opinie

Interprofessioneel akkoord herverdeelt niet, maar onteigent

CEO van Het Poetsbureau en Work Wizards

Het interprofessioneel akkoord (IPA) moet ons land concurrentieel houden en de koopkracht bevorderen. De realiteit is anders. Bij brutoloonsverhogingen dreigen de lagere lonen het grootste slachtoffer te worden. De opslag komt niet terecht op hun bankrekening maar bij de federale overheid.

De sociale partners zitten in de eindfase van het overleg over de onderhandelde maximale loonstijging van 1,1 procent. Ik hoor en lees vaak dat bij een brutoloonsverhoging ongeveer een derde van de totale loonkostenstijging netto voor de werknemer overblijft. De vermoedelijke oorzaak is de hoge progressieve belastingschaal waar deze extra opslag integraal in terechtkomt. Maar nergens hoor of lees ik dat dat helemaal niet klopt voor de lagere lonen.

©Debby Termonia

Als ondernemer en CEO van een bedrijf met 7.500 werknemers waar de lonen de voornaamste kostprijs vormen, sta ik telkens verwonderd te kijken naar hoe de huidige manier van berekenen ten koste van hen gaat. Wij maken zelf onze berekeningen. Niemand lijkt te beseffen dat de lagere lonen meestal de dupe van het IPA zijn. Ook de totale kostprijs voor de werkgevers wordt verkeerd voorgesteld. Is het de olifant in de kamer die men niet kan of wil zien?

Een beginnende schoonmaker verdient volgens onze cao 1.816 euro bruto per maand. Een brutoloonsverhoging van 1,1 procent resulteert in een totale stijging van de loonlasten voor de werkgever met 1,3 procent. Dat is het gevolg van de relatief hogere RSZ-bijdragen die de werkgever op stijgende lonen moet betalen. Van de 29,55 euro die de werkgever dan maandelijks betaalt, houdt de werknemer - hou u vast - maar 2,79 euro netto over.

Als ondernemer en CEO sta ik telkens verwonderd te kijken naar hoe de huidige manier van berekenen ten koste van de laagste lonen gaat

Er vloeit dus meer dan 90,5 procent terug naar de federale overheid. Dat is geen herverdeling, maar een onteigening. Bovendien houden mensen met een gemiddeld loon in België in verhouding veel meer over dan de werknemers met een lager loon. Als ik dat bij de sociale partners aankaart, bij het zakenleven of zelfs bij het sociaal secretariaat dat deze berekeningen voor ons heeft gemaakt, schrikt iedereen van deze cijfers.

Hoe kan dat? Een simpel antwoord: een onverwacht neveneffect van de combinatie van verschillende loonmechanismen zoals de werkbonus, de lagelonencomponent bij de RSZ-kortingen en de taxshift. Bij een brutoloonsverhoging leidt de combinatie van die mechanismen tot relatief grotere loonlasten voor de werkgever en verhoudingsgewijs een lagere netto-opslag voor de werknemer. We moeten andere oplossingen zoeken om die laagste lonen op te trekken.

Nettoloon

Ik pleit voor een maximale win-win voor werknemers én werkgevers in de sectorale onderhandelingen die volgen op het IPA. Dat kan door in te zetten op zo veel mogelijk nettoloonsverhogingen in plaats van brutolonen, die bijna volledig worden wegbelast.

We moeten andere oplossingen zoeken om de laagste lonen op te trekken.

Dat de eindejaarspremie, het vakantiegeld, de ziekte-uitkering en het pensioen gebaseerd worden op de brutolonen en men dus slechter af zou zijn met nettoopslagen is een gemakkelijke kritiek. Ook dat hebben we becijferd. In het cijfervoorbeeld hierboven houdt de werknemer bij een brutoloonstijging 2,79 euro netto over. In plaats daarvan kan beslist worden een dubbele koopkrachtstijging te garanderen, door de werknemer geen 2,79 maar 5,58 euro uit te betalen via een nettovergoeding (bijvoorbeeld in maaltijdcheques). De werknemer en de werkgever zijn daar geen extra belastingen of RSZ op verschuldigd. Bovendien is het voor de werkgever beduidend goedkoper dan het beschreven alternatief van een brutoloonstijging. En de werknemer houdt daar beduidend meer aan over.

Een andere goedkope kritiek is dat de sociale zekerheid wordt ondergraven. De doelstelling van het interprofessioneel akkoord is onze concurrentiekracht als land te vrijwaren en onze koopkracht te garanderen. Niet om de socialezekerheidskas te spekken, daar bestaan andere middelen voor.

Alle ingrediënten liggen op tafel om een veel grotere taart te bakken. Als de sociale partners met die kennis hun onderhandelingsmodus wijzigen van competitief naar coöperatief en voor echte koopkracht gaan in plaats van symbolische overwinningen, dan wint iedereen. Ook - en vooral - de mensen met de laagste lonen en dus de geringste koopkracht.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud