opinie

Hoe maken we ons land toekomstzeker?

Een nieuwe communautaire ronde moet gericht zijn op staatsverbetering of staatsvermindering. En politici beginnen dan best bij zichzelf.

Een opiniepeiling in een Vlaamse krant vorige week bevestigde de steeds groter wordende apathie over de politiek. Iets meer dan de helft van de ondervraagden zegt er (niet) meer in geïnteresseerd te zijn. 72 procent vindt het Belgische model niet meer werken, twee derde ondervindt ook geen hinder van het gebrek aan federale regering. De helft van de geënquêteerden is voorstander van confederalisme of wat ze daaronder menen te verstaan.

De onwetendheid over dat containerbegrip confederalisme doet me wat denken aan die bus die de brexiteers door Londen lieten rijden waarop stond dat dankzij de brexit 350 miljoen pond naar de NHS (openbare gezondheidszorg) kon vloeien in plaats van naar Brussel. We kennen het vervolg. In elk geval is het duidelijk dat dit jaar zonder federale regering het vertrouwen in de politiek geen goed heeft gedaan.

Na bijna één jaar lopende zaken is een nieuwe informateur met volle moed aan de slag gegaan en het communautaire dossier is uit de koelkast gehaald. Maakt België zich op voor een zoveelste conclaafronde in een of ander kasteel in de Brusselse rand? Wordt de druk voor de zoveelste keer van de communautaire snelkookpan gehaald door een ruil tussen geld en bevoegdheden?

Het lijkt erop dat de Wetstraat eens te meer dezelfde grijsgedraaide plaat gaat opzetten. Dat is jammer. Het debat over hoe we onze staat het best organiseren, is te belangrijk om te laten verzanden in platitudes en verrottingsstrategieën.

De Vlaamse senior partner van de gevallen regering bestond erin vier jaar te doen alsof hij federaal de kracht van de verandering bracht, om na de uittocht over het Marrakeshpact het federale niveau te verketteren. En hij blijft dat doen, zoveel maanden na de verkiezingen. Het doet wat denken aan een vrachtwagenchauffeur op de Antwerpse ring die alles dichtgooit, zijn camion dwars over de weg zet en dan begint te sakkeren op het fileprobleem.

Fijne kam

De afgelopen halve eeuw vonden sinds de eerste ronde onder Gaston Eyskens zes staatshervormingen plaats die allemaal volgens een soortgelijk recept werden bereid: opgepookte communautaire tegenstellingen werden afgekocht met geld en bevoegdheden. Institutionele spitstechnologie met tal van blokkeringsmechanismen voorkwam dat een taalgroep voor voldongen feiten werd gesteld. Nationale bevoegdheden werden ad hoc verdeeld in een dubbele set van deelstaten die op een even onnavolgbare als niet-ontcijferbare wijze gulle financieringsstromen voor die nieuwe taken ontvingen.

Anno 2019 lijkt die mayonaise niet meer te pakken. Europa begon van bovenuit nationale bevoegdheden uit te hollen. De blokkeringsmechanismen (alarmbellen en dubbele meerderheden) en extreme complexiteit zijn alibi’s geworden om dingen vooral niét te doen. Denk aan de geluidsnormen rond Zaventem of de niet-afdwingbaarheid van voldoende begrotingsdiscipline bij de deelstaten. Tot overmaat van ramp haalt dit land niet meer de groeicijfers die nodig zijn om die dure communautaire akkoorden te smeren.

Ook de samenleving veranderde. Brussel werd een verzameling van minderheden. Hoewel de zelfbenoemde V-partijen ongeziene scores halen, ligt geen kat nog wakker van Vlaams-nationale symboliek.

Als er een nieuwe communautaire ronde komt, is het tijd om het over een andere boeg te gooien. Focus op staatsverbetering en staatsvermindering en stop die strijd om symbolen om de Vlaams-nationale of Waals-regionalistische trofeeënkast mee te vullen. Laat onze staatsstructuren beter werken voor hetzelfde belastinggeld.

Het lijkt me evident dat we beginnen bij het begin: politici. Stel een voorbeeld en stuur de Senaat en de verkozen provincieraden huiswaarts. Verminder het aantal parlementsleden en ministers en beperk de kabinetten. Ga vervolgens met een fijne kam door de overhead van de overheid: hebben we echt een vicegouverneur in Brussel nodig? Waarom voegen we gemeenschappen en gewesten niet overal samen? Kunnen we eindelijk werk maken van een redesign van de federale overheid?

Schuldenrem

Samen met Italië torsen we het hoogste begrotingstekort van alle eurolanden en staan voor een grote sanering van de overheidsschuld. Een hervorming van de financieringswet is noodzakelijk. Daardoor kunnen lasten en lusten billijk verdeeld worden. Ook moeten we overwegen een schuldenrem in te schrijven in onze grondwet. De Duitsers voerden zo’n ‘Schuldenbremse’ in 2009 in, en sindsdien loopt het budgettair niet zo slecht bij onze oosterburen.

Niemand wil terug naar het Belgique à papa van voor de grondwetsherziening van 1970, maar heb dan de moed om de bevoegdheidsverdeling in beide richtingen nuchter te bekijken. Erken de anomalieën over de ziekenhuizen die in de zesde staatshervorming zaten, herfederaliseer indien nodig de procedures voor de geluidsnormen in Zaventem. Voer waar noodzakelijk een hiërarchie der normen in en toets het subsidiariteitsprincipe af met de creatie van schaalvoordelen. Vind een formule om de mobiliteit rond het Brussels Gewest sàmen aan te pakken. Maak werk van een federale kieskring.

Er is zoveel meer dan ons bindt dan dat ons scheidt, al moeten we natuurlijk ook niet naïef worden. Dat een Waalse begrotingsminister zijn lokaal tekort wegrelativeert door het te vergelijken met cholesterol (‘ja maar, er is ook goede cholesterol’) toont aan dat Wallonië nog een lange weg af te leggen heeft.

Maar Vlaanderen moet niet te hoog van de toren blazen. Het aantal Vlaamse ambtenaren nam (ook rekening houdend met de recentste staatshervorming) de jongste tien jaar nauwelijks af, terwijl federaal heel wat mensen afvloeiden. Bedrijfsleiders klagen steen en been over de Vlaamse regeldruk.

Bescheidenheid past dus, maar moet ons aanzetten tot actie. Zoveel maatschappelijke uitdagingen wachten op een gepast antwoord van onze overheden. ‘You can’t win the future with the government of the past.’ Laten we de teugels in handen nemen en onze staat futureproof maken.

Lees verder

Tijd Connect