opinie

Heilig cijfer 2 mag economisch beleid niet dicteren

Centraal bankiers erkennen impliciet dat ze hun eigen doelstelling van 2 procent inflatie niet kunnen halen en roepen op tot een actiever begrotingsbeleid. Maar een beleid op drift jaagt op langere termijn de staatsschuld de hoogte in. En hoge schulden leiden vroeg of laat tot een financiële crisis.

Ooit domineerde het cijfer 3 de discussies over het economisch beleid in Europa: de bovenlimiet van 3 procent van het bruto binnenlands product (bbp) voor begrotingstekorten. De begrotingsregels in het Verdrag van Maastricht waren ingewikkelder dan dat, maar het publieke debat spitste zich toe op die 3 procent, zeker toen een decennium geleden de begrotingstekorten de pan uitrezen tijdens de eurocrisis.

©RV DOC

Vandaag heerst echter het cijfer 2 over de economische beleidsmakers, in de gedaante van de inflatiedoelstelling van 2 procent van de Europese Centrale Bank (ECB). Het Verdrag over de werking van de Europese Unie dat in 2009 van kracht werd, bevat geen bepaling over prijsstabiliteit. De ECB, die als enige taak heeft de prijsstabiliteit in de eurozone te verzekeren, besloot enkele jaren geleden echter zelf dat prijsstabiliteit betekent inflatie ‘minder dan maar dicht bij 2 procent’ op middellange termijn.

Voor de ECB is dat doel heilig, maar ze heeft het wel al een hele tijd niet meer bereikt. Uniek is ze daarin niet: de inflatie blijft al bijna een decennium stug onder 2 procent in de meeste ontwikkelde economieën. Bovendien lijkt die persistent onder de lat blijvende inflatie geen negatieve economische gevolgen te hebben gehad. De tewerkstelling in de eurozone is gestaag gestegen en de werkloosheid staat op recordlaagtes. De ECB vreest echter dat haar geloofwaardigheid in het gedrang is en vertikt het haar inflatiedoelstelling te laten vallen.

Overheden lijken na jaren ‘hard besparen’ eindelijk een reden te hebben gevonden om meer uit te geven.

De ECB grijpt ook een om de hoek liggende dreiging van economische krimp of zelfs een lichte recessie in de eurozone aan als extra argument om alle beschikbare instrumenten in te zetten voor nog meer expansief beleid. Haar positie lijkt op het eerste gezicht logisch. Maar omdat de ECB eigenlijk alleen oog zou mogen hebben voor de prijsstabiliteit en niet voor de conjunctuur, is het imminente risico op een economische krimp geen argument om het monetair beleid te verruimen. Zeker omdat de conjunctuur geen impact meer lijkt te hebben op de prijzen.

Verrassend

Met een inflatie rond 1 procent en geen enkel vooruitzicht dat de ‘dicht bij 2 procent’ binnen afzienbare tijd gehaald wordt, is de ECB de landen in de eurozone steeds nadrukkelijker beginnen op te roepen om hun deel van het werk te doen, door de begrotingsteugels te vieren. Dat is verrassend, want het Verdrag van Maastricht wijst de verantwoordelijkheid voor de prijsstabiliteit toe aan het monetair beleid en niet aan het begrotingsbeleid. Bovendien valt het aanzetten tot grotere begrotingstekorten moeilijk te begrijpen, gezien de sterkte van de arbeidsmarkt.

Bovendien lijken de ECB-bewindvoerders impliciet de beleidsmakers aan te moedigen om die beperkingen opzij te schuiven, hoewel ze doorgaans zeggen dat elke versoepeling van het begrotingsbeleid moet stroken met de regels van het Stabiliteits- en Groeipact.

Het verband tussen onderbenutting (werkloosheid inbegrepen) en inflatie is de jongste jaren bijna overal verdwenen.

Het idee dat het inflatiedoel van 2 procent primeert boven alle andere regels wint veld. De meeste landen in de eurozone hebben in de grondwet begrotingsregels ingeschreven in overeenstemming met de Europese ‘fiscal compact’. Die schrijft een conjunctureel aangepast begrotingstekort voor van niet meer dan 0,5 procent van het bbp. Het gemiddelde tekort in de eurozone bedraagt nu echter 1 procent. De lidstaten trekken zich dus weinig aan van die fiscal compact. Elke toename van het gemiddelde begrotingstekort komt er dus op neer dat de bestaande begrotingsregels nog meer met de voeten worden getreden.

Het klopt dat Duitsland een begrotingsoverschot heeft en dus binnen het kader van de fiscal compact ruimte heeft om de teugels te vieren. De meeste andere grote eurozonelanden hebben echter tekorten die flink hoger liggen dan 0,5 procent van het bbp. Dat onevenwicht herstellen om te gehoorzamen aan de compactregels zou echter elk expansief beleid van Duitsland meer dan tenietdoen.

Onderbenutting

De logica achter het argument dat het inflatiedoel boven al de rest staat, is simpel: lage inflatie kan wijzen op een (mogelijk verborgen) onderbenutting van productiefactoren zoals kapitaal en arbeid. Beleidsmakers kunnen dan die logica inroepen om een soepeler begrotingsbeleid en monetair beleid te rechtvaardigen, ook al is de groei bevredigend en daalt de werkloosheid.

Het wordt steeds moeilijker te rechtvaardigen dat beleidsmakers hun voet op het gaspedaal moeten houden, enkel en alleen omdat de inflatie lager is dan 2 procent.

Toch is dat een zwak argument, omdat het verband tussen onderbenutting (werkloosheid inbegrepen) en inflatie de jongste jaren bijna overal verdwenen is. Ja, steeds meer verfijnde econometrische analyses die ook rekening houden met variabelen als inflatieverwachtingen lijken te bevestigen dat de zogenaamde Phillips-curve nog steeds geldt: werkloosheid of andere vormen van onderbenutting hebben enig neerwaarts effect op lonen en inflatie. De ECB heeft die dynamiek naarstig nagestreefd. Het verband is echter minder simpel dan vroeger, en dus wordt het steeds moeilijker om te rechtvaardigen dat beleidsmakers hun voet op het gaspedaal moeten houden, enkel en alleen omdat de inflatie lager is dan 2 procent.

De expansionistische visie wint echter veld. Dat spoort met het wijdverspreide gevoel, vooral in Europa, dat de overheden na jaren van ‘hard besparen’ eindelijk een reden hebben gevonden om meer uit te geven, en centraal bankiers treden ze daarin bij. Ze zeggen het misschien niet openlijk, maar door op te roepen tot een actiever begrotingsbeleid geven ze eigenlijk toe dat ze hun eigen inflatiedoelen niet kunnen halen.

© Project Syndicate

Lees verder

Tijd Connect