opinie

'Het is nog niet te laat voor de Belgische industrie'

Wat brengen 2015 en de nabije toekomst ons? We vroegen aan acht opiniemakers om in hun glazen bol te kijken, telkens voor één aspect dat 2014 mee heeft bepaald. Vandaag buigt Ronnie Leten, de CEO van de Zweedse multinational Atlas Copco, zich over de perspectieven voor de industrie.

Mijn voorspellingen voor 2015
  • Europa knoopt terug aan met economische groei.
  • Werkgevers, sociale partners en regeringen sluiten een akkoord met als doel de economische competitiviteit duurzaam te verhogen in België.
  • Het wordt algemeen aanvaard dat langer werken nodig is om ons pensioenstelsel betaalbaar te houden.

Lees de volledige reeks op tijd.be/deglazenbol

Ik word geregeld uitgenodigd om te komen spreken over de industriële competitiviteit van ons land. Ik hanteer dan altijd dezelfde titel: ‘Why continue to invest in Belgium as a global company? A case: Atlas Copco’. Atlas Copco is al meer dan een halve eeuw in ons land aanwezig. Vanuit Antwerpen is het uitgegroeid tot dé wereldspeler in compressoren. Ruim twee decennia geleden was Atlas Copco niet meteen de wereldwijde marktleider. Het was een sterke, Europese speler.

Hoe zijn we dan naar de kop geschoven? Mijn persoonlijke overtuiging is dat dat succes stoelt op enkele duidelijke principes. Zo is er het voortdurende streven om altijd beter te willen doen. Innovatie is de sleutel in alles wat we als bedrijf presteren. We willen steeds dicht bij de klant staan, ook als die aanklopt met heel moeilijke noden. En dat waar ook ter wereld. Want de wereldmarkt is onze benchmark, we willen de beste zijn. Overal in de wereld. Eerst en vooral als leider in innovatie om altijd productiviteit te leveren voor onze klanten, maar ook als kostenleider.

Onderscheiden

Velen zullen denken: eenvoudiger kan niet. Dat klopt, en ik denk dat juist daar de basis ligt van het succesverhaal. Maar wat nu? Wat kunnen we verbeteren om het nog beter te doen in deze globale, resultaatgerichte markt? Of laat me de vraag dichter bij huis brengen. Kunnen we nog competitief blijven in België? Is er nog een toekomst weggelegd voor de industrie in Vlaanderen?

Ik geloof van wel. België heeft qua ligging heel wat voordelen. Centraal in Europa, de grootste economie van de wereld. België heeft een solide infrastructuur, zowel van fysieke als digitale wegen. We hebben een goed opgeleide bevolking en de politieke structuur is stabiel te noemen. Een politieke cultuur waar het eigendomsrecht, een hoeksteen van de democratie, gerespecteerd wordt. De basisvoorwaarden zijn er dus zeker.

Maar volstaat die basis in onze snel veranderende wereld nog als ‘differentiator’? Kunnen we alleen daarmee het verschil maken en onze welvaart vergroten? Ik schrijf wel degelijk ‘vergroten’, want ik geloof stellig dat we de dag waarop we ons tevreden stellen met enkel het behoud van de bereikte welvaart, aan welvaart zullen inboeten. Ik baseer me op het gegeven dat we het als mensheid al generaties lang altijd beter willen hebben. Voor onszelf en voor wie na ons komt.

Hoe kunnen we ervoor zorgen dat de wereld onze producten koopt en zal blijven kopen? Hoe kunnen we bewerkstelligen dat industriële investeringen de weg blijven vinden naar ons land? Wat zijn dan die ‘differentiators’ vandaag en morgen?

Toetje

Daar zijn twee belangrijke antwoorden op te geven: ervoor zorgen dat onze meest getalenteerde mensen hier ‘hun ding’ kunnen doen, en dat onze kapitaalkrachtige mensen hier hun kapitaal willen investeren. Want wat is eenvoudiger, aangenamer en geeft meer voldoening dan werken en investeren in de omgeving waarin je opgegroeid bent? En nog succes te hebben als toetje?

Waarom gebeurt dat niet genoeg? Ik vrees dat het veel te maken heeft met hoe traag we beslissen, wegens complexiteit. Door allerlei soorten regelgeving en door het opsplitsen van macht(en) hebben we een niet altijd even transparante maatschappij geschapen. Wetgeving is er uiteraard altijd met goede bedoelingen gekomen. Maar de totaliteit past niet altijd samen. De mayonaise pakt niet.

We weten allemaal dat een transparante maatschappij een equivalent is voor een snellere maatschappij. Met alle daaraan verbonden voordelen. Dat geldt ook voor industriële organisaties. De dag dat de bedrijfsstructuren niet meer duidelijk zijn voor de medewerkers, verlies je snelheid in de beslissingen en dus in competitiviteit.

Wendbaarder

Een tweede differentiator is dat we ons allemaal, jong of oud, Waal of Vlaming, wendbaarder moeten opstellen. Voortdurend en blijvend veranderen wordt een vast gegeven. Moeten we daar nu bang voor zijn? Heel zeker niet. Het geloof in zelfredzaamheid, gekoppeld aan wendbaarheid, is een kwaliteit die we ons allemaal eigen moeten maken, als dat al niet gebeurd is.

Daarom vind ik ook dat we moeten inzetten op blijvend leren, in alle aspecten van de maatschappij, dus ook in de industrie. Als we daar onze leerbaarheid kunnen vergroten, de tijd kunnen verkorten om nieuwe zaken te leren, winnen we aan competitiviteit. We leven allemaal langer, we bouwen tijdens onze loopbaan een ongeziene hoeveelheid ervaring op. Als we die ervaring kunnen koppelen aan de nieuwe technologieën, winnen we aan competitiviteit, en dus aan welvaart.

Topsprinter

De immer veranderende technologie is de oorzaak van de vele, snelle wijzigingen vandaag. De industriële revolutie heeft de wereld en dus ook België veel welvaart gebracht. Vandaag ervaren we met zijn allen de digitale revolutie. Stabiele markten worden totaal veranderd. Wie sprak er tien of vijftien jaar geleden over bedrijven als Alibaba, om Uber en Zalando niet te noemen? De ‘clock speed of change’ versnelt, als een topsprinter aan het einde van een wielerklassieker.

Sprint de ‘vitality index’ van onze industrie nog mee? Want de digitale revolutie heeft een impact op alle sectoren, op alle lagen van de bevolking en daardoor ook op de politiek, de wetgeving en onze gewoontes. We zien meer robotisering in de industrie, zelfs in de private sfeer. We hebben 3D-printing en kennen ‘machine tot machine’-communicatie. We spreken vlotjes over ‘big data’-analyses.

Dat betekent voor ons dat we ons zeer wendbaar moeten opstellen. Het is de organisatie van de industrie, de maatschappij die zich het snelst aanpast aan de nieuwe opportuniteiten, die de meeste welvaart zal creëren.

Is er nog plaats voor industrie in België? Ik geloof daar rotsvast in. Laat ik afronden met een Cruijffiaanse uitspraak: ‘In voetbal is het simpel. Je bent op tijd of je bent te laat. Als je te laat bent, moet je zorgen dat je op tijd vertrekt.’ Het is voor ons nog niet te laat. Laat ons dus tijdig vertrekken. Morgen: Hendrik Vos over Europa.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud