opinie

Juich de klimaatmarsen toe

Hoogleraar milieu-economie Universiteit Gent en senior fellow Itinera Institute

Elke ondernemer, werknemer, investeerder of belegger moet de klimaatmarsen toejuichen. We beseffen onvoldoende in welke mate een stabiel klimaat een basisvoorwaarde is voor economische stabiliteit en duurzame welvaartscreatie.

Swiss Re Institute publiceerde in april 2021 een alarmerende analyse van de mogelijke economische verliezen als de globale temperatuur tegen 2050 met 2 tot 2,6°C is toegenomen in vergelijking met het pre-industriële niveau. Vertrekkend van de compleetste integrated-assessmentmodellen en hun unieke expertise over de impact van extreme weergebeurtenissen - onder meer op de globale toeleveringsketen - waarschuwt Swiss Re voor een economisch verlies van 11 tot 13,9 procent van het wereldwijde bruto binnenlands product tegen 2050.

Het beleidskader kan sterk verbeterd worden, maar we moeten niet altijd wachten op de overheid.

We kunnen dus kiezen tussen een sterk klimaatbeleid of een uppercut voor de wereldeconomie. Voor het rijke Europa, dat voldoende kan investeren in klimaataanpassing, blijven de economische verliezen tegen 2050 ‘beperkt’ tot ongeveer 8 procent van het Europese bbp. Hopelijk schat Swiss Re de factuur van de klimaatrisico’s te zwartgallig in.

De essentie

  • De auteur
  • Johan Albrecht is hoogleraar milieu-economie Universiteit Gent en senior fellow Itinera Institute.
  • De kwestie
  • Elke ondernemer, werknemer, investeerder of belegger moet de klimaatmarsen toejuichen.
  • Het voorstel
  • We moeten beter beseffen in welke mate een stabiel klimaat een basisvoorwaarde is voor economische stabiliteit en duurzame welvaartscreatie.

Om de doelstellingen van het akkoord van Parijs (COP 21) te halen moet de globale uitstoot tussen 2020 en 2030 elk jaar dalen met 7,6 procent. In het coronajaar 2020 daalde de CO2-uitstoot met bijna 5 procent. Het akkoord van Parijs vraagt dus jaarlijks een emissiereductie die sterker is dan de eenmalige impact van een pandemie. In 2021 leidt het economische herstel tot een forse toename van de uitstoot. We liggen vandaag niet zozeer wakker van onze fossiele afhankelijkheid, maar wel van het krappe aanbod aan aardgas. We overwegen de elektriciteitsrekening  te subsidiëren, wat neerkomt op een subsidie voor fossiele energie.

Kapitaalvernietiging

Fossiele energie levert ongeveer 80 procent van de globale energievraag. Dat percentage is amper gewijzigd in de afgelopen 30 jaar, wat wijst op een enorme fossiele weerstand. Streven naar klimaatstabiliteit dwingt ons het fossiele systeem tegen 2050 uit te faseren. De beheerders van de fossiele energievoorraden worden vriendelijk verzocht vrijwillig over te gaan tot een ongeziene kapitaalvernietiging. In Noorwegen wordt gedebatteerd over het stopzetten van de olieproductie. Norsk Petroleum wijst op 200.000 directe en indirecte jobs die zullen sneuvelen.

Het genereuze renovatiebeleid van de voorbije 15 jaar heeft amper een impact gehad op het aantal vergunde renovaties.

Als de aanbodzijde niet beweegt, kan het recept van een globale CO2-prijs, technische regulering, het schrappen van fossiele subsidies en een forse toename van de investeringen in energietechnologisch onderzoek beproefd worden. Of die correcties aan de anonieme marktkrachten een radicale reductie kunnen afdwingen, blijft een open vraag. Als alternatief kan een progressieve ban op fossiele technologieën overwogen worden, op voorwaarde dat aantrekkelijke alternatieven op tijd beschikbaar zijn.

We staan voor ongeziene uitdagingen, maar het overkoepelende Europese beleidskader is aanwezig. Het Fit for 55-pakket van 14 juli 2021 streeft naar een emissiereductie van 55 procent tegen 2030. Voordat dat pakket werd ingevoerd, ambieerde het Europese beleidskader van 2020 een emissiereductie van 60 procent tegen 2050. Fit for 55 confronteert elke economische sector met een radicale transformatie-uitdaging.

Renovatiegolf

Het formuleren van doelstellingen tegen 2030 is geen garantie op een consistent nationaal beleidskader met de juiste maatregelen per sector. Momenteel haalt ongeveer 4 procent van de woningen in ons land het climate proof energielabel A. Een ongeziene renovatiegolf is noodzakelijk, maar het genereuze renovatiebeleid van de voorbije 15 jaar heeft amper een impact gehad op het aantal vergunde renovaties. Met ‘meer van hetzelfde’ zal de renovatiedynamiek niet bruusk aantrekken.

Net zoals de industriële revolutie vraagt ook de klimaatrevolutie vooral organisatorische en institutionele innovaties. Daartoe kan iedereen bijdragen.

Het beleidskader kan sterk verbeterd worden, maar we moeten niet altijd wachten op de overheid. Elke sector heeft een uniek decarbonisatiepotentieel, maar heeft ook een specifieke decarbonisatieproblematiek. De overheid kampt met een groot informatieprobleem en kan niet alles in kaart brengen om dan met de ideale oplossing uit te pakken. We delen allen hetzelfde bootje en elke organisatie die zichzelf respecteert - privaat en publiek - moet op termijn een roadmap ontwikkelen om tegen 2050 klimaatneutraal te werken. Door daar transparant over te communiceren kunnen nieuwe vormen van samenwerking ontstaan en kan gerichter ondersteund worden.

De fossiele dominantie is het gevolg van de industriële revolutie. Die maakte gebruik van enkele technologieën die snel naar alle uithoeken van de wereld verspreid werden. Alleen de landen die organisatorische en institutionele innovaties konden koppelen aan technologische innovaties floreerden. De rest van de wereld bewoog niet en onderging de dominantie van enkele Europese landen. Ook de klimaatrevolutie vraagt vooral organisatorische en institutionele innovaties. Daartoe kan iedereen bijdragen.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud