opinie

Israël zet Midden-Oosten langzaam naar zijn hand

hoogleraar internationale politieke economie aan de Johns Hopkins Universiteit in Washington, DC.

Ook zonder politieke stabiliteit heeft Israël zijn positie in het Midden-Oosten aanzienlijk versterkt.

De burgers van Israël kunnen binnenkort weer naar de stembus, voor de vijfde keer in drie jaar. De bonte achtpartijenregering van premier Naftali Bennett heeft het maar een jaar volgehouden. De lijm die zijn coalitie van centrumlinks, uiterst rechts en zelfs een pro-Arabische partij bijeenhield, was het gemeenschappelijke afgrijzen van Benjamin 'Bibi' Netanyahu en zijn Likoed-partij.

  • De auteur
    Matthias Matthijs is hoogleraar internationale politieke economie aan de Johns Hopkins-universiteit in Washington D.C.
  • De kwestie
    Israël heeft zijn positie gevoelig versterkt door akkoorden met soennitische buren.
  • De conclusie
    De Palestijnen hebben geen enkel vooruitzicht, terwijl Israël steeds meer steun geniet van de VS en in de regio.

In progressieve kringen werd de regering-Bennett geprezen als een hoopvolle innovatie in de Israëlische politiek, waar compromissen mogelijk zijn en men niet afhankelijk is van Bibi's grillen. Uit conservatieve hoek was er altijd kritiek dat het niet mogelijk zou zijn pro-Palestijnse ideeën te verzoenen met Joodse belangen, en dat de Bennett-regering van in het begin gedoemd was. Die laatsten kunnen nu claimen dat het 'experiment' niet heeft gewerkt.

Regeringen komen en gaan in Israël zoals de zon aan de Belgische kust. Maar sinds 2006 bestaat in al die regeringen een aanzienlijke consensus over de Palestijnse kwestie. In Tel Aviv zijn ze er al langer van overtuigd dat de tweestatenoplossing dood en begraven is, en dat het oplossen van het bredere conflict tussen Israël en de andere landen van de Arabische wereld daar niet langer van afhangt.

De tegenstellingen tussen politiek links en rechts in Israël gaan nu eerder over socio-economische kwesties. Ze gaan niet langer over de Joodse nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever, die gewoon worden voortgebouwd. En ze gaan ook niet meer over het besturen van de Palestijnen in de Gazastrook, waar de terreurorganisatie Hamas al 15 jaar het bewind voert. In Ramallah is Fatah-leider Mahmoud Abbas nog altijd verknocht aan het idee van een eigen Palestijnse staat. Maar veel Palestijnse jongeren hebben daar geen oren meer naar. Ze willen gewoon gelijke rechten in één Israëlische staat, wat op dit moment niet op tafel ligt.

Veel Palestijnse jongeren hebben geen oren naar een eigen staat en willen gewoon gelijke rechten in één Israëlische staat.

Israël normaliseerde al in 1978 zijn relaties met Egypte. Onder impuls van de Amerikaanse president Jimmy Carter tekenden de Israëlische premier Menachem Begin en de Egyptische president Anwar Sadat de historische Camp David-akkoorden. Na een diplomatiek initiatief van de Amerikaanse president Bill Clinton in 1994 tekenden ook de Jordaanse koning Hussein en de Israëlisch premiere Yitzhak Rabin een vredesakkoord tussen beide landen.

PLO-leider Yasser Arafat en de Israëlische premier Ehud Barak kwamen in 2000 dicht bij een tweestatenoplossing, en in 2005 deden hun opvolgers Mahmoud Abbas en Ariel Sharon nog een poging. Maar sinds Hamas in 2006 de volledige controle over Gaza kreeg en Fatah in 2007 het beleid weer overnam van Hamas op de Westelijke Jordaanoever, is de Palestijnse kwestie van het voortoneel verdwenen in het Israëlische parlement. De opeenvolgende Israëlische regeringen hebben systematisch hun diplomatieke pijlen op de soennitische Arabische landen gericht.

Abraham-akkoorden

De eerste significante doorbraak kwam er onder leiding van de Amerikaanse president Donald Trump in de zomer van 2020 met de Abraham-akkoorden. Die normaliseerden de diplomatieke relaties tussen Israël enerzijds en de Verenigde Arabische Emiraten, Bahrein en Marokko anderzijds. Nadien kwam daar Soedan bij.

Aan Palestijnse kant voelen ze zich terecht in de steek gelaten door hun Arabische broeders.

Nu zijn ze in Tel Aviv achter de schermen bezig een gelijkaardige diplomatieke doorbraak te forceren met Saoedi-Arabië en kroonprins Mohammad bin Salman, alweer een soennitisch land. De doelstelling is duidelijk: een gemeenschappelijk anti-sjiitisch front smeden tegen de islamitische republiek Iran. De ayatollahs in Teheran sponsoren al jaren terroristische organisaties in Libanon (Hezbollah) en Gaza (Hamas) en het Assad-regime in Syrië, net die drie buurlanden waarmee Israël nog altijd vijandelijke grenzen en relaties heeft.

Aan Palestijnse kant voelen ze zich terecht in de steek gelaten door hun Arabische broeders. Maar het is steeds duidelijker dat de soennitische landen eerder geïnteresseerd zijn in de technologie en de handelsproducten die Israël hen kan bieden in ruil voor olie en steun van Tel Aviv en Washington tegen de bedreiging van potentiële Iraanse nucleaire wapens.

De Amerikaanse president Joe Biden reist in juli naar de regio, en is van plan eerst Israël te bezoeken alvorens door te vliegen naar Riyad. Biden heeft uiteraard zijn eigen agenda: hij moet Saoedi-Arabië ervan overtuigen meer olie op te pompen, zodat de Amerikaanse inflatie opnieuw onder controle kan komen. Of dat voor de tussentijdse verkiezingen in november lukt, is zeer de vraag. Maar het samenbrengen van een anti-Irancoalitie blijft een Amerikaanse prioriteit, en voor Israël zou zelfs een geleidelijke verbetering in relaties met het Saoedische koninkrijk - van vliegrechten over het Arabische schiereiland tot een betere economische samenwerking - al een diplomatieke overwinning zijn.

Belangrijker dan gedacht

In zekere zin is Israël sinds zijn oprichting in 1948 nooit zo sterk geweest. Terwijl een oplossing voor de Palestijnse kwestie verder weg lijkt dan ooit, heeft Tel Aviv naast de Amerikaanse steun ook veel betere relaties met zijn soennitische Arabische buren. De Abraham-akkoorden die onder toezicht van Trump zijn getekend, zijn veel belangrijker geweest dan twee jaar geleden werd gedacht. Ze waren een duidelijke stap in de richting van een gemeenschappelijk Israëlisch-Arabisch front tegen het sjiitische regime in Teheran en zijn vele regionale partners.

Zo ver zijn we natuurlijk nog niet - er is nog altijd hoop op een nucleaire ‘deal’ met Iran - maar Israël heeft sinds enkele jaren ongetwijfeld de regionale wind in de zeilen.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud