column

Kerntaken en overheidsfalen

Hoofdeconoom Itinera Institute en auteur van ‘Overheid+ Markt, het beste van beide werelden’.

De overheid schiet tekort in nogal wat kerntaken. Het is belangrijk het debat over die kerntaken correct te voeren in een land waar de overheid zo’n omvang heeft genomen als het onze.

Soms wordt me als econoom gevraagd of gezondheidszorg een kerntaak is van de overheid. Met een bedrag van meer dan 30 miljard euro worden nooit alleen maar kerntaken gefinancierd. Het is dus belangrijk te identificeren wat in zo’n megabudget echt het hart raakt van wat de overheid dient te realiseren versus domeinen die ook wel hun belang hebben, maar daarom geen kerntaken zijn. Een checklist voor beleidsmakers om dat te evalueren dringt zich wellicht op omdat blijkbaar de indruk ontstaat dat alles even essentieel is.

Laat me illustreren waarom vaccinatie als een kerntaak kan worden beschouwd. Een beperkte groep die zich niet vaccineert, kan de hele volksgezondheid in gevaar brengen. Dat is een voorbeeld van het zogenaamde probleem van collectieve actie. Een groep die zich niet wil laten vaccineren, doet aan 'freeriding'. Als genoeg anderen zich wel laten vaccineren, worden zij finaal evengoed beschermd zonder aan die bescherming zelf bijgedragen te hebben. Het probleem is dat als elkeen zo denkt, de groepsbescherming er niet dreigt te komen. Dat alles legitimeert dat overheden daarbij een grote rol spelen. Bij uitbreiding zijn veel aspecten van een epidemiebestrijding een kerntaak. Die dient dan wel excellent uitgevoerd te worden, waarbij kritisch bekeken wordt of de gemaakte keuzes wel de juiste zijn. Een zogenaamde veilige maar late vaccinatie vergt bijvoorbeeld ook een tol aan mensenlevens.

Ondertussen is duidelijk gedocumenteerd dat ernstige inschattingsfouten met grote gevolgen gemaakt zijn in het kader van de Europese vaccinatiestrategie, door onder meer de eenzijdige aanpak van risico’s in de beslissingen. Dat is een pijnlijke illustratie van het cruciale concept van overheidsfalen. Vandaag wordt heel veel gesproken over marktfalen als legitimatie voor overheidsinterventie, maar voor velen is het tekortschieten van de overheid zelf een blinde vlek. Zowel marktfalen als overheidsfalen moet in rekening worden gebracht vanuit een goed begrip van de kerntaken van beide spelers.

In tijden van groot maatschappelijk wantrouwen zijn transparantie en openheid essentieel.

Als een bepaald overheidsprogramma tekortschiet, zet dat sommigen vooral aan om zonder diepgaande reflectie te pleiten voor nog meer overheidsprogramma’s. Een rationele aanpak vereist echter een nuchtere analyse van het performantieprobleem. Rekenschap geven is daarbij een sleutelelement. Dat mag niet worden verengd tot louter een geste waarbij iemand ontslag neemt, hoewel dat er uiteraard wel een onderdeel van kan zijn. In elk geval moeten krachtdadige instellingen zoals een rekenhof en een kritische pers een cruciale rol spelen in de verantwoordingsprocessen. De fundamentele rol van het Europees Parlement werd door Commissievoorzitster Ursula von der Leyen toch niet helemaal gerespecteerd doordat ze voor de cruciale parlementszitting eerst achter gesloten deuren gesprekken voerde met de grote politieke fracties.

Goed bestuur

In tijden van groot maatschappelijk wantrouwen zijn transparantie en openheid essentieel. De indruk dat politiek goed geconnecteerde groepen voordelen voor de eigen achterban bedingen in de wetenschap dat de kosten afgewenteld worden op de hele bevolking is dodelijk. In Vlaanderen hebben we onverkwikkelijke elementen in de procedures rond de contacttracing die opgehelderd dienen te worden. Gezien de catastrofale impact van het botte lockdowninstrument blijft een slimmere aanpak inzake testen, tracen, het lokale gezondheidsbeleid en datamanagement cruciaal.

Goed bestuur is uiteraard een thema dat de coronacrisis ver overstijgt en ook essentieel is om van de relance van de economie en de maatschappij een succes te maken. De prestaties van de overheid in ons land moeten beter kunnen. De problemen zijn bekend: een lage activiteitsgraad, een problematische begrotingscultuur, te weinig private tewerkstelling, een niet duurzame financiering van sociale uitgaven en te weinig rechtszekerheid. Gelet op die stand van zaken staat regeren nu gelijk aan hervormen. Daartoe is luciditeit, visie, kennis en moed nodig.

Te vaak wordt hervormen voor het algemeen belang gereduceerd tot ‘wat extra geld geven’.

Te vaak wordt hervormen voor het algemeen belang gereduceerd tot ‘wat extra geld geven’. Het probleem is dat veel kiezers zich daar niet van bewust zijn of, nog erger, het zich laten welgevallen. Het gevolg is dat de politiek zich te vaak bezighoudt met zaken die bij burgers kortstondig sympathiek overkomen. Dat leidt tot een tendens om niet ‘door te denken’ over de langetermijngevolgen van bepaalde keuzes. De overheid kan falen door bewuste of onbewuste verschuivingen in doelstellingen (mission creep) of bureaucratische inefficiëntie. Niet zelden spelen belangen van de uitvoerende organisaties een rol, in die mate dat de doelstelling en de doelgroep van de publieke interventie naar de achtergrond verdwijnt ten voordele van de groep die de diensten aanbiedt.

Efficiëntie en effectiviteit zijn dan niet langer de criteria die het debat bepalen. De uitvoerders zullen er alles aan doen om de uitgaven in stand te houden, los van de betaalbaarheid van de welvaartsstaat. Tegelijkertijd komt de rol van de overheid als waakzame toezichthouder in de verdrukking en komt de disciplinerende werking van concurrentie in het gedrang.

België kan beter, en moet beter presteren. We hebben het potentieel daartoe. Laten we het ook waarmaken.

Ivan Van de Cloot
Hoofdeconoom Itinera ­Institute en auteur van het boek 'Overheid+Markt, het beste van beide werelden'

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud