opinie

Ik hou het op Moderne Monetaire Tekortkomingen

Hoofdeconoom Degroof Petercam

De econoom Geert Noels schreef dinsdag nietsontziend over Stephanie Kelton: 'Moderne Monetaire Troep'. Ik ben het eens dat de MMT te ver gaat, maar een genuanceerder antwoord is op zijn plaats.

Laat ik beginnen met te zeggen dat vele uitgangspunten van MMT wel degelijk redelijk zijn. Ten eerste moet een overheidsbudget niet op dezelfde manier gerund worden als een individueel gezins- of bedrijfsbudget. In de commentaren van veel financieel-economische waarnemers schemert nog vaak door dat de overheid ‘alleen de randvoorwaarden mag creëren’, ‘als een bedrijf gerund moet worden’, ‘steelt van onze kleinkinderen’, of ‘het kapitalisme vernietigt en een nieuwe planeconomie installeert’ (zoals Noels zelf al eerder aangaf).

Veel uitgangspunten van de Moderne Monetaire Theorie zijn wel degelijk redelijk.

Dat is een veel te enge benadering. Er is de publieke rol van stabilisator, van verschaffer van publieke goederen (denk aan defensie, straatverlichting of onderwijs), van investeerder, van innovator, van herverdeler, van regulator (zoals tegen monopolievorming) en van coöperator (zoals in het klimaatvraagstuk). Dat zou duidelijk moeten zijn.

De essentie

  • De auteur
    Hans Bevers is hoofdeconoom bij de zaken- en vermogensbank Degroof Petercam.
  • De kwestie
    Geert Noels is nietsontziend in zijn kritiek op Stephanie Kelton en de aanhangers van de Moderne Monetaire Theorie (MMT).
  • Het voorstel
    Een genuanceerder antwoord op Kelton is op zijn plaats.

Ten tweede zijn de overheid en de privésector in belangrijke mate communicerende vaten. Als een economische crisis toeslaat en het vertrouwen van de gezinnen en de bedrijven de dieperik ingaat, is het echt geen goed idee dat beleidsmakers rustig afwachten om te zien hoe de magische creatieve destructie van Joseph Schumpeter het zal oplossen. ‘Depressions are not simply evils but forms of something which has to be done’, zei de Oostenrijker begin jaren dertig van de vorige eeuw.

Turbulent decennium

Gelukkig zag John Maynard Keynes het veel beter. Met de grote financiële crisis van 2008-2009, de eurozonecrisis en Covid-19 hebben we een meer dan turbulent decennium achter de rug. Wijzen op ontsporende begrotingstekorten en hoge publieke schuldenbergen zonder rekening te houden met de impact van twee once-in-a-lifetimecrisissen is te gemakkelijk.

De kwantitatieve versoepeling (QE) van centrale banken staat niet zomaar synoniem voor een galopperende inflatie.

Wat de MMT’ers ook goed gezien hebben, is dat een hoge overheidsschuld op zich geen reden tot drama is. Het is de dynamiek achter de overheidsschuld die ertoe doet. En een kwantitatieve versoepeling (QE) van de centrale banken staat niet zomaar synoniem voor een galopperende inflatie. Meer nog, QE heeft tijdens crisismomenten echt een toegevoegde waarde gehad in een omgeving van structureel lage rente. Inderdaad, veel economische studies wezen al op het feit dat de rente het voorbije decennium eerder structureel en niet zozeer kunstmatig laag was, zoals vaak wordt gezegd.

Het bovenstaande is echter niet het intellectuele monopolie van de MMT’ers. Het is al veel langer de consensus van de economische wetenschap. Het is wat internationale economen als Paul Krugman, Olivier Blanchard, Mario Draghi of Ben Bernanke zeggen, of in eigen land Paul De Grauwe of Gert Peersman.

Tekortkomingen

De MMT’ers zijn echter te extreem en slagen er niet in om op sluitende wijze hun theorie te verdedigen. Ten eerste, wat met het monetair beleid? Zolang de rente bij het nulniveau aanleunt, klopt het dat het aangewezen budgettaire tekort bepaald kan worden in functie van wat nodig is om weer tot een volledige tewerkstelling te komen. Echter, als de centrale bank wel beleidsruimte zou hebben - dus wanneer de rentevoeten duidelijk positief zijn - is er niet één niveau van overheidstekort dat daaraan beantwoordt. Het heeft dus geen zin een totale abstractie te maken van het monetaire beleid. De wereld van gisteren of vandaag is niet die van morgen.

Het heeft geen zin een totale abstractie te maken van het monetaire beleid. De wereld van gisteren of van vandaag is niet die van morgen.

Het is ook zeer vreemd dat de MMT’ers suggereren dat een soepelere budgettaire politiek leidt tot lagere rentevoeten. En wat met de inflatie? Overheidstekorten bij overcapaciteit in de economie is één ding, maar een te soepel budgettair beleid bij een volledige tewerkstelling zal de inflatie normaal voeden.

Voor de goede orde, de MMT’ers negeren het risico van een te hoge inflatie niet, zoals wel eens beweerd wordt. Op dat moment stellen ze voor de belastingen te verhogen of de uitgaven te verminderen om de oververhitting tegen te gaan. Maar het is ten eerste (hoogst) twijfelachtig dat politieke beleidsmakers daar zomaar gevolg aan zouden geven, laat staan voldoende snel. Bovendien dreig je al snel in een situatie te belanden waarin elke stabiliteit in de fiscaliteit zoek raakt. 

De conclusie is dat de MMT uitgaat van een aantal redelijke uitgangspunten, waarvan veel zogenaamd serieuze waarnemers - Krugman spreekt in dat verband ironisch van Very Serious People - veel kunnen leren. De MMT’ers stellen het echter te extreem voor. Hun theorie is geen totaaltheorie. Daarom kunnen we beter spreken van Moderne Monetaire Tekortkomingen.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud