opinie

Klimaatpolitiek in een gestold land

België blijft een gestold land. Om de klimaatdoelstellingen te halen zijn grote hervormingen nodig, maar durft de politiek die wel aan?

De onmogelijkheid een federale regering te vormen is een zoveelste kenmerk van het gestolde land, een ziekte waaraan het Belgisch maatschappelijk bestel al decennia lijdt. Nochtans wordt het met de dag duidelijker dat kleine veranderingen niet volstaan om de huidige uitdagingen aan te pakken. De Europese klimaatnormen zijn daarvan een goed voorbeeld. Volgens het ontwerp van klimaatplan moeten we de uitstoot van broeikasgassen door onze woningen tegen 2030 met de helft verminderen tegenover het niveau van 2005. Om die ambitieuze doelstelling zelfs nog maar te benaderen, zijn doortastende maatregelen nodig met verregaande maatschappelijke gevolgen.

Om de ambitieuze klimaatdoelstelling zelfs nog maar te benaderen, zijn doortastende maatregelen nodig met verregaande maatschappelijke gevolgen.

Ten eerste zal de overheid huishoudens duidelijke prikkels moeten geven om over te schakelen van aardgas en stookolie naar groene energie. Nederland heeft al beslist een soort CO2-belasting in te voeren, waardoor de prijs van aardgas de komende jaren bewust wordt opgedreven om de omschakeling aan te ontmoedigen. Ook België zal een gelijkaardige maatregel moeten doorvoeren.

Een CO2-belasting heeft enkele voordelen. De taks is eenvoudig te implementeren en transparant voor de belastingplichtigen. Bovendien kunnen koolstofvrije technologieën vrij concurreren, zodat de burgers zelf kunnen beslissen welke oplossingen het meest aan hun noden beantwoorden.

Tegelijk ligt een CO2-belasting politiek erg gevoelig. De taks wordt gemakkelijk gelijkgesteld met een loutere belastingverhoging, maar hoeft dat niet te zijn. De opbrengst van een CO2-belasting kan terugvloeien naar de burgers, bijvoor-beeld via een verlaging van de inkomstenbelasting (een taxshift, geen taxlift).

Voorts is er het probleem van de automatische loonindexering. Het kan niet de bedoeling zijn dat de hogere prijzen voor aardgas en stookolie uiteindelijk de loonkosten opdrijven. Op die manier betalen de bedrijven uiteindelijk de rekening, met alle gevolgen van dien voor de internationale concurrentiekracht van onze economie.

Vandaar de vraag: zijn de vakbonden bereid hun duit in het klimaatzakje te doen en het prijsverloop van aardgas en stookolie uit de index te halen? Of wordt naar typisch Belgische gewoonte de sociale strijdbijl opgegraven, met stakingen en andere achterhoedegevechten als gevolg?

Sociale dimensie

De invoering van een CO2-belasting zal niet volstaan. Doorgedreven isolatie van de buitenschil van een woning en de installatie van koolstofvrije verwarmingstechnologieën, zoals warmtepompen aangedreven door groene stroom, kosten handenvol geld. Voor heel wat eigenaars van woningen zullen de kosten voor die renovaties hoger uitvallen dan de toekomstige besparing op de energierekening. In dat geval zullen de spontane investeringen in koolstofvrije technologieën niet van de grond komen.

Bovendien is er een belangrijke sociale dimensie. Woningen met een lage energie-efficiëntie zijn vaak eigendom van gezinnen met een laag of onzeker inkomen. Hoewel zij het meeste baat hebben bij een ingrijpende energetische renovatie ontbreken hen vaak de financiële middelen. Daarnaast hebben ze dikwijls nood aan individuele begeleiding om de juiste technologie te kiezen.

De conclusie is duidelijk: de overheid zal met extra geld over de brug moeten komen. En daarbij blijft het niet. Ook de overheidsgebouwen, scholen en de woningen verhuurd door sociale huisvestingsmaatschappijen moeten een grondige transformatie ondergaan.

Hoe gaan de overheden van dit land die bijkomende uitgaven financieren? België is kampioen inzake belastingdruk, dus veel rek zit daar niet op. Een ingrijpende spendingshift is de enige duurzame oplossing: de overheid zal de consumptie-uitgaven moeten verminderen ten voordele van investeringsuitgaven. Dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan. Een diepgaand kerntakendebat wordt onvermijdelijk: welke taken kan en wil de overheid nog op zich nemen en welke worden afgestoten naar andere spelers?

Om het probleem nog complexer te maken kampt de bouwsector met ernstige knelpunten aan de aanbodzijde. De klimaattransitie vereist fors meer energetische renovaties, maar de sector heeft nu al een groot tekort aan geschoolde arbeidskrachten. Op een massale instroom van buitenlandse geschoolde arbeiders hoeven we niet te rekenen, want heel Europa kampt met hetzelfde probleem.

We moeten het tekort dus in belangrijke mate zelf oplossen. De activering van werklozen, maar ook van leefloners, moet daarom fors opgevoerd worden. De werkgelegenheidsgraad ligt laag in België, er is nog heel wat marge.

Dat veronderstelt opnieuw dat enkele heilige huisjes sneuvelen, zoals de onbeperkte duur van werkloosheidsuitkeringen. Meer en betere opleidingsprogramma’s zijn ook een absolute noodzaak. En op korte termijn kost dat weer geld.

Om aan al die uitdagingen het hoofd te bieden zal België aardig moeten ontstollen. Het komende decennium belooft erg spannend te worden.

Lees verder

Tijd Connect