opinie

Herfederalisering komt uit de kast

Dave Sinardet

2016 was een zeer bewogen jaar. Een roetsjbaan van aanslagen, van brexit en van Trump. Wat brengen 2017 en de nabije toekomst ons? We vroegen tien opiniemakers om in hun glazen bol te kijken. Vandaag buigt Dave Sinardet zich over onze staatsstructuren en hoe het debat daarover evolueert.

Door Dave Sinardet, professor politieke wetenschappen aan de VUB en gespecialiseerd in federalisme.

Wat verliep het vroeger toch voorspelbaar, het Vlaamse publieke debat over staatshervorming. Politici verschilden wel van mening over hoeveel en welke bevoegdheden overgeheveld moesten worden en over hoe prioritair dat was, maar er bestond een apert taboe: bevoegdheden konden enkel van België naar Vlaanderen verschuiven, nooit omgekeerd.

Nochtans had ik verschillende Vlaamse politici off the record al horen betogen dat we op bepaalde vlakken te ver waren gegaan met splitsen. Maar ze beseften dat die boodschap niet ‘bon ton’ was en waren bevreesd om door Vlaams-nationalisten bestempeld te worden als belgicist. Dus bleef het in het beste geval bij bescheiden bespiegelingen in de marge.

Het communautaire debat is het afgelopen jaar onherroepelijk verbreed. Zo is ook de kloof over de toekomst van België vergroot, maar dan binnen Vlaanderen.

Enkel bij de eerste onderhandelingen over de zesde staatshervorming kwam herfederalisering even aan de oppervlakte en begin 2008 maakte toenmalig premier Guy Verhofstadt er gewag van in zijn nota aan de koning. Maar dat was het dan. Het communautaire debat werd beheerst door een nationalistische ideologie, die dicteerde dat bevoegdheden maar in één richting konden verschuiven. Staatshervorming moest Vlaamse staatsvorming zijn. Herfederalisering was politiek incorrect.

Verbaasd

Tot het woord vorig jaar plots een plaats verwierf in de vaste politieke woordenschat. Het begon in januari, toen ik samen met twee UCL-collega’s de resultaten van een onderzoek publiceerde die ons een beetje hadden verbaasd. Om hun voorkeur over de bevoegdheidsverdeling te meten, hadden we de leden van alle parlementen gevraagd zich te plaatsen op een schaal: 0 stond voor alles bij de deelstaten, 10 alles bij België en 5 voor de situatie zoals ze nu is. Bleek dat heel wat parlementairen zich aan de rechterkant bevonden, in die mate dat de gemiddelden van Groen, Open VLD, sp.a en de Franstalige partijen uitkwamen tussen 5 en 6. Een relevante verschuiving tegenover vier jaar eerder.

De groeiende steun voor herfederalisering bij parlementairen werd plots zichtbaar, waarop heel wat voorstanders hun coming-out durfden te doen

Zo werd de groeiende steun voor herfederalisering bij parlementairen plots zichtbaar, waarop heel wat voorstanders hun coming-out durfden te doen. Er ontstond een publiek debat dat het afgelopen jaar telkens weerkeerde: in de lente toen België een ‘failed state’ genoemd werd; in de zomer toen Open VLD-vicepremier Alexander De Croo het herfederaliseren van mobiliteit, energie, buitenlandse handel en veiligheid bepleitte; of nog in de herfst toen zelfs het CD&V-congres ervoor koos het taboe op herfederalisering te verlaten.

Die verrassende stemming gebeurde tegen de partijtop in, die dan maar probeerde te spinnen dat de congresgangers zo wraak wilden nemen op N-VA-boegbeeld Bart De Wever, die CD&V had gejend in een interview. Journalisten namen die ‘politique politicienne’-interpretatie gretig over, maar ze zegt meer over de N-VA-obsessie van de CD&V-top dan die van de basis.

Balans

Eerder speelde een inhoudelijk generatieverschil. Het amendement over herfederalisering was ingediend door de CD&V-jongeren. Ook bij de MR wakkerden de jongeren de discussie aan. Het is niet zo dat de scheidslijn volledig tussen jong en oud loopt, maar jongeren kijken vaak nuchterder naar het bevoegdheidsdebat, en minder met de klassieke nationalistische bril.

Een andere verklaring voor de groeiende steun voor herfederalisering is simpelweg dat na zes staatshervormingen stilaan een balans kan worden opgemaakt. En die leest vaak ontnuchterend. De Vlaamse politieke cultuur is een copie conforme van de Belgische. En België is nu eenmaal een klein, dichtbevolkt gebied waar gewestgrenzen de socio-economische samenhang niet doen verdwijnen, vooral niet in Brussel. En dus kan je vaak niet anders dan over overgehevelde bevoegdheden beslissingen nemen met andere gewesten. Gevolg: je zit met meer partijen om de tafel dan voor de splitsing.

Een andere verklaring voor de groeiende steun voor herfederalisering is simpelweg dat na zes staatshervormingen stilaan een balans kan worden opgemaakt. En die leest vaak ontnuchterend.

Het was zeker niet altijd een sinecure om over kwesties als mobiliteit overeen te komen binnen één nationale regering tussen vier partijen uit twee taalgroepen, maar na de splitsing moet dat vaak tussen drie à vier regeringen en dus tussen zo’n acht partijen. In een particratie als België is een consensus vinden tussen regeringen moeilijker dan binnen één regering. Tenzij overal dezelfde partijen aan de macht zijn, maar dat is al even geleden.

De weg naar de herfederalisering werd bovendien mede geplaveid door... Vlaams-nationalisten. Jawel. En dan nog door hun argumenten om bevoegdheden te splitsen. Lang geleden klonken die écht nationalistisch: Vlamingen waren een eigen volk met een andere identiteit en cultuur dan Walen. In de jaren 80 moest de kinderbijslag nog Vlaams worden omdat Vlamingen hun kinderen anders opvoeden. Die stelling sluit uiteraard herfederalisering uit.

Efficiëntie

Maar met het groeiende besef dat slechts weinig Vlamingen wakker liggen van l’autonomie pour l’autonomie evolueerden de argumenten in een meer rationele richting die ook niet-nationalisten kon overtuigen. Er moest gesplitst worden uit efficiëntie. Maar op basis van dat criterium is het moeilijk verschuivingen in beide richtingen per definitie uit te sluiten. Zeker als blijkt dat regionalisering niet altijd efficiëntie meebracht.

Komt daarbij de kritiek van partijen als de N-VA op ons te groot overheidsbeslag en de wildgroei aan politieke mandatarissen, wat uiteraard mee door de staatshervormingen is aangewakkerd. Een Belgische bevoegdheid opsplitsen creëert minstens drie ministers met elk hun kabinetten en administraties waar er tevoren telkens maar één van was. Dat kan bijna enkel duurder en complexer uitvallen.

Herfederalisering valt goed bij een belangrijk deel van de publieke opinie dat niet begrijpt waarom talrijke excellenties onderling jarenlang bakkeleien om één - en vaak zelfs géén - beslissing te nemen

Daarom valt herfederalisering goed bij een belangrijk deel van de publieke opinie dat niet begrijpt waarom talrijke excellenties onderling jarenlang bakkeleien om één - en vaak zelfs géén - beslissing te nemen. Misschien daarom dat staatshervormingen, anders dan in landen als het VK, nooit werden voorgelegd aan de bevolking via referendum.

Toch betekent dat allemaal niet noodzakelijk dat we binnenkort zeker bevoegdheden terug naar België zien verschuiven. Op zich volstaat het dat één partij, nodig voor een tweederde meerderheid, er een breekpunt van maakt. Maar in veel partijen zit nog niet iedereen volledig op dezelfde lijn. Zeker bij CD&V maar ook Open VLD en sp.a behouden sommige ex-VU’ers een aversie voor alles wat ze percipiëren als het versterken van België. En dan hadden we het nog niet eens over de N-VA. Bovendien spelen ook algemene partijbelangen: hoe meer opgesplitste bevoegdheden, hoe meer posten er te verdelen vallen. Et pour les francophones, la même chose.

Toch is het communautaire debat het afgelopen jaar onherroepelijk verbreed. Zo is ook de kloof over de toekomst van België vergroot, maar dan binnen Vlaanderen. Dat belooft een intellectueel opener en dus boeiender debat over staatshervorming op te leveren de komende jaren.

Lees verder

Tijd Connect