrotingssurplus van 3 procent te boeken neer op meer economische inkrimping, te beginnen met een diepe dip dit jaar.

Top op het bot

Maar eerder dan deze realiteit te erkennen, pakt Blanchard de pensioenen dubbel zo hard aan: ‘Waarom aandringen op pensioenen? Pensioenen en lonen tellen voor zowat 75 procent van de primaire overheidsuitgaven, in de andere 25 procent is al tot op het bot gesneden. De pensioenuitgaven tellen voor 16 procent van het bbp en de transfers van de begroting naar het pensioenstelsel zijn goed voor haast 10 procent van het bbp. We geloven dat de pensioenuitgaven met 1 procent van het bbp moeten teruggedrongen worden en dat dit kan met een bescherming van de laagste pensioenen.’

Let vooral op de regelrechte erkenning: behalve in pensioenen en lonen is iedere uitgave al ‘tot op het bot gesaneerd.’ Denk eraan dat deze aanpak zorgde voor een negatieve groei. Ondanks de overweldigende bewijslast wil het IMF nu ook snijden in de overblijvende sector, de pensioenen, waar eerder al tot 40 procent is bespaard. De gevraagde nieuwe besparingen zouden de armen heel hard treffen.

De economische bijstelling van Griekenland na 2010 leidde tot een economische ramp en het was de slechtste voorspelling van het IMF ooit.

De pensioenuitgaven bedragen 16 procent van het Griekse bbp, omdat de economie nu 25 procent kleiner is dan in 2009. Zonder vijf jaar desastreus besparingsbeleid had het Griekse bbp 33 procent groter kunnen zijn dan nu. Dan zouden de pensioenuitgaven slechts 12 procent van het bbp bedragen in plaats van 16 procent. Dat is simpele rekenkunde.

Blanchard eist dat de Griekse regering met ‘geloofwaardige maatregelen’ komt. Zou het IMF dat dan ook niet moeten doen? Als de pensioenuitgaven met 1 procent van het bbp moeten dalen, volstaat een nominale groei van 4 procent over twee jaar om dat te realiseren, zonder besparingen. Waarom geen geloofwaardige voorstellen om dat doel te bereiken?

Dat brengt ons bij de Griekse schuld. Zoals iedereen bij het IMF goed weet, is de uitstaande bovenmatige schuld een grote fiscale belofte die niet gefinancierd is. Iedere investeerder weet dat hij op eigen risico dat terrein betreedt. Je investering, je winst, je harde werk kan op elk moment wegbelast worden om de hand van de vorige kredietnemers te voeden. Bovenmatige schuld hindert de groei. Dat is de reden waarom iedere schuldencrisis vroeg of laat eindigt in een herschikking of in een wanbetaling.

Blanchard is een pionier in de economie van de overheidsschuld. Hij weet dat de Griekse schuld de voorbije vijf jaar op geen enkel moment houdbaar was, ook nu niet. Op dat punt zijn het IMF en Griekenland het eens.

Geloofwaardig

Griekenland heeft een geloofwaardig schuldvoorstel. De eerste stap is dat het Europese Stabiliseringsmechanisme (ESM) 27 miljard euro leent tegen lange looptijden om bij de Europese Centrale Bank (ECB) de Griekse obligaties weg te halen die ze in 2010 domweg kocht. Gebruik vervolgens de opbrengsten van de obligaties om het IMF te betalen. En tenslotte, voeg Griekenland toe aan het QE-programma van de ECB, waardoor Griekenland terug beroep kan doen op de markt.

Griekenland zou akkoord gaan met eerlijke voorwaarden voor de ESM-lening. Griekenland vraagt geen eurocent bijkomend geld voor de staat. Het belooft om binnen zijn middelen te leven en daarvoor te steunen op eigen besparingen en externe investeringen en dat is heel wat minder dan elk groot land dat zijn eigen munt controleert zou doen als het af te rekenen had met dergelijke ramp.

Blanchard benadrukt dat beide kanten nu ‘harde keuzes moeten maken en harde toezeggingen moeten doen.’ Het wordt inderdaad tijd. De Grieken hebben echter al harde keuzes gemaakt. Nu is het IMF aan de beurt. Om te beginnen moet het toegeven dat de maatregelen die het de Grieken vijf jaar lang heeft opgelegd, tot een catastrofe hebben geleid. Voor de andere schuldeisers is de moeilijkste beslissing om toe te geven - zoals het IMF goed weet - dat de Griekse schuld herschikt moet worden. Nieuwe kredieten voor een mislukt beleid, zoals de schuldeisers nu gezamenlijk voorstellen, is helemaal geen bijstelling.

Copyright Project Syndicate

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud