opinie

Heldenapplaus verzilveren met miljarden volstaat niet

De overheid moet de loonsverhoging en de extra mensen voor de zorgsector ook koppelen aan kwaliteitsverbetering. Pas dan is er een historische doorbraak in het wittewoededossier.

De miljarden in de zorg vliegen ons om de oren. Het federale niveau injecteert 1 miljard, op Vlaams niveau hoopt men op 1,8 miljard. De bedoeling is om het heldenapplaus te verzilveren. Terecht. Het zorgpersoneel verdient een volwaardig loon en een waardige job. De werkdruk structureel verlagen is daarbij meer dan ooit essentieel. 60 procent van het personeel in de sector kampt met structurele werkdrukklachten. Maar hoe doen we dat? Volstaat het om louter extra vrouw- of mankracht aan te werven, stel al dat we die zouden vinden op de krappe arbeidsmarkt?

Vertrouwensrelatie

In de jaren 90, tijdens de eerste uitbraak van de witte woede, deed ik experimenteel onderzoek in drie woon-zorgcentra die onder hetzelfde OCMW-bestuur ressorteerden. De personeelsomkadering in de drie instellingen was bijna identiek, het bewonersprofiel vergelijkbaar. Toch rapporteerde het zorgpersoneel in een van de drie instellingen opvallend minder werkdrukklachten dan in de twee andere. De reden was dat het personeel in de ‘excellente’ instelling een beduidend betere vertrouwensrelatie met de directie en het middenkader had. Problemen werden aangekaart, maar ook opgelost.

Dat en vele andere wetenschappelijke onderzoeken leerden mij een belangrijke les: we moeten dringend af van het idee dat werkdruk alleen kwantitatief te beïnvloeden is. Even belangrijk is om te investeren in een andere organisatie, een andere manier van werken, een innovatief werk- en dialoogklimaat. Alleen dan kan sprake zijn van een echte historische doorbraak in het wittewoededossier.

Iedereen kent wel het gevoel van onmacht, niet omwille van een tekort aan handen, maar omwille van een gebrek aan visie, samenwerking of intermenselijke ‘match’. Kostbare tijd wordt dan verloren, werkrelaties vertroebelen, er ontstaat een wij-tegen-zijklimaat.

Logisch ook, iedereen kent wel het gevoel van onmacht, niet omwille van een tekort aan handen, maar wel omwille van een gebrek aan visie, samenwerking of intermenselijke ‘match’. Kostbare tijd wordt dan verloren, werkrelaties vertroebelen, er ontstaat een wij-tegen-zijklimaat. De werkgever krijgt de schuld van de verhoogde werkdruk en wordt voor het personeel de agressor. Diezelfde werkgever schuift de zwarte piet door naar de overheid en verwijt omgekeerd het personeel en de vakbonden dat ze onvoldoende constructief meedenken in het complexe werkdrukvraagstuk. Een open en oplossingsgerichte dialoog over werkdruk wordt dan wel bijzonder lastig. 

Micro-initiatieven

Beste overheid, koppel daarom de investering in kwantiteit (loonsverhoging, extra mensen) ook aan kwaliteit. Daag zorginstellingen en zorgpersoneel uit in het nemen van innovatie-initiatief. Onlangs las ik een mooi voorbeeld waarbij bestaande kledij van bewoners in een woon-zorgcentrum op een creatieve manier werd aangepast. Bewoners konden daardoor makkelijker worden omgekleed en behielden tegelijk hun persoonlijke stijl. Voor de verzorgenden kwam daardoor meer tijd vrij voor een praatje.

Werkdruk bespreekbaar maken zit blijkbaar niet in ons onderwijs-DNA. Logisch dat zich dat voorzet in ons latere werk-DNA.

Zulke micro-initiatieven promoten en ondersteunen kan de werkdruk structureel mee oplossen. Een ander voorbeeld viel mij op tijdens de coronacrisis. Zorgprofessionals gingen elkaar spontaan bijstaan over de grenzen van de eigen zorginstelling heen. Interne mobiliteit binnen de instelling, maar ook ruimer binnen een netwerk, zou op die manier veel meer dan nu regel dan de uitzondering kunnen worden. Waarom het momentum vandaag niet aangrijpen om dat soort win-wininitiatieven te bestendigen of meer af te dwingen?

Gedeeld leiderschap

Beste werkgevers én werknemers, bespreek de werkdruk en de werkorganisatie. Er leven best veel ideeën op de werkvloer. Haal ze naar boven, ga te rade bij zusterinstellingen, mik op creativiteit. Werkdruk is immers iets dat we vaak en misschien graag problematiseren en dramatiseren, maar niet oplossen. Doemdenken is het gevolg.

Mijn dochter van 17 ervaart al jaren piekmomenten van problematische werkdruk op school, niet het minst in examentijd. Net zoals zoveel andere jongeren slaagt ze er niet in daarover een gesprek aan te gaan met haar leerkrachten of de directie. Werkdruk bespreekbaar maken zit blijkbaar niet in ons onderwijs-DNA. Logisch dat zich dat voorzet in ons latere werk-DNA.

Het staat buiten kijf dat de zorgsector bekwame directies en middenkaders nodig heeft, die de spreidstand tussen efficiëntie en menselijkheid op een slimme en duurzame manier kunnen dichten.

Kies ook resoluut voor gedeeld leiderschap rond het thema. Het staat buiten kijf dat de sector bekwame directies en middenkaders nodig heeft, die de spreidstand tussen efficiëntie en menselijkheid op een slimme en duurzame manier kunnen dichten. Directies die tegelijk ruimte laten voor inspraak en dialoog. De tijd van zuster of broeder overste is definitief voorbij. Leiderschap vandaag bevindt zich niet meer alleen in het directeurslokaal, maar in elke laag van de organisatie, in elk zorgteam. Dat heeft de coronacrisis ons meer dan ooit laten zien.

Ook voor de vakbonden ligt daar een unieke vernieuwingskans. Het Belgisch sociaal overleg wordt nog te sterk bepaald door het historisch compromis dat het inrichten van de organisatie en de manier van werken de verantwoordelijkheid van het management is. Hoe men de taart bakt, is door het management te bepalen, over hoe men de taart (loon) verdeelt, wordt met de vakbond onderhandeld. Door samen nieuwe ingrediënten te zoeken voor de taart kunnen vakbonden en directies zich fundamenteel heruitvinden. Samen tegen de werkdruk in de zorg. Laat dat de nieuwe slogan zijn achter de miljardeninvestering.

Peggy De Prins, arbeidssocioloog Antwerp Management School

Lees verder

Gesponsorde inhoud