opinie

Klimaatbeleid valt te rijmen met automatische indexering lonen

Het VBO stelt dat een klimaatbeleid niet kan werken zolang de lonen automatisch stijgen als producten duurder worden. Maar die bewering is echt veel te kort door de bocht.

Als we willen dat mensen hun gedrag aanpassen om het klimaat te redden, kunnen de lonen niet automatisch mee stijgen met nieuwe milieutaksen. Dat is de boodschap van de werkgeversorganisatie VBO in haar verkiezingsmemorandum . Dat standpunt is maar in erg beperkte mate correct, en dat wil ik aantonen met een voorbeeld.

©Dominic Verhulst / Dotch.be

Veronderstellen we even dat de uitgaven voor huisbrandolie 2,5 procent opslorpen van het inkomen van Gezin Modaal, en dat de overheid in haar milieubeleid een accijns op huisbrandolie doorvoert die de prijs met 20 procent doet stijgen.

Die prijsverhoging is dan het equivalent van 0,5 procent (20 procent van 2,5 procent) van het inkomen van Gezin Modaal. Als dat inkomen niet geïndexeerd is, zal het gezin zijn koopkracht dus met 0,5 procent zien dalen.

In een dergelijk scenario zullen twee factoren leiden tot een daling op korte, maar vooral op lange termijn, van het verbruik van huisbrandolie van dit gezin. Dat kan om dat doel te bereiken zijn thermostaat lager zetten, een zuiniger brander kopen, het huis beter isoleren of overschakelen naar een milieuvriendelijker energiebron.

Koopkrachtdaling

Een eerste factor is de daling van de koopkracht met 0,5 procent. Uit de cijfers van de gezinsbudgetenquête valt af te leiden dat de inkomenselasticiteit van het verbruik van huisbrandolie ongeveer 0,5 bedraagt. Een daling van de koopkracht met 0,5 procent zou dus leiden tot een daling van het verbruik met ongeveer 0,25 procent (de helft van 0,5 procent).

Ook met een inkomensindexering zal Gezin Modaal zijn gedrag aanpassen bij de invoering van milieutaksen.

De tweede factor is de sterke stijging van de relatieve prijs van huisbrandolie ten opzichte van de prijs van de andere uitgavenposten van Gezin Modaal. De leden van het gezin zullen hun huisbrandolieverbruik meer trachten te drukken dan vroeger, omdat ze met de besparing die daaruit voortvloeit meer andere producten kunnen kopen dan voor de prijsstijging. Ik ken geen data over de prijselasticiteit van de vraag naar huisbrandolie. Maar het lijkt me niet overdreven te veronderstellen dat die op lange termijn minstens 0,2 bedraagt. Dan zou de daling van het verbruik ten gevolge van de relatieve prijsstijging 4 procent (0,2 maal 20 procent) bedragen. Samen met het effect van de eerste factor leidt dat tot een verbruiksdaling van 4,25 procent.

Indien het inkomen van ons Gezin Modaal wel geïndexeerd is, krijgt het door dat mechanisme een compensatie van de koopkrachtdaling. De eerste factor die bijdraagt tot de daling van het verbruik speelt dus niet meer mee. Maar die eerste factor speelde al bij al slechts een marginale rol bij het bevorderen van een gedragswijziging. De tweede, en veel belangrijker, factor blijft zijn volle effect hebben: een verbruiksdaling met 4 procent. Ook met een inkomensindexering zal Gezin Modaal zijn gedrag aanpassen bij de invoering van milieutaksen.

Arbeidskosten

Met die vaststelling verdwijnt echter niet de terechte bekommernis over de invloed van hogere indirecte milieu- en andere belastingen op de arbeidskosten. Bij een loonindexering stijgen de arbeidskosten als de indirecte belastingen de hoogte in gaan.

Er zijn minstens drie manieren, elk met voor- en nadelen, om in het hier behandelde scenario de verhoging van de arbeidskosten te neutraliseren. Je kan een belangrijk deel van de opbrengst van nieuwe milieubelastingen aanwenden voor een vermindering van de werkgeversbijdragen voor de sociale zekerheid. Of je kan de verhoging van de milieubelastingen compenseren door een verlaging van andere indirecte belastingen, bij voorkeur op milieuvriendelijke producten. Ten slotte kan je de loonnorm hanteren. Die zal ten gevolge van de hogere milieubelastingen minder ruimte laten voor conventionele loonsverhogingen.

De invoering van accijnzen op kerosine en btw op vliegtuigtickets treft de lagere inkomens vanzelfsprekend minder dan een accijnsverhoging op huisbrandolie.

Overigens compenseert de inkomensindexering niet voor ieder individueel gezin perfect het koopkrachtverlies dat voortvloeit uit prijsstijgingen. De index weerspiegelt het gemiddelde bestedingspatroon van de gezinnen. Wie een kleiner dan gemiddeld deel van zijn gezinsinkomen spendeert aan huisbrandolie, zal met een accijns op die olie na een indexering wat aan koopkracht winnen. Het omgekeerde is waar voor wie relatief meer dan gemiddeld uitgeeft aan huisbrandolie. Dat laatste is het geval voor heel wat gezinnen met lage inkomens.

De invoering van accijnzen op kerosine en btw op vliegtuigtickets zou de lagere inkomens vanzelfsprekend minder treffen. Dergelijke maatregelen zijn economisch volledig verantwoord, sociaal erg gewenst en vanuit milieustandpunt noodzakelijk. Ze vergen echter internationale coördinatie, en dus meer Europa en zeker niet minder.

Lees verder

Tijd Connect