opinie

Lobbyisten moeten geen handjeklap doen met politici

Als lobby’s nog een impact willen hebben, dan moeten ze een beter verhaal brengen, de overheid beter begrijpen en rekening houden met maatschappelijke verwachtingen.

Door Karel Joos, partner bij de internationale publicaffairs-groep Interel. Gaf beleidsadvies aan politici, overheden en multinationals. Auteur van ‘Lobbyen’ (Lannoo, 2015).

De Vrijdaggroep lanceert het idee om kabinetsmedewerkers een deontologisch charter op te leggen, samen met een lobbyregister en zelfs een lobbylogboek (De Tijd, 18 april). Dat is in principe een goed idee. Hoe meer transparantie, hoe beter.

De kwaliteit van de informatie en de kracht van de analyse moeten voorop staan, willen belangenbehartigers nog invloed hebben op de beleidsvorming

Het beleidsforum van jonge denkers maakt echter impliciet de denkfout dat contacten van lobbyisten met cabinetards een gewichtige factor zijn bij belangenbehartiging. De ervaring op het terrein leert dat geen enkel dossier opschiet als geen robuuste argumenten op tafel worden gelegd, die bovendien verenigbaar zijn met beleidsvoornemens. Als puntje bij paaltje komt, zijn de zogenaamde geprivilegieerde contacten zelfs irrelevant.

Lobbyisten die handjeklap willen doen met beleidsmakers zijn niet alleen onverstandig, het is ook een slag in het water. Daar zijn drie redenen voor.

De eerste reden is dat lobbywerk op basis van kennissen geëvolueerd is naar lobbywerk op basis van kennis. Het samenspel tussen overheden, ondernemingen, drukkingsgroepen en burgers is vandaag zo volatiel en complex dat lobbyisten zonder brede en diepe kennis van zaken op het gebied van politiek, wetgeving, procedures, bedrijfseconomie én massacommunicatie waardeloos zijn geworden.

De kwaliteit van de informatie en de kracht van de analyse moeten voorop staan, willen belangenbehartigers nog invloed hebben op de beleidsvorming. Weten wat beleidsmakers doen en waarom, wat hun drijfveren zijn, waar hun manoeuvreerruimte ligt en met welke elementen ze rekening moeten houden, zijn nodig om beleidsargumenten gehoor te kunnen doen vinden.

De beleidsvorming in ons land is nog nooit zo onvoorspelbaar geweest. In het Belgisch politiek laboratorium borrelen de reageerkolven en zoemen de centrifuges

De tweede reden ligt in de steeds grotere invloed van de buitenwereld op de binnenkant van de politiek. Coalities en allianties van gelijkgezinden oefenen steeds krachtiger en rechtstreekser invloed uit op het overheidsbeleid. ‘The outside game’ is een factor die niet meer weg te denken valt in het steunen of aanvallen van ‘the inside game’. Beleidsmakers weten maar al te goed dat een achterkamertjesoplossing de toets door de belanghebbenden niet zal overleven - om de snelkookpan die de publieke opinie is geworden niet te noemen.

Schaars

De derde reden is dat de lobbyisten zelf steeds minder rechtstreeks in contact treden met beleidsmakers, in naam en voor rekening van hun bedrijf of hun klant. Als politiek adviseur van het management creëren ze veel meer waarde dan als verlengstuk, spreekbuis of bemiddelaar op het terrein. Binnen de ondernemingsmuren is echt inzicht in de werking van de politieke wereld immers schaars. Beleidsmakers geven bovendien meer en meer te kennen dat ze de bedrijven liever rechtstreeks bij zich aan tafel willen hebben.

De beleidsvorming in ons land is nog nooit zo onvoorspelbaar geweest. In het Belgisch politiek laboratorium borrelen de reageerkolven en zoemen de centrifuges. Tegelijk wordt de klassieke beleidsvorming belaagd door het aanzwellende lawaai van burgers die hun belangen steeds rechtstreekser behartigen, slim geholpen door indrukwekkende digitale communicatietechnologie.

Lobby’s moeten inzien dat ze beter voor hun belangen moeten opkomen. Ze moeten hun verhaal beter vertellen, de overheid beter leren begrijpen en aanvaarden dat ze uitdrukkelijk rekening moeten houden met de verwachtingen van de samenleving. Alleen op die manier kan sprake zijn van invloed en de impact die daarbij hoort.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud