opinie

Italiaanse extreemrechtse verkiezingszege is geen zwarte zondag

Professor Publieke Economie aan Stirling University in Schotland en verbonden aan de KU Leuven

Door de overwinning van Giorgia Meloni komt voor het eerst sinds Mussolini een partij met wortels in het fascisme aan de macht in Italië. Dat is echter geen kantelpunt.

Wat al even in de sterren geschreven stond, kwam zondag uit: Giorgia Meloni en haar Fratelli d'Italia hebben met een kwart van de stemmen de nationale verkiezingen gewonnen. Samen met de Lega van Matteo Salvini en Forza Italia van voormalig premier Silvio Berlusconi is dat goed voor zowat 43 procent van de stemmen, wat in het Italiaanse systeem een comfortabele meerderheid oplevert. Is de overwinning van Meloni, de leider van een partij met wortels in de fascistische beweging van Mussolini, een keerpunt in de Italiaanse politiek?

Waren de linkse partijen op dezelfde manier naar de kiezer getrokken, dan was het een nek-aan-nekrace geweest.

Het antwoord is nee, om meerdere redenen. De steun voor de centrumpartijen is niet verder afgebrokkeld. Je kan zelfs zeggen dat de hoogdagen van het extreme populisme achter ons liggen. In 2019 overtuigden de partijen uit de coalitie die nu aan de macht komt nog ruim 50 procent van de kiezers en stond de links-populistische Vijfsterrenbeweging veel sterker. Wat deze keer vooral anders is, zijn de vlotte samenwerking tussen Meloni, Salvini en Berlusconi op rechts en de instorting van een centrumlinks front.

De essentie

  • De auteur
  • Willem Sas is professor publieke economie aan de Universiteit van Stirling en verbonden aan de KU Leuven.
  • De kwestie
  • De overwinning van Giorgia Meloni in de Italiaanse verkiezingen brengt voor het eerst sinds Mussolini een partij met wortels in het fascisme aan de macht.
  • De conclusie
  • Dit is geen kantelpunt in de Italiaanse politiek.

Dat is cruciaal in het Italiaanse systeem, omdat een derde van de zetels verdeeld wordt volgens een ‘first past the post’-systeem. Daarbij haalt de kandidaat met de meeste stemmen in een kiesdistrict de zetel binnen. Als drie grote partijen samenwerken en de rest niet, wint dat blok gemakkelijk. Waren de linkse partijen op dezelfde manier naar de kiezer getrokken, dan was het een nek-aan-nekrace geweest.

Vestzak-broekzak

De evolutie van de politieke steun de voorbije jaren maakt ook duidelijk dat het om een vestzak-broekzakoperatie op rechts gaat. Terwijl Salvini in 2019 aan 37 procent kwam, komt zijn partij nu uit op 12 procent. Meloni maakt een omgekeerde beweging (7% in 2019, zowat 25% nu).

Met andere woorden: een grote groep Italiaanse kiezers is ontevreden over haar situatie. Ze stemt volatiel op de volgende charismatische politicus die belooft alles op te lossen. Voor de piek van Salvini kwam de Vijfsterrenbeweging uit op 34 procent. Dat die partij het weer iets beter deed dan verwacht, maakt duidelijk dat de groep van ontevreden kiezers zich nog altijd laat horen. Maar dat is niets nieuws en past in een bredere politieke evolutie in de voorbije vijf tot tien jaar in alle westerse landen.

Net zoals bij de Britse premier Liz Truss is de vraag of Meloni doortastend beleid kan voeren.

Talloze studies tonen aan dat economische onzekerheid daar een grote rol in speelt. In regio’s waar de globalisering en automatisering de voorbije decennia duizenden jobs in rook deden opgaan, of waar de besparingen na de financiële crisis genadeloos toesloegen, neemt het politieke wantrouwen toe, samen met de steun voor radicaal-linkse en -rechtse partijen. Vaak gaat het om de postindustriële ‘rust belt’ of achtergebleven rurale streken die voorkomen in elk ontwikkeld land.

Status anxiety

Maar er is meer aan de hand. Ook in streken of inkomensklassen waarin er weinig economische wolken aan de lucht zijn, nam de steun voor vooral radicaal-rechts toe, zoals in Vlaanderen of Noord-Italië. Daarbij spreken we eerder van culturele onzekerheid of ‘status anxiety’. Het gevoel dat de eigen waarden niet meer doorschemeren in het beleid staat centraal, net als de vrees dat de positie van de eigen groep of klasse onder druk komt te staan.

Lager opgeleiden blijven achter en vervreemden van de stedelijke klasse, die vaak aan de politieke knoppen zit.

Vaak ligt dat aan economische processen, zoals de toenemende clusterfunctie van steden die almaar meer hoogopgeleiden naar zich toetrekken. Lager opgeleiden blijven achter en vervreemden van de stedelijke klasse, die vaak aan de politieke knoppen zit. Andere processen, zoals immigratie en demografische evoluties, spelen ook een rol.

Het grote verschil met economische onzekerheid is dat culturele onzekerheid eerder draait om percepties en niet om feiten. Het gevoel dat zaken boven je hoofd worden beslist of dat immigranten op het punt staan je gemeente over te nemen volstaat. Het gaat eerder om waarden, om een groepsidentiteit.

Dat begreep Salvini heel goed en heeft wonderen verricht voor Meloni, veruit de betere politica. Maar zoals bleek voor de voormalige Britse premier Boris Johnson volstaan woorden niet als de feiten je inhalen en je land in een crisis wordt gestort. Net zoals bij zijn opvolger Liz Truss is de vraag of Meloni wel doortastend beleid kan voeren.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud