opinie

Juiste geneesmiddelenbeleid kan alle toekomstige Pia's helpen

Er is geen reden waarom we niet alle Pia’s in België kunnen helpen. Mits het juiste beleid.

Het is hartverwarmend vast te stellen dat 1 miljoen Vlamingen in de buidel willen tasten om een ernstig zieke baby toegang te geven tot een mogelijk miraculeus geneesmiddel dat voorlopig enkel in de VS beschikbaar is. Het verhaal is bijzonder mediageniek: aan de ene kant wanhopige ouders die alles uit de kast halen om hun kind te redden en daar dankzij de solidariteit van de Vlamingen nog in slagen ook, en aan de andere kant een farmareus die enkel uit lijkt op winstmaximalisatie en onze sociale zekerheid onder druk zet. Terecht stellen experts de vraag of we enkel nog mogen rekenen op sms-acties om de volgende Pia te redden.

©Tom Verbruggen

Om op die cruciale vraag te kunnen antwoorden moeten we om te beginnen een aantal zaken in perspectief plaatsen. Alle onheilsberichten en ‘geheime contracten’ ten spijt, beheerst minister Maggie De Block (Open VLD) haar budget voor geneesmiddelen goed. Tijdens het eerste volledige jaar van haar mandaat (2015) bedroegen de uitgaven 4,217 miljard euro. Volgens de jongste technische ramingen van het RIZIV zullen we in het laatste (?) jaar van haar mandaat (2019) 4,492 miljard euro aan medicijnen uitgeven. Dat is een stijging van 6,5 procent, of 1,5 procent per jaar, terwijl de inflatie over diezelfde periode gemiddeld 1,8 procent per jaar bedroeg.

Budget gedaald

In reële termen is het geneesmiddelenbudget dus gedaald. Ook het relatieve gewicht van geneesmiddelen in de totale uitgaven voor gezondheidszorg zakte onder het bewind van De Block: van 18,2 procent in 2015 naar 16,9 procent in 2019. In tegenstelling tot wat algemeen wordt aangenomen, sponsort de industrie de overige gezondheidszorgsectoren, in plaats van ze te kannibaliseren. Tot die conclusie kwam ook de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) in 2017.

Met meer dan 3,6 miljard euro was 2018 een absoluut recordjaar voor investeringen in onderzoek en ontwikkeling door biofarmaceutische bedrijven in België. Dat vertaalt zich in een exportwaarde van 43 miljard euro, 11 procent van de totale Belgische uitvoer, en een positieve handelsbalans van 6 miljard euro, een pak meer dan het RIZIV aan geneesmiddelen terugbetaalt. Had ik al gezegd dat de farma-industrie een nettobijdrage aan de Belgische samenleving levert?

De volgende minister van Volksgezondheid moet een nieuw pact met de farmaceutische sector onderhandelen.

Het is natuurlijk makkelijker de critici van een populaire politica te geloven. Nochtans is de minister er in het kader van haar Toekomstpact met de farmaceutische industrie (2015) in geslaagd een uitzonderlijke budgettaire bijdrage van de sector te vragen, zoals de cijfers hierboven aantonen, en tegelijkertijd een relatief stabiel kader uit te werken waarin onderzoek en ontwikkeling kunnen gedijen. Het hoeft dan ook niet te verwonderen dat zowat heel Europa naar België kijkt om zijn geneesmiddelenbeleid op punt te stellen.

Betekent dat dat er niets moet veranderen? Nee. Om te beginnen moeten we jammer genoeg vaststellen dat het politiek steeds moeilijker wordt tegen de stemmingmakerij in te gaan en dossiers goed te keuren, zoals de resem negatieve terugbetalingsbeslissingen deze zomer illustreert. Dat heeft ook te maken met het feit dat bepaalde prijzen exorbitant zijn en de publieke verontwaardiging terecht. Tot slot is het cruciaal dat ons land een farmapionier blijft, ook inzake beleid.

Internationaal

Wat moet er gebeuren? Ten eerste moet de volgende minister van Volksgezondheid een nieuw pact met de sector onderhandelen, zodat de nominale groei van het geneesmiddelenbudget gemiddeld niet meer dan 1,5 procent per jaar bedraagt.

Daarnaast moet België het voortouw blijven nemen op het internationale niveau. Dat kan door een turbo te zetten op het BeNeLuxAIr-initiatief van De Block, waarin vijf gelijkaardige landen (Benelux, Oostenrijk, Ierland) samen over terugbetalingsvoorwaarden onderhandelen.

Een tweede maatregel is samen met onze partnerlanden vroegtijdig in dialoog gaan met de farmabedrijven.

Zet een turbo op het BeNeLuxAIr-initiatief van Maggie De Block, waarbij vijf gelijkaardige landen samen over de terugbetalingsvoorwaarden onderhandelen.

Ten slotte moet gelijktijdig worden onderzocht of bepaalde kritische en veelbelovende geneesmiddelen die eerst door het Amerikaanse geneesmiddelenagentschap FDA erkend worden (zoals Zolgensma voor baby Pia) niet automatisch een (tijdelijke) Europese erkenning van het Europese geneesmiddelenagentschap kunnen krijgen, of een tijdelijke toegang tot de Belgische markt. In Frankrijk kan dat al.

Daarnaast moet België zich blijven specialiseren en organiseren om de technologieën van de toekomst, zoals eenmalige gentherapieën, naar waarde te kunnen inschatten. Dat is des te noodzakelijker in het licht van de plannen van de Europese Commissie om dat Europees te organiseren en de beste lidstaten de evaluatiedossiers voor de rest van Europa te laten schrijven.

En tot slot: waarom de kostprijs van eenmalige gentherapieën zoals Zolgensma niet spreiden over vijf à tien jaar via een systeem van jaarbetalingen. Daarbij wordt met de firma afgesproken dat als de eenmalige therapie niet (voldoende) aanslaat, de jaarlijkse betaling vanuit het RIZIV aan het bedrijf zakt of zelfs stopt.

Lees verder

Tijd Connect