opinie

Ignace Van Doorselaere: 'Leg alleen de rijkste Belg een rijkentaks op'

Wil men de bevolking echt een dienst bewijzen? Geef al wie werkt een hoger nettoloon door de lasten op arbeid te verlagen. Financier dat met een ontvetting van de overheid, de rijkste Belg. Vijf procent van het bruto binnenlands product of 20 miljard euro moet haalbaar zijn.

Laat er geen twijfel over bestaan dat de rijkste Belg het met minder moet en kan doen. Die rijkste Belg torent qua inkomen ver boven de nummer twee uit. Zijn voorsprong is zo groot dat hij niet meer ingehaald kan worden.

De rijkste Belg is de overheid, met een jaarlijks inkomen van boven 200 miljard euro. Ondanks zijn gigantische inkomen is die rijkste Belg er niet in geslaagd over de generaties heen een eigen vermogen op te bouwen. Hij heeft alleen maar een groeiende schuld. Niet echt een voorbeeld voor zijn inwoners.

Ondanks zijn gigantische inkomen is de rijkste Belg er niet in geslaagd over de generaties heen een eigen vermogen op te bouwen.

Tegelijkertijd is het in datzelfde land onrechtvaardig dat jonge tweeverdieners nauwelijks rondkomen op het einde van de maand en almaar minder het perspectief hebben om het ooit beter te doen hun ouders. Ondanks een degelijk brutosalaris is het nettoloon te laag door de ongebreidelde gulzigheid van de rijkste Belg, die er een grote hap uitneemt. Voor welke werknemer bedraagt het netto-inkomen nog meer dan de helft van zijn totale kostprijs voor het bedrijf? Als welvaart en perspectief verdwijnen, spinnen extreemlinks en extreemrechts garen.

De essentie

  • De auteur
    Ignace Van Doorselaere is de zaakvoerder van 4F.
  • De kwestie
    Door overwinsten te belasten en prijzen te bevriezen bewijs je de maatschappij en de bevolking geen dienst.
  • Het voorstel
    Geef al wie werkt een hoger nettoloon door de lasten op arbeid te verlagen. Financier dat met een ontvetting van de overheid, de rijkste Belg. Vijf procent van het bruto binnenlands product of 20 miljard euro moet haalbaar zijn.

Elke minister, staatssecretaris, burgemeester, parlementslid en schepen zou verplicht het boek 'Top Class Competitors' van Stéphane Garelli moeten kennen. Het boek zet messcherp de concurrentiekracht van landen uiteen. Het is te uitgebreid en te boeiend om in een opiniestuk samen te vatten. De kern is dat landen niet instorten maar geleidelijk op een hellend vlak achteruitgaan. Leiders mogen die achteruitgang nooit laten beginnen. De opgebouwde welvaart uit het verleden is geen garantie voor toekomstig succes. Hoe je het geld van die opgebouwde welvaart activeert en blijft inzetten voor een betere economische toekomst, is dat wel.

Vertrouwen

Sterke landen zijn gebouwd op sterke bedrijven. Die landen bouwen een ecosysteem van opleiding, toekomstgerichte infrastructuur, arbeidswetgeving, rechtszekerheid en fiscaliteit uit waarin ondernemers zin blijven hebben om te ondernemen. Die landen garanderen een groeiende welvaart voor hun burgers. In sterke landen hebben de economische actoren - investeerders, bedrijven, burgers - vertrouwen in de efficiëntie en de rechtvaardigheid van hun overheid. Kracht is gebaseerd op kracht. Sterke landen beseffen dat de kracht van hun nationale ondernemingen zich vertaalt in kracht op de exportmarkten. Concurrentiekracht en talent kennen nauwelijks grenzen.

Je hebt visies die rijkdom zien als een bron van inspiratie en je hebt er die rijkdom zien als een bron van jaloersheid. Inspiratie is zinvolle brandstof voor een sterke toekomst, jaloersheid niet.

Je hebt twee soorten visies op rijkdom. Enerzijds visies die rijkdom zien als een bron van inspiratie, anderzijds visies die rijkdom zien als een bron van jaloersheid. Inspiratie is zinvolle brandstof voor een sterke toekomst, jaloersheid niet. Inspiratie beloont de inzet van zweet, kapitaal en risico. Jaloersheid schuimt het af. Het belasten van overwinsten en het bevriezen van prijzen is niet hoe je ondernemingen scherp en een maatschappij rechtvaardig houdt. Dat doe je door een faire marktwerking en spelregels te handhaven die concurrentie, waarin de beste wint, aanmoedigt, en waarin de grootste niet te veel macht of bescherming krijgt.  

Het wordt hoog tijd dat we twee eindjes verbinden: een hoger nettosalaris voor al wie werkt door het verlagen van de last op arbeid gefinancierd door het ontvetten van de rijkste Belg. De doelstelling van die ontvetting is 5 procent van het bruto binnenlands product, ongeveer 20 miljard euro per jaar. De inspanningen om dat geld te vinden moeten zich prioritair richten op vijf terreinen waar niet het ‘gebruik’ maar het ‘misbruik’ wordt aangepakt, zodat niet het kind maar het vervuilde badwater wegspoelt.

Pensioenexcessen

Inzake de pensioenen gaat het om langer werken en het aftoppen van excessen in pensioenrechten. Iemand die niet meer actief is, moet als basis niet meer verdienen dan iemand anders die niet meer actief is. Schakel het basispensioen per gewerkt jaar voor iedereen gelijk.

Niet de leraar, de verpleegster of de treinbestuurder, maar het administratieve monster boven hun hoofd moet aangepakt worden.

In de sociale zekerheid moeten misbruiken zoals een levenslange werkloosheidsuitkering en financiering van overmatige en nutteloze medische prestaties eruit. Ten derde is er dringend een behoefte aan een grote ronde zero-based budgeting voor alle vormen van subsidies, in de eerste plaats bedrijfssubsidies. Begin vanaf nul, bekijk of de subsidies wel nodig/zinvol zijn en durf ze af te schaffen als dat niet het geval is. Uiteraard moet ook de arbeidsmarkt meer geactiveerd worden, via opleidingen en door de loonkloof tussen werken en niet werken te vergroten.

Ten slotte - en zeer symbolisch - moet er een kam door het inefficiënte bestuur van dit land: federaal, regionaal, intercommunaal. Niet de leraar, de verpleegster of de treinbestuurder, maar het administratieve monster boven hun hoofd moet aangepakt worden.

Ja dus aan een rijkentaks, als hij zich beperkt tot de rijkste Belg.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud