opinie

Hoogmoed hindert de economische wetenschap

Hoogleraar KU Leuven en directeur Odisee

Hoogmoed en gebrek aan realiteitszin zijn schering en inslag bij economen. Als ze het vertrouwen van het publiek willen terugwinnen, moeten ze dringend terugkeren naar de ziel van hun vakgebied.

Johan Lambrecht hoogleraar KULeuven (campus Brussel)

©reporters

De crisis woedde nog volop toen de Britse koningin Elizabeth II de vermaarde London School of Economics bezocht. Ze vroeg de aanwezige economen: ‘Waarom heeft niemand de crisis zien aankomen?’ Haar pertinente vraag deed hen blozen. Later wees een groepje economen in een brief aan de Queen op een totaal gebrek aan collectieve verbeelding van veel bollebozen en op een psychologie van ontkenning.

Ze hadden ook en vooral moeten schrijven dat economen leden aan extreme hoogmoed, die hen verhinderde de crisis te voorspellen. Voor heel wat economen - onder wie Nobelprijswinnaars - behoorden crisissen dankzij de economische wetenschap tot het verleden.

De weinige economen die wel aan de alarmbel trokken en een zware crisis aankondigden, werden weggehoond. Het groepsdenken overheerst(e) in de economische gemeenschap. Het is dus niet verwonderlijk dat meer dan de helft van de mensen weinig of geen vertrouwen heeft in economen.

De aanhoudende malaise in het economische vakgebied, die mee verantwoordelijk is voor de grote recessie en de crisis in de maatschappij, kan aan minstens vier factoren worden toegeschreven.

Ten eerste ontbreekt het nog te veel economen aan realiteitszin en praktijkgerichtheid. Ze antwoorden dat het soort economie dat ze bedrijven hen niet toelaat zich over praktische kwesties uit te spreken. Nobelprijswinnaars Economie stellen zelfs onomwonden dat niet de economische wetenschap, maar de realiteit fout zit als economische modellen door de feiten worden tegengesproken.

Door die desinteresse voor de realiteit worden slechte economische en managementtheorieën ontwikkeld die goede praktijken in de beleids- en de zakenwereld vernietigen. Te veel realisme is geofferd op het altaar van wiskundige ‘zuiverheid’ en van modellen met wereldvreemde veronderstellingen. Er gedijt een methodologische monocultuur. Een kwalitatieve benadering waarbij de mensen actief worden bestudeerd en betrokken, wordt als minderwaardig beschouwd.

Machtig instrument

Een tweede tekortkoming is dat economen en beleidsmakers lijden aan ‘economisme’. Ze laten zich (mis)leiden door het absolute vrijemarktdenken. Het bannen van een wettelijk minimumloon, complexe financiële producten, totale vrijhandel, torenhoge vergoedingen voor sommige topmanagers enzovoort worden vergoelijkt met een verwijzing naar de zaligmakende wet van vraag en aanbod. Het maakt van de economie een machtig retorisch instrument, een ideologie die evenwel een groeiende ongelijkheid in de hand werkt en rechtvaardigt.

Een derde probleem is het ontoegankelijke en ondoorzichtige economische taalgebruik. Al te vaak worden de teksten geschreven door en voor de elite. Economen zouden meer en beter moeten luisteren naar alle belanghebbenden. Economie is te belangrijk om alleen aan de experts over te laten. Die hebben zich trouwens te veel macht toegeëigend. Denken we maar aan de machtige economen van de Europese Centrale Bank. Hun ‘remedie’ van massale obligatieaankopen riskeert erger te worden dan de deflatiekwaal die ze willen bestrijden.

We leven in een ‘econocratie’ waar de doelen van de politiek zijn gedefinieerd in enge economische termen en beslissingen worden genomen zonder publiek toezicht.

We leven in een ‘econocratie’ waar de doelen van de politiek zijn gedefinieerd in enge economische termen en waar beslissingen worden genomen zonder publiek toezicht.

Ten slotte zouden we als econoom veel meer gebruik moeten maken van andere disciplines en inzichten. Het pluralisme zou moeten zegevieren. Als economen het vertrouwen van het publiek willen terugwinnen, dan moeten ze dringend terugkeren naar de ziel en de grondleggers van hun vakgebied. Zo onderstreepte Adam Smith in de 18de eeuw het nut van politieke economie: een combinatie van filosofie, geschiedenis, economische theorie en praktisch economisch beleidsadvies.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud