opinie

Hoe kunnen we het contrast tussen angstige bevolking en serene beurzen verklaren?

Hoofdeconoom Orcadia Asset Management

Zo angstig de bevolking, zo kalm de markten. Het is 23 jaar geleden dat de beurzen nog zo rustig waren. Vijf factoren bieden een verklaring.

Zijn beleggers grote kinderen gebleven? Uit de stripverhalen uit hun jeugd, een ver verleden voor de meesten, lijken ze te hebben onthouden dat het mogelijk is alle gevaren te overwinnen. Is het niet verwonderlijk dat het toenemende populisme, een vijand van de markteconomie, zich niet vertaalt in een daling van de koers-winstverhouding op de aandelenmarkten? Is het niet verrassend dat de geopolitieke spanningen en de dreiging van cyberaanvallen, die onder andere alle bedrijven kunnen lamleggen, de waardering van de beurzen wereldwijd niet in elkaar doen zakken?

De beurs is een barometer van de private winsten en niet zozeer een thermometer van de volksgezondheid.

Er is een frappant contrast tussen de angst bij de kiezers en de evolutie van de beurzen, die mooie prestaties met weinig volatiliteit voorleggen. Hoe kunnen we die schijnbare contradictie tussen de ongerustheid bij de bevolking en de sereniteit van de markten verklaren?

Een eerste verklarende factor is dat hoewel er veel angst heerst, het goede nieuws net zo talrijk is. Er zijn Noord-Korea, de Krim, Islamitische Staat, Syrië, Donald Trump, de brexit, Beppe Grillo en Marine Le Pen. Maar er zijn ook de conjunctuurindicatoren, de financiële stabilisering, de daling van de werkloosheid en het verdwijnen van het spookbeeld van de deflatie. Alles samen heeft de wereldeconomie niet slecht gevaren door de combinatie van de globalisering, de technologische vooruitgang en het monetair activisme. Al bij al gaat het goed, ondanks de zweem van crisis die blijft hangen. Een reële groei van 3,5 procent, ook al is dat iets lager dan in het verleden, blijft een uitzonderlijke prestatie.

Ongelijke vruchten

Een tweede factor voor het contrast tussen de bevolking en de markten is dat de vruchten van de vroegere en de huidige groei niet gelijk verdeeld zijn. Er zijn winnaars en verliezers en de eersten compenseren de laatsten niet, hoewel zo’n wederkerigheid rechtvaardig en opportuun zou zijn. Bij de winnaars staan de bedrijven en hun aandeelhouders op de eerste rij. De beurs is een barometer van de private winsten, en niet zozeer een thermometer van de volksgezondheid.

©Photo News

De derde factor is de bijziendheid van de financiële markten. De vaak omvangrijke problemen, onder andere politiek, ecologisch en sociaal, zijn zichtbaar. Denken we aan de vervuilde lucht in Peking of de verkiezingsuitslagen in onze democratieën. De financiële gevolgen van die risico’s zijn op dit moment nog wazig. We citeren graag Joseph Schumpeter, maar we vergeten de zware hypotheek die de onvrede van de bevolking volgens hem op het kapitalisme legt.

Of directer: we worden ons pas bewust van het bancaire systeemrisico nadat de instellingen aan het wankelen zijn gegaan, niet ervoor. Of zoals Nouriel Roubini recentelijk aangaf: de Noord-Koreaanse dreiging heeft niet dezelfde impact als een olie-embargo of een oorlog bij een producent van het zwarte goud. Ze kondigt niet de gevreesde stagflatie aan.

De bijziendheid heeft ook te maken met het feit dat we ons voorhouden dat de Krim en het Donetsbekken in het oosten van Oekraïne geen oorlog waard zijn, dat de Noord-Koreaanse raketten als losse flodders ‘plof’ zullen blijven zeggen en dat de kosten van de klimaatontsporing beperkt zullen zijn.

Volatiliteit

Een vierde factor is dat die sereniteit van de markt slecht gemeten wordt. Het volstaat om het zwakke punt van de meest gebruikte risico-indicator - de volatiliteit - te illustreren. Een marktdaling, voor zover ze constant is, kan grote verliezen teweegbrengen met een beperkte volatiliteit. De Amerikaanse topeconoom en voormalige minister van Financiën Larry Summers schreef enkele dagen geleden dat de onzekerheid kan verschijnen als een zelfvernietigende voorspelling in plaats van een selffulfilling prophecy. Het idee is dat de onzekerheid leidt tot een daling van het hefboomeffect in de markten, en zo tot minder volatiliteit.

We hebben geleerd te leven met crisissen, die alleen nog maar koopkansen mogen zijn

Een vijfde factor is de tegenhanger van de crisis van 2008. Dat we heelhuids uit de ‘grote financiële crisis’ zijn geraakt, leidt tot de ingesteldheid ‘dat we toekomstige moeilijkheden zullen overwinnen’. We hebben geleerd te leven met crisissen, die alleen nog maar koopkansen mogen zijn. We rekenen op de overheden als vangnet, in het bijzonder de centrale banken. Het is de terugkeer van de fameuze putoptie van Alan Greenspan, de voormalige voorzitter van de Amerikaanse centrale bank.

We moeten natuurlijk blij zijn dat goed nieuws het tegengewicht vormt van de angsten. Dat de beursgeschiedenis aantoont dat het risico relatief is bij een lange beleggingshorizon. Dat de overheden niet volledig machteloos staan om crisissen te beheren. Maar als de markten een grote neiging tot stabiliteit hebben, is het belangrijk zich de uitspraak van de filosoof Friedrich Nietzsche te herinneren: ‘Niet de twijfel, maar de zekerheid maakt gek.’

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud