opinie

Hogere werkzaamheidsgraad? Investeer meer in hogescholen

Om ‘ons te meten met de Scandinavische toplanden’, zoals Bart De Wever schreef in de startnota voor de onderhandelingen voor de volgende Vlaamse regering, zullen we op elk beschikbaar talent moeten kunnen rekenen. De regering zal daarom ook meer moeten investeren in het hoger onderwijs.

Enkel wanneer meer mensen een diploma hoger onderwijs hebben, kan de algemene kennis en de ontwikkeling van de Vlaamse bevolking stijgen. Een groter deel van de bevolking zal dan in staat zijn om een sterk maatschappelijk engagement op te nemen en zich permanent bij te scholen.

©rv

Tot op vandaag echter is de mate waarin Vlaanderen investeert in de vorming van hoger opgeleiden weinig ambitieus. Gemiddeld spenderen OESO-landen 1,6% van hun bruto binnenlands product (bbp) aan het hoger onderwijs en het direct ermee verbonden bredere flankerend beleid. Vlaanderen scoort met 1,3% ruim 0,3 procentpunt onder dat gemiddelde. Dat komt neer op 750 miljoen euro minder. Dat is niet niks.

Vlaanderen moet minstens 1.500 euro extra per hogeschoolstudent investeren om op een vergelijkbaar internationaal financieringsniveau te komen

De onderhandelaars kiezen allicht zonder veel discussie voor een budgettair groeipad om de Europese O&O-norm van 3% te halen. En terecht, want O&O is het fundament van een innovatieve economie en samenleving. Maar, geen O&O zonder talent. Zonder talent geen nieuwe businesscases in ondernemingen of nieuwe praktijken 4.0 in het werkveld. Geen toekomstgerichte ecosystemen, geen op evidentie gebaseerde gezondheidszorg, geen maatschappelijke veranderingen. En last but not least: zonder talent, onvoldoende competenties om een werkzaamheidsgraad van 80% te kunnen realiseren.

'Talentvoormorgen-norm'

Mag ik het nog scherper stellen? Talent is onze enige grondstof. Vlaanderen moet dus resoluut kiezen voor een financieel groeipad om de ‘talenvoormorgen-norm’ van 1,6% te halen. Enkel dan zal het zich tijdig kunnen transformeren om in de digitale wereld '4.0' welvaart en welzijn te kunnen blijven voortbrengen.

Economie en  samenleving veranderen steeds sneller. De kernvraag is dan ook hoe we talent kunnen opleiden tot professioneel hooggeschoolden voor beroepen die we vandaag nog niet eens kennen? Het antwoord schuilt in het verder ontwikkelen van ‘de lerende biotopen van de praxis’. Enkel door meer in te zetten op de verbinding van het hoger onderwijs, met zowel praktijkgericht wetenschappelijk onderzoek als met de economische en maatschappelijke dienstverlening in een zo breed mogelijke internationale context, kunnen lerende biotopen relevant uitgebouwd worden.

Om OESO-onderwijsexpert Dirk Van Damme te citeren: er bestaat geen sterker rendement dan dat van de investering in Vlaamse hogescholen

Een relevante lerende biotoop stelt zich open, zowel van binnen naar buiten - het werkveld - als van het werkveld naar de binnenkant van de hoger onderwijsinstelling. Deze lerende biotoop stimuleert ‘brain circulation’, het voortdurend verbinden van mensen naar andere contexten en culturen. In die context van lerende biotopen kan complex denken, problemen oplossen, flexibiliteit en creativiteit daadwerkelijk worden aangeleerd. En kunnen beroepen voor morgen tijdig aangeleerd worden.

De persoonlijke, economische en maatschappelijke meerwaarde van de lerende praxis aan de hogescholen kan daarom niet worden onderschat. Om OESO-onderwijsexpert Dirk Van Damme te citeren: er bestaat geen sterker rendement dan dat van de investering in Vlaamse hogescholen.

Versneld aanbod

Vlaanderen heeft nood aan nog meer jongeren die kiezen voor een hogeschoolopleiding, aan meer beroepsactieve professionals die een leven lang willen leren om direct, praktijkcontext- en tijdsgebonden hun werkveld te veranderen. Maar willen de hogescholen deze maatschappelijke opdracht kunnen vervullen, dan moet Vlaanderen minstens 1.500 euro extra per hogeschoolstudent investeren om op een vergelijkbaar internationaal financieringsniveau te komen.

Waarop nog wachten als we weten dat talent onze enige grondstof is?

Enkel op die manier kunnen we een nog sterker 'geëngageerd', 'verbonden' of 'geconnecteerd' hoger onderwijs uitbouwen. Enkel zo kan het innovatief en flexibel opleidingsaanbod aan de hogescholen versneld worden. Alleen zo er kunnen de hogescholen zich nog diepgaander openen voor de praxis en via duaal en levenslang leren nog sterker overlopen in die praxis.

Naast extra financiering voor het basisonderwijs, is extra financiering voor hogescholenonderwijs essentieel om de Vlaamse meesters te kunnen opleiden en vormen die onze economie sterker en onze samenleving hechter maken. Waarop nog wachten als we weten dat talent onze énige grondstof is? Ik kijk hoopvol uit naar de tekst van het Vlaams regeerakkoord 2019-2024.

Lees verder

Tijd Connect