opinie

Grijp deze kans op een staatsrechtelijk debat

Professor emeritus media- en communicatierecht KU Leuven en UAntwerpen en CEO Itinera

De kern van de rechtsstaat is dat autoriteiten moeten handelen binnen de wet en dat elk overheidsoptreden een correcte wettige grondslag moet hebben. Die kern leidde tot kritiek op de pandemiemaatregelen, waarvoor de correcte rechtsgrondslag zou ontbreken. Maar is dat wel zo?

De maatregelen van de regering-De Croo rusten op wettelijke grondslagen, zonder beroep op ‘volmachten’, voornamelijk de wet op het politieambt, de noodplan-regeling, en de crisisbeheerwetgeving, zoals de wet op de civiele veiligheid.

©Itinera

Dat is een ruime wettelijke grondslag voor regelgeving bij moeilijk controleerbare voorvallen zoals nucleaire rampen of terroristische aanslagen. Epidemische noodsituaties zijn mogelijk van een andere aard, omdat ze zich kunnen verspreiden over het grondgebied en ingrepen vergen die de uitoefening van onze vrijheden verregaand beknotten.

De overheid moet ingrijpen als de volksgezondheid het vergt: ze heeft een grondwettelijke verplichting om het grondrecht op gezondheid te vrijwaren (art. 23 GW), of nog, het recht op leven (art. 2 EVRM). Ook het voorzorgsbeginsel, afkomstig uit het milieurecht, kan een rol spelen bij internationale gezondheidscrisissen (art. 191 VWEU).

De uitoefening van fundamentele rechten en vrijheden kan overigens altijd onderworpen worden aan beperkingen die bij wet voorzien zijn en noodzakelijk zijn in een democratische samenleving, in het belang van de openbare veiligheid, de bescherming van de openbare orde, gezondheid of goede zeden, of voor de bescherming van de rechten en vrijheden van anderen.

Het Vlaams Decreet Preventief Gezondheidsbeleid herinnert eraan ‘dat elke persoon een individuele verantwoordelijkheid heeft voor de eigen gezondheid, en voor die van zijn medemensen’.

Tenslotte brengt de uitoefening van fundamentele rechten en vrijheden ‘plichten en verantwoordelijkheden’ met zich mee. Het Vlaams Decreet Preventief Gezondheidsbeleid (art. 8) herinnert eraan ‘dat elke persoon een individuele verantwoordelijkheid heeft voor de eigen gezondheid, en voor die van zijn medemensen’.

Codificatie

De regering kondigt een codificatie van het staatsnoodrecht aan. Nu kwam er scherpe academische kritiek, hoewel hogere hoven de wettelijke grondslag van het beleid niet echt problematiseerden. Toch ligt er nu een wetsontwerp voor een geëigende wettelijke grondslag.

In een democratie handelt de regering onder toezicht van het parlement. De regering kan een epidemische noodtoestand afkondigen. Een noodtoestand-KB moet snel bij wet bekrachtigd worden en blijft maar drie maanden geldig. Het ontwerp kiest voor systematische transparantie van de onderliggende feitelijke grondslag van de beslissing, en voor democratische legitimiteit door overleg in de Ministerraad, bekrachtiging bij wet, en parlementaire evaluatie van de wet. Dat zijn sterke staatsrechtelijke waarborgen.

Origineel is dat de minister van Binnenlandse Zaken ’bij in Ministerraad overlegd MB’ de nodige maatregelen van bestuurlijke politie kan nemen in een epidemische noodsituatie.

Origineel is dat de minister van Binnenlandse Zaken ’bij in Ministerraad overlegd MB’ de nodige maatregelen van bestuurlijke politie kan nemen in een epidemische noodsituatie. Het ontwerp neemt de geldigheidsvereisten van het Europees Mensenrechtenverdrag over. De Kamer wordt ingelicht over het MB voor de publicatie en krijgt kennis van de onderliggende wetenschappelijke adviezen die er de draagkrachtige feitelijke grondslag van vormen.

De keuze om verder te werken met ministeriële besluiten sluit aan bij de rol die de minister van Binnenlandse Zaken altijd al had in het federale staatsnoodrecht. Overleg in de ministerraad voegt democratische legitimiteit toe aan een louter besluit van de minister, net zoals de mededeling aan en de bekrachtiging van de KB’s door de Kamer. Belangrijk is dat op zo'n MB altijd rechterlijke toetsing mogelijk is op verzoek van elke belanghebbende burger. De Kamer kan de bekrachtiging van het KB weigeren of een MB opheffen.

Snelheid van handelen

In een wetsvoorstel dat Kamerleden zopas indienden over de materie zou de crisistoestand bij wet moeten vastgesteld worden. In crisistoestand worden maatregelen dan bij wet vastgelegd door de Kamer, op voorstel van de federale regering. Dat is een onwerkbaar gegeven dat de noodzakelijke snelheid van handelen uit het oog verliest en niets vermeldt over de voorwaarden van beperking van fundamentele rechten. Bij wet opgelegde maatregelen ontsnappen bovendien aan reguliere rechterlijke toetsing.

Vorig jaar verleende de Kamer nog ouderwetse ‘volmachten’. Sindsdien nam ze geen initiatief in staatsnoodrecht. Voor het eerst sinds lang heeft de Kamer de gelegenheid om een substantieel staatsrechtelijk debat te voeren: een mooie kans voor een hoogstaand debat.

Leo Neels

Professor emeritus media- en communicatierecht KU Leuven en UAntwerpen

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud