opinie

Laat verantwoordelijkheid het halen van overtuiging bij regeringsvorming

Politicoloog ULB

Een federale regering vormen wordt heel moeilijk, door de veto’s van partijen tegen elkaar. Misschien kunnen ze hun ethiek van de overtuiging, zoals de Duitse socioloog Max Weber het noemt, eens ondergeschikt maken aan een ethiek van de verantwoordelijkheid?

De uitslag van de verkiezingen heeft blijkbaar veel mensen verrast en gezorgd voor een schijnbaar onontwarbare situatie. Zelf sta ik perplex van dat idee van ‘verrassing’. Herinner u dat de N-VA in oktober 2018 in de provincieraadsverkiezingen een kwart van de stemmen haalde en het Vlaams Belang 13%. De heropstanding van extreemrechts dateert dus niet van 26 mei.

En in december 2018 heeft de N-VA de regering-Michel doen vallen over een kwestie die tot de kernthematiek van het Vlaams Belang behoort. In de lente van 2010 deed Open VLD de regering dan weer vallen over een kwestie die het voorkeurthema van de N-VA uitmaakt (nvdr. de splitsing van de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde). Er zit dus nog regelmatigheid in de politiek.

Deze verkiezingen leveren ons nog andere belangrijke lessen. De meerderheid ‘die Vlaanderen wilde’ - een rechtse regering - is zwaar afgestraft: een verlies van 22 zetels op 84. Dat is een desavouering die kan tellen. Bovendien is de kloof tussen het noorden en het zuiden van het land niet altijd op de afspraak. De Franstalige én Nederlandstalige socialisten, liberalen en christendemocraten gaan achteruit. Omgekeerd gaan Ecolo, Groen en PTB/PVDA vooruit. Er vinden dus gelijkaardige verschuivingen plaats in België, ook al verschilt hun omvang aan Nederlandstalige en Franstalige kant.

Tijd nemen

Deze snelle blik op de kiesuitslag illustreert volgens mij dat we ook de tijd moeten nemen om de electorale dynamieken van 26 mei en hun betekenis te begrijpen. Uiteraard neemt dit niet weg dat het vormen van een federale meerderheid ingewikkeld zal zijn. Maar begrijpen is wel een fundamentele stap om de drijfveren te vatten van de keuzes die de kiezers hebben gemaakt.

En wat nu? Je kan op verschillende manieren naar deze toestand kijken. Je kan dit resultaat aangrijpen om een doel te bereiken dat helemaal niet centraal stond in de kiescampagne: ‘we moeten naar een confederalisme’: ‘eigen problemen aanpakken met eigen oplossingen en eigen centen’. Maar dat is geen confederalisme. Dat is onafhankelijkheid.

Als de N-VA van een onafhankelijk Vlaanderen de kern maakt van haar streven, dat ze dat dan echt doet en naast de veronderstelde voordelen ook de bijhorende kosten aanvaardt

Die positie is perfect verdedigbaar, maar werk ze dan uit en presenteer ze klaar en duidelijk. Als de N-VA van een onafhankelijk Vlaanderen de kern maakt van haar streven, dat ze dat dan echt doet en naast de veronderstelde voordelen ook de bijhorende kosten aanvaardt. Het hoeft niet te verbazen dat een oplossing waarbij een deel van het land geniet van de voordelen maar niet de nadelen van de federale staat, weinig gehoor vindt in andere landsdelen.

In het licht van deze vaststellingen zie ik drie belangrijke mogelijke pistes. Een eerste is om de veto's te laten vallen: van de N-VA tegen Ecolo en de PS, en van sommige Franstalige partijen tegen de N-VA. Er zijn dan meerdere scenario’s mogelijk, ook al veronderstellen die een redelijk grote coalitie - N-VA, groenen, christendemocraten en liberalen, bijvoorbeeld. Dit is een extreem moeilijke oefening.

Geest van 2011

Een tweede piste is om terug te keren naar ‘de geest van 2011’: een grote coalitie zonder de N-VA. In dit schoolvoorbeeld bestaat de oppositie dan uit N-VA, Vlaams Belang, PTB/PVDA en DéFI. Behoudens de materiële en symbolische moeilijkheid dat de grootste partij en de belangrijkste winnaar van de verkiezingen in Vlaanderen dan naar de oppositie verwezen wordt, zou dat ook grotendeels een coalitie van de verliezers worden, met meerdere partijen die op een historisch dieptepunt zijn beland: PS, sp.a, CD&V en cdH. Ook die piste is extreem moeilijk.

Een laatste piste is om aan de kiezer te vragen om te beslissen via nieuwe verkiezingen. Maar dat is de meest problematische piste van de drie, om meerdere redenen. De eerste reden is vanzelfsprekend: de kiezer hééft nog maar net beslist. Dat is de bestaansreden van verkiezingen. De uitslag is complex, maar gewild door de verschillende geledingen van de maatschappij.

Er is ook nog het vooruitzicht van een brexit of zelfs een no deal brexit. We kunnen ons, rekening houdend met de verwachte majeure impact, geen verlamming van het land veroorloven.

Een tweede reden is: wàt beslissen, en hoe? We hebben het gezien bij de Britten, zelfs met een volksraadpleging die simpel leek: moet Groot-Brittannië in de Europese Unie blijven, ja of nee? Uiteindelijk blijkt de oplossing onvindbaar. Je kan er dus ernstig aan twijfelen dat nieuwe verkiezingen licht kunnen werpen op het lot van België of op het samenstellen van een federale meerderheid.

In elk geval zal er moeten vooruitgang geboekt worden, want we zitten niet meer in de periode 2010-2011. De oude regering van MR, N-VA, CD&V en Open VLD haalt geen parlementaire meerderheid meer. De huidige regering steunt voortaan op een nog zwakkere minderheid: 36 zetels op 150. En er is ook nog het vooruitzicht van een brexit of zelfs een no deal brexit. We kunnen ons, rekening houdend met de verwachte majeure impact, geen verlamming van het land veroorloven.

Misschien zijn we toe aan een nieuw hoofdstuk van de Duitse socioloog Max Weber over het belangrijke verschil tussen een ethiek van de overtuiging en een ethiek van de verantwoordelijkheid.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud