opinie

Heeft Trumps ex-advocaat dan geen beroepsgeheim?

Hugo Lamon

Het rommelt in de VS nu Michael Cohen belooft ‘alles’ te zullen zeggen wat hij weet. Cohen was jarenlang de advocaat van president Donald Trump. Mogelijk heeft hij voldoende informatie om zijn voormalige cliënt in nesten te brengen.

Wie de berichtgeving volgt, stelt zich de vraag hoe het dan wel zit met het beroepsgeheim van die advocaat en of u uw advocaat nog in vertrouwen mag nemen.

Om te beginnen is het Angelsaksische rechtssysteem fundamenteel verschillend van het Belgische, hoewel ook onze wetgever er zich steeds vaker op lijkt te willen inspireren. Praktijken zoals bij Cohen - dat hij ‘schuldig’ heeft gepleit, onderhandelt over zijn straf en een publiek proces ontloopt - wil ook onze minister van Justitie graag invoeren. De op die manier ‘bekende’ feiten staan in de VS juridisch niet meer ter discussie. Dat klinkt in onze oren merkwaardig, omdat wij ervan uitgaan dat een rechter feiten bewezen verklaart.

Uit wat de media hebben geschreven blijkt dat de advocaat actief als tussenpersoon zou zijn opgetreden om zwijggeld te geven aan dames waarmee de president niet meer geassocieerd wil worden. Dat is in de VS een strafbaar feit als het een onderdeel van de financiering van een verkiezingscampagne is.

Een advocaat heeft een beroepsgeheim. Dat is er in de eerste plaats om de cliënt te beschermen. Het is een vrij universeel principe, al verschilt de concrete invulling sterk van land tot land. Het beroepsgeheim garandeert dat de cliënt in alle openheid en zonder angst alles aan zijn advocaat kan vertellen en dat beiden dan de processtrategie bepalen. Met zijn juridische kennis komt de advocaat op voor de rechtmatige belangen van de cliënt, met inbegrip van de waarborg op een onafhankelijk en eerlijk proces. Die vertrouwensrelatie is fundamenteel voor een goede beroepsuitoefening.

Dekmantel

De advocaat mag zich onder de dekmantel van het beroepsgeheim niet schuldig maken aan medeplichtigheid, zelf geen strafbare feiten plegen en er ook niet actief aan meewerken. Dat is vanzelfsprekend. Het beroepsgeheim dient niet om dingen te doen die het licht niet mogen zien. Een advocaat die zich op dat pad begeeft, zit niet op het juiste spoor.

Een advocaat heeft een beroepsgeheim. Dat is er in de eerste plaats om de cliënt te beschermen.

Bij ons is de natuurlijke houding van de advocaat dat hij in het belang van zijn (ook voormalige) cliënt moet zwijgen. Normaal mag een advocaat niets over zijn cliënt vertellen wat hij (rechtstreeks of via derden of onrechtstreeks) vernomen heeft, met uitzondering van wat de cliënt en de advocaat overeengekomen zijn te openbaren in het kader van de verdediging van de cliënt. Als een advocaat dat beroepsgeheim schendt, kan hij in ons land vervolgd worden, zowel strafrechtelijk als tuchtrechtelijk.

Als een advocaat zijn beroepsgeheim bij een getuigenis in rechte (of voor een parlementaire onderzoekscommissie) schendt, zal hij geen strafsancties oplopen, maar dreigt wel een tuchtsanctie. Het beroepsgeheim is immers een fundamenteel element van de beroepsuitoefening van de advocaat. Elke afwijking moet beperkend worden geïnterpreteerd. Zo wijkt het beroepsgeheim voor een noodtoestand, bijvoorbeeld een cliënt die meldt op het punt te staan een moord te plegen. Het Hof voor de Rechten van de Mens heeft in welbepaalde gevallen geoordeeld dat het beroepsgeheim mag wijken voor hogere belangen, zoals de vrijheid van meningsuiting om wantoestanden aan te klagen, maar dan wel in zeer uitzonderlijke omstandigheden. Dat alles maakt niet dat een voormalige advocaat in ons land plots uit de biecht kan klappen. Wie een advocaat in vertrouwen neemt, moet weten dat ons recht het schenden van dat vertrouwen ernstig neemt.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content