opinie

Investeerders moeten verankeren, niet de overheid

De overheidsinvesteringsmaatschappij SFPIM heeft een belang van 5 procent genomen in Umicore in de hoop een batterijfabriek naar ons land te halen. Ze heeft ook een lijst met te verankeren bedrijven opgesteld. Verankering is belangrijk, maar het beleid dat de overheid voorstelt, zit op een verkeerd spoor, schrijft Herman Daems.

De overheidsinvesteringsmaatschappij SFPIM heeft 237 bedrijven geïdentificeerd die strategisch zo belangrijk zijn dat ze in ons land verankerd moeten worden. Verankering is belangrijk, maar het beleid dat de overheid nu voorstelt, zit op een verkeerd spoor.

  • De auteur
    Herman Daems is emeritus professor economie aan de KU Leuven.
  • De kwestie
    De SFPIM heeft een belang van 5 procent genomen in Umicore in de hoop een batterijfabriek naar ons land te halen. De overheidsinvesteringsmaatschappij heeft 237 bedrijven geïdentificeerd die in ons land verankerd moeten worden.
  • De conclusie
    Een verankeringsbeleid realiseren via een overheidsfonds dat participaties neemt, is het verkeerde spoor. De overheid moet een activiteit verankeren, niet een bedrijf.
Advertentie
Advertentie

Overheidsbudget

Overheidsinvesteringsfondsen - sovereign wealth funds - spelen een grote rol in olie- en gasproducerende landen als Noorwegen en de Arabische landen. Ze worden daar gebruikt om strategische activiteiten te verankeren, maar ze doen meer. Het Noorse fonds is een actieve kleine belegger in Belgische beursgenoteerde bedrijven. Waarom? Niet om die bedrijven te controleren, wel om een goed en stabiel rendement te behalen op hun gediversifieerde portefeuille. Overheidsfondsen investeren de cashflows die verdiend worden bij de verkoop van olie, gas en ertsen, zodat het nationaal vermogen en de economische slagkracht niet verloren gaan als die grondstoffen uitgeput raken. Van die vooruitziendheid kunnen we hier wat leren.

Zonder belangrijke eigen grondstoffen kan een sovereign wealth fonds in België nooit autonoom zijn. De dividenden die het ontvangt, zijn onvoldoende en desinvesteringen zijn meestal onmogelijk, omdat die nu eenmaal niet passen bij een verankering. Dat is het zwakke punt. Het fonds moet zich met overheidsgeld financieren. Of om het anders te zeggen: de overheid gaat eerst het ondernemingsvermogen belasten en dan opnieuw investeren in bedrijven.

Naast belastingen, dividendinkomsten en de verkoop van participaties kan het fonds zich ook financieren met geld opgehaald op de beurs of bij privéinvesteerders. Geen van beide zijn evenwel realistisch, wegens de argwaan en de grote discount (de beurswaarde ligt gevoelig onder de waarde van de optelsom van de individuele participaties, red.) die dergelijke fondsen meesleuren. Dat maakt een sovereign wealth fonds in België de facto bijna onmogelijk. In elk geval beperkt het de slagkracht en zal het een fonds onvermijdelijk politiseren.

Strategie

De strategie is een ander probleem. Kleine participaties laten het fonds niet toe de richting van een bedrijf te bepalen. Ze geven ook meestal geen recht op zitjes in het bestuursorgaan. Zeker niet als de participaties zonder overleg met het bestuur of met de referentieaandeelhouder aangekocht zijn op de beurs.

Advertentie

Zeker, het is in België al gebeurd dat een kleine participatie een doorslaggevende rol kon spelen. Maar dat is zeldzaam. Met een kleine participatie van 5 procent een investering in België afdwingen - SFPIM hoopt een Umicore-batterijrecyclagefabriek naar ons land te halen - lijkt vergezocht. Als de investering in België niet rendabel is, waarom zouden de 95 procent aandelen die niet in handen van het overheidsfonds zijn dat aanvaarden? Ze zullen dat pas doen als de overheid subsidies geeft. Maar waarom had de overheid dan die 5 procentparticipatie nodig? Subsidies aan jezelf geven vindt Europa bovendien niet leuk.

Bijzonder lastig lijkt het te worden als een onderneming op de verankeringslijst niet-beursgenoteerd is. Welke niet-genoteerde onderneming gaat zomaar participaties van enkele procenten verkopen aan een overheidsfonds? Wie vertrouwd is met de durfkapitaalwereld weet dat dat zo niet werkt.

De overheid wil 237 ondernemingen verankeren. Ik ken geen in België opererend investeringsfonds dat zo’n grote portefeuille beheert. Beleggingsfondsen zijn er natuurlijk wel, maar die hebben niet de ambitie het beleid van de onderneming te beïnvloeden. Een groot investeringsfonds strategisch beheren, vereist minstens specifieke kennis, talenten en bonussystemen. Het zal nog jaren duren voor we dat driespan voor een groot fonds bij elkaar hebben. Of moeten we het beheer van het fonds uitbesteden aan specialisten uit New York of Londen? Beslissen over een investering is bovendien meer dan een businessplan narekenen. Goede investeerders zijn financiers, maar vooral ondernemers.

De overheid moet een activiteit verankeren, niet een bedrijf. Ze moet privé-investeerders aanmoedigen bedrijven hier te houden door te doen wat andere Europese landen doen: investeren aantrekkelijk maken.

Of de overheid in staat is investeringen op te volgen is twijfelachtig. Dat bewijzen de feiten. Maanden nodig hebben om een bestuurder voor te stellen. Discussies voeren over de benoeming van een CEO. Bonussen in vraag stellen omdat de eerste minister ook geen bonus heeft. Enkele jaren geleden vroeg een kabinetsmedewerker me doodleuk de algemene vergadering van een beursgenoteerde onderneming uit te stellen omdat de regering geen tijd had om te beslissen over een benoemingsvoorstel van een bestuurder. Zo toon je alleen dat je van de investeringswereld niet veel kent.

Kortom, een verankeringsbeleid realiseren via een overheidsfonds dat participaties neemt, is het verkeerde spoor. De overheid moet een activiteit verankeren, niet een bedrijf. Zo vermijd je ook ongezonde verhoudingen. De overheid moet privéinvesteerders aanmoedigen bedrijven hier te houden door te doen wat andere Europese landen doen: investeren aantrekkelijk maken. Verankeren is de taak van de bedrijven en de investeerders. De overheid garandeert goede ankerplaatsen, niets meer, niets minder.

De verankeringsdiscussie begon dertig jaar geleden omdat de overheid bijna alle strategische bedrijven verkocht aan buitenlandse investeerders en Belgische investeerders nauwelijks kansen bood. Kunnen we het nu beter doen?

Gesponsorde inhoud
Tijd Connect
Tijd Connect biedt organisaties toegang tot het netwerk van De Tijd. De partners zijn verantwoordelijk voor de inhoud.
Partnercontent
Partner Content biedt organisaties toegang tot het netwerk van De Tijd. De partners zijn verantwoordelijk voor de inhoud.