opinie

Herdenk het onderwijs vanuit de klas

Philip Brinckman

Mensen in het onderwijs schreeuwen het al langer van de daken: de kwaliteit gaat achteruit. In plaats van daarover te jammeren moeten we dringend maatregelen nemen die de klas rechtstreeks ten goede komen.

De kwaliteit van het kennisonderwijs is volgens diverse rankings van haar voetstuk gevallen. Ooit het paradepaardje van kennisminnend Vlaanderen, blijkt het onderwijs noch een rechtsdraaiend lipizzaner noch een links zoekend przewalskipaardje te zijn. Nu het doek gevallen is, lijkt het onderwijs veeleer een kermis die leuke rondjes draait om kinderen te amuseren.

Nee, ik heb niets tegen amusement, maar van een school mag je wel iets anders verwachten. Wat is er aan de hand? Politici en onderwijsverstrekkers hebben hun verklaringen klaar. Sommigen wijzen naar elkaar of nemen de vlucht vooruit. Sociologen en bepaalde academici die gretig aan de afbraakpolitiek meededen, wassen nu hun handen in onschuld. Maar wat vindt de werkvloer van al die heisa?

De opleiding tot leerkracht moet een totale make-over krijgen.

We schreeuwden het de voorbije jaren van de daken: we zitten met ons kennisonderwijs op een hellend vlak. De beleidsmakers en onderwijsverstrekkers, dikwijls gesteund door bepaalde media, keken weg. Verblind door het vraagstuk van de gelijke kansen, het welbevindendilemma en de marktwerking deden ze er soms nog een schepje boven op. Het onderwijs moest in één beweging de neveneffecten van het welvaartskapitalisme oplossen en werd zo een vergaarbak voor alle maatschappelijke problemen. ‘Gewoon goed’ lesgeven en inzetten op kennisoverdracht én attitudetraining werden naar de marge verdreven. Differentiatie- en competentieonderwijs zou de oplossing bieden. Niet dus! Want de beleidsvoerders heb-ben de uitvoerbaarheid van hun zogenaamde ‘sociale’ plannen nooit getoetst bij de leraars.

In plaats van te blijven lamenteren, moeten we dringend de handen in elkaar slaan om maatregelen te nemen die de klas rechtstreeks ten goede komen.

Eerst en vooral moeten we beslissen welk onderwijs we wensen. Zien we de school nog als een leeromgeving waar aandacht voor concentratie, instructie en herhaling hun plaats krijgen, een plek waar alle kinderen ongeacht hun achtergrond worden uitgedaagd om ook intellectueel het beste van zichzelf te geven? Mogen we daarbij ook oog hebben voor attitudetraining en voor leerlingen die willen excelleren? Aanvaarden we dat leerlingen door dat soort onderwijs van elkaar verschillen? Je hebt nu eenmaal leerlingen die nieuwe informatie sneller omzetten in kennis en inzicht. Een gelijkekansenbeleid is geen gelijke-uitkomstenbeleid.

Ten tweede: laat de leerkracht vooral onderwijzen en bedwing de tijdverspilling door administratieve bewijslast. Als ik getalenteerde leerlingen probeer warm te maken voor het onderwijs, houden ze de boot af. Waarom? Helpen bij de groei en de vorming van kinderen en jongeren is toch betekenisvol? Je hebt toch veel vakantie en het loon is toch ook niet onaardig? Ambitieuze jongeren kiezen niet voor het onderwijs, omdat ze geen zin hebben voor andermans kinderen te moeten (ver)zorgen en overladen te worden met bergen verbeterwerk.

‘Tieners zijn soms vervelend, meneer’, vertrouwde een getalenteerde jongen me onlangs toe. ‘Hoe houden jullie dit vol?’ Het klopt, en dan weet hij nog niet dat sommige ouders zich bij het minste akkefietje als pubers gedragen. Als je niet moedig bent, steek je als leraar al vlug je kop in het zand en kies je voor de minste weerstand. Je playbackt dan maar wat moedeloos de voorgekauwde deuntjes van de commerciële bord- en invulboeken.

Ten derde: alles staat of valt met degelijke leerkrachten die gepassioneerd en dus boeiend een verhaal van cultuur, wetenschap en taal brengen. Maar veel jonge leraren zijn niet opgewassen tegen die taak. De opleiding tot leerkracht moet een totale make-over krijgen. We horen vaak hoe onervaren docenten hoger onderwijs bedenkelijke inzichten verkopen aan aspirant-leerkrachten. Eén voorbeeld: heel wat lerarenopleidingen zetten groots in op actieve werkvormen die niet zelden voor verstrooiing zorgen en de lesdoelen niet dienen, terwijl de directe instructie van de leerkracht in de les de beste garantie is om leerlingen bij de les te houden.

Ten vierde: geef de deskundige leerkracht genoeg vertrouwen. Sommige regelneven grijpen deze crisis aan met het adagium ‘meten is weten’. Als we alleen met een meetlatje naar het onderwijs kijken, verarmen we de school tot een markt die alleen oog heeft voor rendement, en dat is niet noodzakelijk hetzelfde als kwaliteit. Niet alles wat waardevol is, kan worden gemeten. Hoe meet je het luisterend oor, het schouderklopje of het prikkelen van de nieuwsgierigheid? In de klas gebeurt godzijdank veel dat niet te meten valt.

Als we in de meetval trappen, persen we onze kinderen in een instituut met de kenmerken van een legbatterij. Wedden dat sommige ‘uitbaters’ alleen maar oog zullen hebben voor het kweken van kwantiteit, zonder te letten op de levenskwaliteit van elke leerling afzonderlijk? Je kan er gif op innemen dat een aantal zal rommelen met de data om zo door de markt gewenste resultaten te behalen. Wat met de kippenkwekers die zich ontfermen over de kippen die minder eieren leggen?

Godzijdank zijn onze kinderen geen broedkippen en leerkrachten voorlopig nog geen kwekers.

Lees verder

Tijd Connect