opinie

De Green Deal werkt niet zonder elektrische laadpalen

CEO van BMW Group

De Europese auto-industrie zet vol in op elektrische wagens. Maar het volstaat niet dat de Green Deal een lagere CO₂-uitstoot voor voertuigen eist. Europa moet de lidstaten ook verplichten laad­infrastructuur aan te leggen.

De Europese auto-industrie is op weg naar klimaatneutraliteit. Tegen 2050 zou CO2 uit vervoer volgens de Green Deal geen probleem meer zijn. Samen met de 2,7 miljoen directe werknemers van onze industrie in Europa werken we aan een zeer ambitieuze transformatie, die gepaard gaat met grote vooruitgang en uitdagingen in digitalisering, verkeersveiligheid en handelsbeleid.

We beschouwen klimaatbescherming als veel meer dan een ecologische verplichting. De economische toekomst van Europa staat op het spel. We zijn in een race verwikkeld om de volgende doorbraken op het gebied van innovatie te ontwikkelen, met geavanceerde technologieën en producten die verdere groei mogelijk maken en tegelijkertijd de gevolgen voor de natuur en het klimaat tot een minimum beperken. China werkt er doelbewust aan om een concurrentievoordeel te behalen op het gebied van duurzame technologieën. In de VS is de nieuwe regering van plan om het volledige overheidswagenpark om te schakelen op elektrische voertuigen. Ook de Europese Unie en haar lidstaten moeten een sterk signaal geven dat de Green Deal serieus moet worden genomen.

Ze moeten dat bijvoorbeeld laten zien door over te schakelen op geëlektrificeerde voertuigen in hun overheidsvloot. De volledig elektrische auto's, plug-inhybrides en brandstofcel-elektrische voertuigen die daarvoor nodig zijn, zijn al beschikbaar.

Een op de tien kopers van nieuwe auto's in Europa koos vorig jaar voor een voertuig met een elektrische aandrijving.

Het is van vitaal belang dat geëlektrificeerde voertuigen toegang hebben tot een voldoende ontwikkeld netwerk van oplaadinfrastructuur. Dat heeft betrekking op drie gebieden: openbare oplaadpunten, particuliere oplaadpunten die thuis nodig zijn en oplaadpunten op de werkplek. Dat vergt een pan-Europese inspanning met bindende en meetbare doelstellingen. Bestaande EU-programma's en nieuwe initiatieven moeten dringend worden gebundeld om die enorme taak te financieren.

In een recente studie van het adviesbureau PwC Strategy wordt Europa gezien als een wereldwijde 'motor van de elektromobiliteit'. Een groot percentage van de 60 miljard euro die de Europese automobielindustrie jaarlijks in R&D investeert, gaat naar alternatieve aandrijflijnen. Die investeringen vooraf worden nu zichtbaar in de markt. Elektrische voertuigen zijn in vrijwel alle segmenten verkrijgbaar en de vraag ontwikkelt zich zeer positief. Een op de tien kopers van nieuwe auto's in Europa koos vorig jaar voor een voertuig met een elektrische aandrijving.

In totaal werden in Europa in 2020 ongeveer drie keer zoveel volledig elektrische voertuigen verkocht als in de VS. Bovendien wordt het merendeel van die modellen in Europa geproduceerd. Elektrische voertuigen vertegenwoordigen ook een groter percentage van de totale verkoop dan in China.

Betrouwbare oplaadinfrastructuur

Wie een elektrische auto koopt, is afhankelijk van een betrouwbare oplaadinfrastructuur - thuis, op het werk en op de weg. Volgens de Europese Commissie zijn tegen 2029 minstens drie miljoen openbare oplaadpunten voor auto's nodig - waarvan één miljoen tegen 2024 - om de in 2019 overeengekomen CO2-doelstellingen voor personenauto's en bestelwagens te halen. Dat is de enige manier om voldoende toegang te creëren voor de minimaal 30 miljoen elektrische voertuigen die we met de huidige doelstellingen tegen 2030 op de Europese wegen verwachten.

Het probleem van de infrastructuur blijft echter volledig onopgelost. Toch overweegt de Commissie de uitstootdoelstellingen voor het personenwagenpark tussen 2021 en 2030 aan te scherpen van -37,5 procent tot -50 procent, terwijl de Green Deal erop gericht is de totale CO2-uitstoot tussen 1990 en 2030 met 55 procent te verminderen.

Ik zie een 'deal' als een overeenkomst, met rechten en plichten voor alle partijen. Een overeenkomst met doelstellingen die haalbaar moeten zijn en die iedereen onderschrijft, en die ook een bindende toezegging van alle partijen vereist om de overeengekomen regelingen uit te voeren.

In het geval van de Green Deal betekent dat dat elke discussie over CO2-doelstellingen voor voertuigen ook bindende doelstellingen moet omvatten die de overheden in de lidstaten verplichten een gestandaardiseerde oplaadinfrastructuur aan te leggen die voor klanten in heel Europa toegankelijk is.

Elektromobiliteit herdefinieert de regels van het spel voor alle betrokkenen. Succes is niet alleen een kwestie van vraag en aanbod, maar hangt bovenal af van het hebben van de juiste infrastructuur.

Gerichte stimuleringsmaatregelen in de afzonderlijke lidstaten zijn eveneens noodzakelijk. Niet omdat de industrie plots zin heeft gekregen in extra regelgeving, maar omdat de Green Deal anders snel kan verworden tot een eenzijdige verplichting die haar ondoeltreffend maakt. Net als in een democratie de kiezers beslissen, is het in een markteconomie de klant die beslist. Een klant die zijn auto niet kan opladen, zal geen elektrische auto kopen. In zo'n situatie zou Europa zijn voorsprong voor elektromobiliteit gemakkelijk verspelen.

Elektromobiliteit herdefinieert de regels van het spel voor alle betrokkenen. Succes is niet alleen een kwestie van vraag en aanbod, maar hangt bovenal af van het hebben van de juiste infrastructuur. Als we ons potentieel in Europa ten volle benutten, kunnen we op het wereldtoneel een leidende positie innemen op het gebied van duurzame mobiliteit. Dat vergt een gezamenlijke inspanning van ons allemaal.

Oliver Zipse is CEO van BMW Group en voorzitter van de Europese autoconstructeursvereniging ACEA

Dit opiniestuk verscheen eerder in Handelsblatt

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud